Talita Koemi (2009)

De beste leesregel om de evangelie te verstaan is te weten dat de evangelies geschreven zijn vanuit het geloof in de verrijzenis van Jezus.  De verrezen Heer is blijvend aan het werk. Deze sleutel helpt om het evangelie van Marcus te openen.  Deze man geeft op het slot van zijn evangelie nauwelijks iets over de verrijzenis.  Maar deze is in gans zijn evangelie aanwezig.  Telkens wanneer je woorden ontvangt zoals "sta op", weet dan dat Verrijzenis dichtbij is.

In het evangelie zijn er drie verhalen over het tot leven wekken van een overledene.  Er is dit van de opwekking van de dochter van Jaïrus.  De drie synoptici vermelden het.  Lucas vertelt over de jongeling van Naim, die aan zijn moeder, een weduwe, wordt teruggeschonken.  Johannes brengt het verhaal van de opwekking van Lazarus die zijn plaats terug opneemt bij zijn twee zussen en vrienden.  Deze drie verhalen zijn slechts vanuit een visie op Pasen te verstaan.  "De terugkeer van een gestorvene in het aardse leven,die toch alweer met de dood zal eindigen, kan pas beeld van verlossing zijn vanuit de blik op Christus  Hij is definitief uit de dood opgewekt en waarborg van eeuwig leven.  De vraag naar dood en leven kan slechts vanuit Pasen radicaal gesteld worden" (J. Gnilka, Jesus von Nazaret, p. 140-141).

Marcus zegt dat Jezus er is opdat wij zouden leven, al is hij daarvoor zelf door de dood gegaan.

Marcus brengt twee verhalen, nauw in elkaar geweven.  Hij hanteert het sandwichmodel, waarbij een verhaal door een ander wordt omsloten.  Het is de zogenaamde 'tang-compositie', een tekst is als het ware geklemd tussen een ander verhaal in.  Wil Marcus daardoor het hoofdverhaal rekken en de spanning erin houden?

Het verhaal van de bloedvloeiing is ingelast in dat over de dochter van Jaïrus.  Twee verhalen over vrouwen; de ene verliest bloed, de andere haar puberteit.  Jezus straalt kracht uit.  De vrouw wil hem aanraken.  Rik van Den Bussche, prof. van exegese op het Gentse diocesaan seminarie, ging bij deze passage graag te keer tegen magische opvattingen in de religie, alsof het volstaat iets aan te raken zoals relieken om heil te bekomen.  Jezus kan maar werken wanneer er geloof is.  Dit geloof is meer dan een innerlijke gesteltenis, het drukt zich uit in een beweging.  De zieke vrouw riskeert zich. "Zij, die bij een hele reeks dokters wel haar geld was kwijtgeraakt (ook toen al ..) maar zonder er baat bij te vinden, dringt zich in de menigte naar Jezus toe, en raakt zijn kleren aan.  Het overwinnen van deze moeilijkheden, van uit de dichte en naamloze massa naar voren durven treden om contact te zoeken met Jezus: dat wordt 'geloof' genoemd en dit geloof geneest" (S. Lamberigts, Dit boek gaat over Jezus, p. 44).

Marcus heeft een gradatie in de wonderen, die Jezus verricht zo er geloof aanwezig is.  Jezus heeft demonen verdreven, een melaatse genezen, hij heeft een lamme naar lichaam en ziel gezond gemaakt.  Hij heeft zijn macht getoond over de natuur.  Hij is zelfs degene die de dood overwint en haar niet het laatste woord gunt.  Al die wonderdaden zijn geen krachtpatserij of het zoveelste nummer en stunt op het palmares van een held.  Bij Jezus is er een dialectische verhouding en spanning tussen zijn macht als wonderdoener en zijn onmacht op het kruis (J. Gnilka, Markus, p. 225).

Jezus pakt niet uit met de wonderdaden, al roepen deze verbazing op bij de omgeving.  Jezus is gekant tegen misbaar.  Bij een dodenwake hoort een ceremonieel.  Het is heel omvattend in de Afrikaanse wereld.  Rouwbeklag neemt daar veel tijd in beslag.  Geen rouw zonder pleuranten.  Hoe oprecht is onze rouw?

Het verhaal van de opwekking eindigde met een heel menselijke attentie.  "Zwijg er over en geef het kind te eten."  Heel gewone activiteiten.  Het leven herneemt. Jezus zegt dat wij basisbehoeften niet mogen vergeten.  Daarom was hij er bezorgd over dat het meisje eten zou krijgen.

"Doe goed en verdwijn."  Het is de stelregel van Jezus.  Hij gaat in tegen marketingtechnieken die de raad geven goed te doen en het ook te zeggen..  Dit eenvoudig zinnetje "Doe goed en verdwijn", dat teruggaat op wat Jezus deed en de wijze waarop hij handelde, zet nog elke dag mensen aan in alle eenvoud in dienst te staan van medemensen.  Caritasgemeenschap, dat nu als Present verder werkt, gaf deze regel mee aan wie zich inzette als vrijwilliger.

Jaïrus en zijn dochtertje voeden onze hoop.  "Christianus numquam desperat" (Erasmus).  Een christen houdt zoals Jaïrus niet op te hopen; hij wanhoopt niet (Gnilka, Marcus, p. 220)  Wanneer wij de moed verliezen en zouden opgeven, mogen wij Gods reddende hand niet uit het oog verliezen.  Jezus pakte Petrus bij de hand als deze het zinken nabij was.  Jezus tilde het meisje op.  Jezus gaat de onderwereld in om er Adam en Eva bij de hand te nemen en ze op te tillen.

Talita kumi, Sebastien de Fooz plaatste dit evangeliewoord bij zijn project van zijn lange voettocht van Gent naar Jeruzalem.

"O Heer die overwint, Uw kerk is als een kind dat wacht om op staan" (W. Barnard, ZJ 532).