Er ging een kracht van Hem uit

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Er zijn bepaalde dingen die je nooit van je leven lukken, die je gewoon kunt vergeten. Dat is bijvoorbeeld het geval als je iemand wilt helpen die er niet van gediend is; of als je iemand wilt bezoeken die je liever ziet gaan dan komen; of als je iemand op moet tillen die niet meegeeft. Dan sta je namelijk machteloos, dan kun je zoiets gerust vergeten.

Het stuk uit het evangelie dat we vandaag lezen gaat daarover. Er gaat een kracht van Jezus uit. Een geweldige kracht. Maar die kracht alleen doet het niet. Die doet het echt niet. Als al die mensen luid staan te jammeren, en Hem straal uitlachen als hij zegt dat dat meisje niet dood is, maar slaapt, dan is Hij helemaal machteloos, en dan moet Hij tegen die mensen zeggen: ga naar buiten, ga weg, alstublieft: wegwezen. En alleen met het geloof van die overste kan hij dat meisje optillen.

Als wij hier wat dieper op ingaan: dat meisje was twaalf jaar. En die vrouw leed twaalf jaar aan bloedvloeiing. En dat meisje was de dochter van de overste van de synagoog. En het joodse volk had twaalf stammen. En dat joodse volk wordt door Jahwe genoemd: mijn dochter.

Het gaat dus niet om dat ene meisje. Het gaat ook niet om die ene vrouw. Het gaat hem om heel het volk, om alle mensen. Hij wil ze helpen, Hij wil ze tot leven brengen. Hij wil ze optillen. Het hele volk. Alle mensen. Er gaat een kracht van Hem uit. En die kracht gaat naar alle mensen, die bloed verliezen, die de moed uit zich voelen wegstromen. Maar het lukt hem alleen bij dat ene meisje, en bij die ene vrouw, omdat die twee door Hem geholpen willen worden. De rest moet hij buiten zetten. Tegen de rest moet hij zeggen: ga weg. Want die hele rest lacht hem uit. Die neemt hem niet au sérieux. Die jammeren alleen maar heel hard. Die schreeuwen moord en brand. Maar ze willen zich niet laten helpen.

Nu gaat het natuurlijk ook over onszelf. Het evangelie van onze Heer heeft de kracht ons te bevrijden, en ons gelukkig te maken, en ons te verlossen van moedeloosheid, als het bloed uit ons wegstroomt. Het heeft de kracht ons te verlossen van alles waarvan we ten onrechte bezeten zijn: van jaloezie, van eigenwaan, van wraakzucht, van haat, van moedeloosheid, van angst.

Maar we moeten natuurlijk wel geholpen willen worden. Want je kunt nooit iemand genezen die niet meewerkt. Hij kan dat ook niet.