Hoe denken wij over wonderen?

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

De opwekking van het dochtertje van Jaïrus mag voor ons een aanleiding zijn om eens na te denken over de wonderen van Jezus. Vroeger waren wonderen dikwijls een motief om te geloven; voor ons, nuchter denkende moderne mensen, zijn ze vaak een reden tot twijfel geworden. Verhalen over dodenopwekkingen zijn voor ons vandaag de dag meer een moeilijkheid dan een steun voor ons geloof. Wij vragen ons af: Is dat allemaal werkelijk zo gebeurd? Kan een dode weer levend worden? In de tijd van Jezus geloofde het gewone volk dat doden opgewekt konden worden door een godsman, dat blijkt uit Bijbelse en ook uit heidense teksten. Nu weten we meer en we hebben geen enkel wetenschappelijk bewijs dat Ooit een dode ten leven is opgewekt. Natuurlijk, de Schepper van hemel en aarde zou dat kunnen, maar de vraag is of Hij het ooit gedaan heeft. De een of ander zal misschien tegenwerpen: Maar het evangelie spreekt toch over drie mensen die uit de dood zijn opgewekt. Zo eenvoudig is de oplossing nu ook weer niet. De vraag is of het verhaal van de dodenopwekking een historisch verslag is of een zinnebeeldig verhaal. Wat wilden de evangelisten met zo'n verhaal duidelijk maken? Zij spreken over een jong meisje, dat pas gestorven is, over de jongeman van Naïn, die al naar het graf gedragen wordt, en tenslotte over Lazarus, die al drie dagen in het graf ligt. Die verhalen zijn telkens zo verschillend opgebouwd, zozeer beladen met zinnebeeldige toespelingen dat wij nu niet meer kunnen achterhalen, wat er eigenlijk gebeurd is, welk historisch feit achter zo'n wonderverhaal schuilgaat.

Wij mogen niet vergeten dat alle wonderverhalen in dienst staan van de verkondiging. Zij zeggen ons wie Jezus is en wat Hij voor ons kan betekenen. Daarom spreekt Sint Jan niet over wonderen, maar over tekenen en hij zegt dat al die tekenen zijn neergeschreven opdat wij mogen geloven dat Jezus de Christus is en opdat wij door te geloven leven mogen bezitten. Op de vraag of Jezus wonderen gedaan heeft, zal elke gelovige bijbelkenner volmondig ‘ja' antwoorden. Maar als je nu vraagt: moeten wij alle wonderverhalen letterlijk nemen? dan zullen de geleerden even duidelijk antwoorden: ‘nee'. Dat wil niet zeggen dat die verhalen niet waar zijn. Het gaat om de boodschap die de schrijver wil verkondigen. Met dit verhaal heeft Marcus een heel bijzondere bedoeling. Hij wil duidelijk maken dat God aan geen enkel menselijk lijden achteloos voorbijgaat. Jezus gaat mee met deze vader in nood, Hij is zijn metgezel in angst en kommer. Dit verhaal is een oproep tot hoop op het volle leven. En Jaïrus is voor ons een typebeeld van de christelijke geloofshouding. Zijn naam betekent ‘God zal opwekken'.

Marcus wil heel bijzonder duidelijk maken, dat Jezus door zijn verrijzenis in zich de macht heeft om onvergankelijk leven te schenken aan alle mensen. De dood wordt maar een ‘slaap' genoemd, want Jezus kan iedereen opwekken tot nieuw en eeuwig leven. Hij nodigt Jaïrus uit, om ondanks alles, moedig verder te gaan op de weg van het geloof, omdat de dood maar een doorgangsfase is. Wij weten niet precies wat er met dit kind gebeurd is. Maar dat is niet zo erg. Wat zou het eigenlijk voor ons nu kunnen betekenen dat Jezus eens een kind uit de dood heeft opgewekt, dat later weer zou sterven?

Ik weet niet of iemand wel zo graag uit de dood zou willen terugkeren. Een kind is goed geborgen in de moederschoot, maar zodra het in deze wereld geademd heeft, wil het niet meer terug. Zo voelen wij ons misschien goed geborgen in deze wereld, maar als wij eenmaal zijn binnengegaan in het licht van God, zullen wij niet meer willen terugkeren. De evangelist zegt ons vandaag: Jezus roept de mensen niet terug in dit vergankelijk leven, maar Hij geeft nieuw en onvergankelijk leven aan allen die in Hem geloven. Zo begrepen kan dit verhaal ook voor ons een echte blijde boodschap worden. Onze dierbare overledenen leven bij God.

Deze boodschap van leven wil Marcus aan ons verder geven. In de persoon van Jaïrus nodigt hij ons uit, niet bang te zijn en te blijven geloven in Jezus, ondanks de dood, want onze dierbaren zijn ontslapen in de Heer Jezus, die voor hen verrijzenis en leven wil zijn.