Jezus is tegen de dood opgewassen

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

De dodenopwekkingen van Jezus kunnen wij, moderne mensen, moeilijk plaatsen. Dood is dood, zeggen wij. Alles wat leeft, moet sterven en wat eenmaal gestorven is, komt niet meer tot leven. Tegen die algemene ervaring, tegen die denkrichting, reageert het evangelie met klem. De boodschap van Jezus is een boodschap van leven. Het evangelie spreekt van een nieuwe aarde en een nieuwe hemel. Het evangelie getuigt dat de graven zullen opengaan en dat de doden zullen opstaan om voor eeuwig te leven bij God. In deze ongehoorde werkelijkheid kunnen wij alleen binnengaan door het geloof in Jezus. Hij heeft de macht onvergankelijk leven te schenken aan alle mensen. De dodenopwekkingen dienen om ons in dit geloof te sterken.

Het verhaal uit het evangelie is helemaal geen sensatiebericht. Daarom verbiedt Jezus erover te spreken. Deze diepe werkelijkheid kunnen wij alleen begrijpen vanuit het sterven en verrijzen van de Heer Jezus zelf. Dit verhaal wil niet de hoop versterken dat Jezus doden opwekt om ze nog een paar jaartjes te laten leven en dan weer opnieuw te sterven. Deze dodenopwekking is een teken dat Jezus de macht heeft om elke mens een nieuw en onsterfelijk leven te geven.

Zo heeft dit wonder een dubbel doel. Het wil ons duidelijk maken dat Jezus geen menselijk lijden kan zien zonder te helpen. Het is een teken van Gods goedheid en mensenliefde. Het is ook duidelijk dat in Jezus de nieuwe schepping begonnen is en dat de dood reeds overwonnen is.

Jaïrus is een typebeeld van de christelijke geloofshouding. Jaïrus was een rijk man. Hij behoorde tot de farizeeën, een sekte die Jezus niet welgezind was. De weg naar Jezus moet voor hem niet zo gemakkelijk geweest zijn. Hij heeft waarschijnlijk veel vooroordelen moeten overwinnen, voor hij Jezus de vraag stelde zijn dochter te helpen: 'Kom, leg haar de handen op, dan zal ze blijven leven'. Zijn geloof was zo groot dat hij ervan overtuigd was, dat Jezus dit ziek leven zou redden en een nieuwe toekomst geven. En Jezus gaat mee. Wat een heerlijke ervaring! Jezus gaat mee met deze vader in nood. Hij laat hem niet alleen. Hij is zijn metgezel op de weg van angst en hoop.

Het geloof van Jaïrus staat in fel contrast met het ongeloof van de menigte. Zij twijfelen aan de macht van Jezus. De aanwezigheid van de dood maakt hen moedeloos. Zij geloven niet dat Jezus tegen de dood opgewassen is. 'Uw dochter is gestorven, wat val je Jezus nog lastig?' menen zij. Maar Jezus gaat de weg naar het leven consequent verder en Hij nodigt Jaïrus uit om ook moedig voort te gaan op de weg van het geloof. 'Vrees niet', zegt Hij, 'maar geloof.' Geloof je dat je door de verrijzenis van Jezus het leven in je draagt? En wel in zulk een overvloed dat je aan elke mens dat nieuwe leven door kunt geven?

Hij laat alle twijfelende mensen buiten en treedt met de vertrouwde leerlingen en Jaïrus de dodenkamer binnen. Hier toont Hij zijn soevereiniteit tegenover de dood. In de ogen van Jezus is elke dood maar een slaap en met één enkel woord wekt Hij het kind tot leven. Wij mogen bij de dood niet zeggen: het heeft de Heer behaagd! God wil de dood niet. Omdat de dood er is, weten wij dat de wereld nog onaf is en dat ze nog verlossing nodig heeft. Jezus alleen kan de dood overwinnen en die overwinning noemen we verrijzenis.

In onze tijd leven we nog in dezelfde situatie van toen. De mensen weeklagen en jammeren nog even hard over de dood als vroeger. Alles wat we lezen en zien op de tv is verschrikking en dood. Onze eeuw is een eeuw van oorlogen, van honger en dood. Kunnen wij nog spreken van hoop, als wij zien hoe onze planeet zich voorbereidt op een totale vernietiging? Voor ons schijnt de dood even onoverkomelijk als voor die klagende menigte ten tijde van Jezus. Een enquête wijst uit dat zelfs 40 % van de christenen denkt dat er na de dood niets meer is. Dertig procent hoopt dat er iets is, maar weet niet wat en slechts 10 % durft hopen op een eeuwig leven.

Wij moeten vandaag opzien naar het geloof van Jaïrus, het geloof van de Kerk. Als wij tegenover het gevaar van de dood staan, nodigt Jezus ons uit: 'Vrees niet!' 'Geloof!' Jezus vraagt geloof in zijn persoon. Mensen moeten in Hem durven geloven en op Hem vertrouwen, ook als de situatie hopeloos lijkt. Bij God is er altijd toekomst.

Dat is de kern van het evangelie nu: God zegt ja tot de mens en dit jawoord wordt door de dood niet verbroken. Dat is de diepste kern van ons geloof. Wij zijn niet geboren bij toeval en wij sterven niet bij toeval. De smart van de scheiding bij de dood moet bij ons geen angst opwekken, maar hoop op Jezus die tot ieder van ons zal zeggen: 'Sta op!'