14° Zondag B (2012)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

Vorig jaar zomer heb ik van een vriend van mij die er helaas zelf geen gebruik meer van kan maken zijn oude racefiets cadeau gekregen. Het is een Koga, een Kogamyata, van de fietsenfabriek in Heerenveen, van mevrouw Kowallik en meneer Gaastra die werken met de frames van de Japanse framebouwer Myata. Ik voel mij met dat fietsje de koning te rijk  en heb er al veel plezier van gehad. Zo vind ik het bijvoorbeeld heerlijk om er 's avonds nog wat mee door de stad te toeren, ontspannen en een beetje doelloos eigenlijk. Ik heb min of meer m'n vaste rondje. Door de Pijp fiets ik de Ceintuurbaan af, steek de Amstel over, fiets door het Oosterpark, langs het Tropenmuseum, dan de Plantage Middenlaan af naar de Nieuwmarkt, over de Zeedijk, de Prins Hendrikkade, de Spuistraat, het Koningsplein naar de Spiegelstraat en dan langs het museum via de Overtoom en het Vondelpark over de van Baerlestraat of hier voor de kerk langs naar huis terug. Zoals gezegd: heerlijk, om zoals gisteravond de zwoelte van de zomeravond te voelen en de soepelheid van het mechanisme van de fiets en de wendbaarheid ervan en om rond te kijken, om die mooie stad van ons te bewonderen en al die wonderlijke mensen, het gewemel daarvan op die mooie zomeravond, om daar deel van uit te maken en om je soms te verbazen. En ik reed daar gisteravond natuurlijk ook rond met vaag in mijn achterhoofd de schriftlezingen van deze zondag en deze viering. Wat vandaag hier te zeggen?

Het gaat over de wijsheid van Jezus en over zijn "machtige daden". Maar de mensen in zijn hometown, het stadje of het dorp waar hij vandaan komt, zijn kritisch en ze zijn schamper en dat werkt zeer ontkrachtend. Daardoor kan Jezus niets doen, of bijna niets. En Hij is niet zozeer verontwaardigd en vertoornd over hun weerstand en weerzin, zoals God bij monde van de profeet Ezechiël in de eerste lezing vandaag daar blijk van geeft, Ezechiël die het heeft over "de harde blik" en het "hart van steen" van de mensen, (zoals de Willibrordvertaling van 1995 vertaalt), nee Jezus verbaast zich over hun gebrek aan vertrouwen, over hun ongeloof. En dan Paulus in de tweede lezing, Paulus met die doorn in zijn vlees, "als een bode van satan die mij moet afranselen", toe maar, "opdat ik niet verwaand word" (vertaalt opnieuw de Willibrord), Paulus die spreekt over, ja die roemt op zijn zwakheden, want juist daardoor ervaart hij de kracht van Christus die óók in hem aanwezig is en leeft. En dat sluit dan weer aan bij de 123ste psalm die wij gebeden hebben waarin het onder andere gaat over een "dienstmaagd" van wie het oog is gericht "op haar meesteres". Zo is Paulus gericht op Christus. Met al zijn zwakheden laat hij zich door Christus leiden en sturen, zoals ik met al m'n hebbelijkheden en onhebbelijkheden dat gisteravond op mijn racefietsje of waar en hoe dan ook eveneens probeer te laten gebeuren eigenlijk en zoals u dat ook zoekt te doen en probeert naar ik aanneem, want anders kwam en was u hier nu niet.

Jezelf en de omstandigheden en de mensen proberen te nemen zoals je bent en zoals ze zijn, je niet opwinden, je niet verzetten, je hoogstens een beetje verbazen en je innerlijk oog gericht proberen te houden, zoveel mogelijk, op Christus die de ster, die het stralende licht is van ons bestaan. Ach ja mensen, dát is eigenlijk alles… "Mens doe je best, God doet de rest." Dat is zo'n zinnetje waarmee ik opgegroeid ben. Mijn moeder zei dat geregeld en zij had 't weer van haar moeder denk ik. Mens doe je best, God doet de rest. Laat je leiden door Christus' Geest, geef die de kans om zoveel mogelijk in en met en door jou te werken, juist ook, om met Paulus te spreken "in smaad, nood, vervolging en benauwdheid". Dus als ik Paulus goed begrijp dat is het zó dat hoe beroerder het met je gesteld is, hoe beter je die kracht van Christus', van Gods Geest in je zou moeten kunnen ervaren. En afhankelijk van het geloof, van het vertrouwen dat je in en mét Hem hebt en ontwikkelt én afhankelijk van de mate waarin je dat vertrouwen, dat geloof ontmoet en ontvángt, afhankelijk dáárvan kun je minder of meer wonderen doen en zien gebeuren. Moge het zo zijn. Amen.