Paulus nog steeds actueel (2009)

Een paar maanden geleden heb ik in Rome het graf van de apostel Paulus bezocht. En toen dacht ik: hij zou er nog van opkijken als hij hoorde wat er geworden is van de beweging rond Jezus: dat er over de hele wereld zo'n anderhalf miljard volgelingen zijn. En daarbij al die indrukwekkende kerkgebouwen met het kruis in top. Maar ik weet niet wat hij daar nou écht van zou vinden. Want het was in zijn tijd zo eenvoudig begonnen allemaal: als een vernieuwingsbeweging binnen de Joodse godsdienst rond rabbi Jezus. En hij, Paulus, was een van de mannen van het eerste uur. Van huis uit een gelovige Jood, een man uit Tarsus in Silicië, zeg maar Turkije. Zijn naam betekent kleintje, maar hij is een groot Schriftgeleerde, een Farizeeër die een paar jaar na Jezus' dood gaat studeren in Jeruzalem bij de beroemde rabbijn Gamaliël. Hij is vrijgezel en om de kost te verdienen maakt hij tenten.

Net als die andere voorman, Petrus, is hij gefascineerd door Jezus. Want die laat hem een nieuw beeld van God zien: een God van mededogen, die begaan is met het lot van armen en verdrukten. Petrus is diep geraakt door het woord van Jezus: dat een mens pas godsdienstig en gelukkig is als hij het leven-voor-zichzelf-alleen durft loslaten en zich durft verbinden met het grote geheel van leven. Het heeft even geduurd voor hij dat doorhad, maar na de dood van Jezus is hij helemaal vol van de levensvisie van zijn Leermeester. Hij is de leider van de Jezusbeweging in Jeruzalem geworden. Maar als het aan Petrus had gelegen, dan had hij die nieuwe visie toch het liefst binnen het Jodendom gehouden. En wie weet was de Jezusbeweging dan gewoon een stroming binnen die Joodse geloof gebleven.

Maar dan komt Paulus erbij, die onrustige wandelende Jood. Hij is van de derde generatie volgelingen en heeft zelf Jezus niet meegemaakt. Hij moet eerst een hele bekering doormaken vóór hij met Jezus ontdekt dat niet de godsdienstige wet en niet het instituut bevrijding brengen, maar dat een mens pas vrij wordt als hij in vertrouwen op God alles uit handen geeft. Voor hem is de waarheid is niet een woord of een wet, maar een mens die door goddelijke liefde bewogen is. Jezus zelf wordt zijn innerlijke waarheid en door Hem wordt Paulus een vrije mens en gaat hij pas echt leven, zonder het juk van een opgelegde geloofspraktijk. En het kruis wordt een teken van offer en liefde en vrijheid. Daar wil Paulus dan ook voluit over vertellen en daarom reist hij de halve wereld af. Je merkt dat het hem dan ook niet meer gaat om per se die ene godsdienst van dat ene volk met die ene tempel met het grootste gelijk. Zijn respect voor culturele verschillen is ongeëvenaard. Volgens hem is de nieuwe open levensvisie van Jezus van belang voor alles en iedereen, dwars door alle tijd en ruimte heen. Daarom zet hij zich er helemaal voor in om dat Joodse geloofsleven, waaruit hij voortkomt, om dat open te breken en om ook niet-Joden er bij te betrekken. Hij gaat er in het jaar 45 mee op pad en hij zal er zo'n twintig jaar rusteloos mee rondreizen, te beginnen in Jeruzalem, de toenmalige wereld over en eindigend in Rome, het hart van die wereld.

Hij vertelt overal dat als Christus maar in jou mag opstaan, als Hij jouw wet en weg is, dat voor jou dan alle mensen gelijkwaardig zijn, of ze nu Jood bent of Griek, slaaf of vrije, man of vrouw zijn. Dat was in die dagen een revolutionaire visie, want één op de acht mensen was gewoon slaaf; en als vrouw was je bepaald niet gelijkwaardig aan de man; en een niet-Jood was niet meer dan een onreine heiden; die kon toch zeker niets met God en zeker niet met het ware geloof te maken hebben! Paulus legt met dat Evangelie van Jezus Christus een tijdbom onder de maatschappelijke verhoudingen van toen. En dat heeft hij geweten. Ze verdenken hem van terroristische activiteiten; hij zou bij de Sicariërs horen, zeg maar de Al-Qaida van die dagen. Twee van die figuren hadden ze indertijd naast Jezus aan het kruis gehangen. Hijzelf is omwille van Jezus opgepakt en bont en blauw geslagen, vertelt hij in zijn brieven. Hij is geplunderd, gevangen gezet, gestenigd, bijna verdronken, bijna vermoord. Toch is het nooit zijn bedoeling geweest om zich tegen zijn eigen volk te keren of tegen de Thora of de tempel. Hij wil die juist openen naar de wereld toe. Maar hij botst met de opperhoofden die de muur tussen Joden en niet-Joden stevig in stand willen houden, de poort gesloten, God op zijn plaats en Gods Woord, netjes opgeborgen in de Ark van het verbond als in een graf. Maar voor Paulus kan dat niet meer.

Voor hem is in Jezus Gods woord en Gods wet vlees of mens geworden. Zijn optreden wentelt de steen van dat religieuze graf, zet de deuren open en maakt al die muren overbodig. Aardig detail is overigens dat dertig jaar later die hele tempel inderdaad is verdwenen en dat er in heel Jeruzalem geen poort meer over is om open of dicht te doen. Zó relatief is het allemaal ook nog eens een keer. Paulus heeft over die open geloofsvisie heel wat conflicten gehad in Jeruzalem, Antiochië en Galatië. In Korinthe komt eens een afvaardiging van de parochie van Jeruzalem bij hem op bezoek. Hun leider Petrus zou toch zeker wel gelijk hebben met zijn opvatting dat je beslist eerst orthodox Joods moet worden en je aan alle wetten moet houden om überhaupt Jezus te kunnen volgen. Maar bij Paulus ligt het accent al lang ergens anders. Het gaat hem niet om het instituut, hoe heilig dat ook meent te zijn. Niet om besneden of onbesneden, niet om melaats of gezond, homo of hetero, protestant of katholiek, behoudend of vooruitstrevend. Het gaat erom of Jezus Christus in jou mag opstaan en of Hij in jouw leven een feest mag beginnen van liefde en vrijheid.

Vreemd genoeg tikt die tijdbom van dat Evangelie nog steeds onder onze maatschappelijke verhoudingen, verstevigen onze kerken nog steeds haar muren, bewaken ze haar poorten, sluiten ze God op in haar theologie en sluiten ze mensen uit vanwege haar eigen wetten. Ook in het groot is er nog altijd een enorm spanningsveld tussen rijk en arm. De slavernij is vrijwel overal afgeschaft, maar we kennen nog wel degelijk mensenhandel. Er is tot in onze dagen toe een stevig onderscheid tussen hoog en laag, hiërarchie en leken, gehuwden en celibatairen, de mannen van het ambt en de vrouwen van de caritas. Onze kerken spreken met plechtige woorden over oecumene en respect voor andere geloofsvisies, maar ze moeten er niet aan denken dat het er in de praktijk van komt. Want het koesteren van de bestaande verschillen biedt ze veiligheid en houvast. Kortom: we hebben in het voetspoor van Paulus nog een lange Jezusweg te gaan. We moeten nog steeds leren wat het zeggen wil dat wij in zijn naam gedoopt zijn en horen bij een beweging die zo'n radicale boodschap doorgeeft, waarvan de kern is: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Of zeg maar gewoon: concrete naastenliefde boven alle verschillen uit.

Toch is er de laatste jaren weer iets aan het groeien. Er zit iets aan te komen. En dat gaat inderdaad weer over gelijkheid, over gerechtigheid, over de plaats van de vrouw, over vrije meningsuiting en veel andere items. Er ontstaat weer een open theologie die niet bij het instituut begint, maar bij de mensen. Er begint een heel oud zuurdesem te werken, dat al van Paulus stamt. Het gaat steeds meer om die grote beweging van mensen, die bevlogen zijn door Jezus. Ze kunnen niet anders dan opkomen voor het leven en daardoor vormen ze de kerk. En of een mens goed is hangt niet zozeer af van zijn naleven van voorschriften of het precies voldoen aan de wetten van een instituut, maar van zijn keuze voor het goede: of de barmhartige goedheid van God in hem mag wonen, zoals God is mens geworden in Jezus. Paulus heeft in het spoor van Jezus het Jodendom en ook de kerk boven zichzelf uitgetild. Hij heeft de weg van Jezus begaanbaar gemaakt voor alle volken. En het is verheugend dat die boodschap op een eigentijdse manier nu weer opnieuw doorkomt. Dat geeft ons als parochie hier op 't Zand alle reden om hoopvol en optimistisch de toekomst tegemoet te zien, kome wat komt.