Rijk door Zijn armoede (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden

* In de eerste lezing hoorden we: "God heeft alles geschapen om te leven... de mens voor de onsterfelijkheid" (Wijsh 1,13- 2,24). Daarmee is de toon gezet van deze 13de zondag door het jaar . In het evangelie hoorden we hoe Jezus een vrouw van bloedvloeiing geneest en een meisje het leven terugschenkt (Mc 5,21-43). Een crescendo: leven geven, genezen en leven terug geven.
* Morgen eindigt het Sint-Paulusjaar (29 juni). In het licht van de gedachte 'leven geven' zou ik graag even stilhouden bij de tweede lezing, een fragment uit de 2de brief van Paulus aan de Korintiërs. Daarin drukt Paulus zijn grote bekommernis uit dat de christenen van Korinte materieel edelmoedig zouden bijdragen voor het leven van de arme broeders en zusters in Jeruzalem.

1. Met zijn zorg voor de levensnood van anderen zit Paulus op het spoor van Jezus.

- De christenen van Jeruzalem koesterden in die tijd vragen over de pastorale aanpak van Paulus, die anders was dan bij hen die opgevoed waren, gesloten in de juridische sfeer van het Jodendom. Zelfs vijandige christenen uit het Jodendom kwamen vanuit Jeruzalem ter plaatse geregeld zijn werk verzuren. Maar boven de geest van vergelding of wraak leefde bij Paulus de geest van verzoening en solidariteit. Hij gebruikte tegenover vijand en belager de strategie van de liefde. In dit kader zocht hij overal in zijn Grieks-heidense wereld naar financiële steun voor de armen van Jeruzalem. Zo wakkert hij nu de christenen van Korinte aan om in mildheid niet onder te doen voor de Macedonische christenen (Filippi en Tessalonica). Zij waren ondanks hun eigen armoede, die tot een dieptepunt gekomen was, met vreugde bovenmatig vrijgevig geweest (2 Kor 8,1-3). Hun eigen gebrek had hun ogen geopend voor de noden van de anderen. Juist vanuit Korinte schreef Paulus later in zijn brief aan de Romeinen: "Vergeld niemand kwaad met kwaad... Als uw vijand honger heeft, geef hem te eten; als hij dorst heeft, geef hem te drinken. Zo zult gij vurige kolen van goedheid op zijn hoofd stapelen... Overwin het kwade door het goede". (Rom 12, 17-21).
- Paulus die Christus tijdens zijn aardse leven niet had gekend, had evenals Lucas in de eerste christelijke communauteiten wel Jezus' bergrede gehoord: "Bemin uw vijanden, doe wel aan die u haten... Geef aan ieder die u iets vraagt... Leen uit zonder erop te rekenen iets terug te krijgen..." (Mt 5, 42-47; Lc 6,27-35). Elders nog: "Verkoop uw bezittingen en geef aalmoezen. Verschaf u beurzen die niet verslijten, en verwerf een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief komt ... " (Lc 12.33). Deze belangloze liefde en vrijgevigheid behoorde tot het nieuwe van het evangelie. Dezelfde oproep lezen we bij Johannes: "Wie de goederen van deze wereld bezit en zijn broer gebrek ziet lijden maar zijn hart voor hem sluit, hoe kan Gods liefde in hem blijven ? " (1 Joh 3,17)

2. Instaan voor het leven van de anderen verwijst meteen naar een veel diepere levensnood.

- Jezus is hiervan model en uitgangspunt. Daarom zegt Paulus in de 2de lezing: "De liefdedaad van onze Heer Jezus Christus hoef ik u niet in herinnering te brengen: hoe Hij om uwentwille arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede" (2 Kor 8,9). Hij heeft zich totaal gegeven opdat wij het leven zouden hebben, het leven op een hoger niveau als deelname aan het leven van God. "Geen grotere liefde kan iemand hebben dan hij die zijn leven geeft..." (Joh 15,13). Johannes vult aan: "Hieraan hebben wij de liefde leren kennen, dat Christus zijn leven voor ons heeft gegeven; ook wij moeten ons leven geven voor onze broeders." (1 Joh 3,16). Het besluit van Johannes gaat heel ver: we moeten niet alleen de anderen doen leven, maar naar Jezus' model moeten we ook ons eigen leven in Jezus' kijk voor anderen beschikbaar stellen.
- Hiervan was Paulus totaal doordrongen. Hij ziet zijn eigen lijden en sterven in functie van de redding van de wereld. Aan de Galaten, die met geloofsafval waren bedreigd, schrijft hij bijna wenend: "Ach kinderen, om wie ik opnieuw weeën moet doorstaan totdat Christus in u gevormd is" (Gal 4,19). Het zijn de woorden van een moeder in barensnood. En opnieuw tot zijn Korintiërs: "Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam mee, want ook het leven van Jezus moet in ons lichaam openbaar worden... Zo verricht de dood zijn werk in ons en het leven in u." (2 Kor 4,10-12). Ik was eens bij een stervenszieke priester die enorm leed. Ik vroeg hem of hij zijn pijn kon dragen. Hij zei kort: "Kolossenzen 1,24". En dat was het woord van Paulus in gevangenschap: "Nu verheug ik mij dat ik voor u (de christenen van Kolosse) lijden mag en voor mijn deel aanvullen wat aan de kwellingen van Christus in mijn vlees ontbreekt, ten bate van zijn Lichaam, de Kerk ".

* De Macedoniërs verheugden zich in hun beproevingen (2 Kor 8,2). Paulus zelf verheugde zich in zijn kwellingen (2 Kor 6,9-10). Dat wijst erop dat ware vreugde gegeven wordt aan wie zichzelf heeft gegeven. Genot kan men grijpen. Het gaat voorbij als een schaduw. Vreugde koopt men niet. Vreugde ontvangt men. De zin van het offer wordt vandaag op de helling gezet. Het offer in liefde gebracht geeft God de ruimte zodat Hij leven kan geven. Het mysterie van het offer. Het mysterie van het lijden. De vruchtbaarheid van het kruis. Dood wordt leven. Armoede wordt rijkdom.