Hij heeft macht over de dood

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Als het gaat over leven of dood, schertst men niet, dan is men doodernstig. Hoe kon Jezus zeggen: "dat kind is niet gestorven, het slaapt". Tegenover de onverbiddelijkheid, de ernst van de dood nemen we aanstoot aan deze woorden van Jezus. Weet Hij wel wat Hij zegt? Kunnen we ons afvragen: hoe wij staan tegenover de dood? Doen wij niet alsof de dood niet bestaat, zolang het ons goed gaat. Wij houden de angst voor de dood van ons omdat we kost wat kost willen leven... Krampachtig dienen we de "levenscultus". Wij willen er jong uit zien; bewijzen dat wij nog dynamisch zijn en up-to-date, dat we nog alles kunnen. En als de dood toch onverbiddelijk toeslaat, geen rekening houdend met onze toekomstdromen en verzekeringen allerhande, dan treuren wij, zijn wanhopig en vallen in een blinde moedeloosheid.

Wie kan eigenlijk de klagenden verbieden te treuren? Wie kan de macht van de dood ontkennen? Is de houding van Jezus dan toch niet respectloos? Hoe kon Hij vragen: waarom wenen jullie? Voor Jezus gaat het bovenal om het leven van het jong meisje. Daarvoor laat Hij alles staan en liggen en geeft Hij geen aandacht aan het wenen van de klagenden en de nieuwsgierigheid van de menigte. Hij neemt alleen hen mee in het huis, die tenminste een kleine vonk van hoop in zich dragen: de drie apostelen en de ouders. Zij geloven, of beter hopen nog dat Jezus tegen de dood is opgewassen. Hij neemt het dode kind behoedzaam bij de hand en zegt: sta op. Hier is iemand aan het werk die geen respect kent voor de dood, maar wel de allergrootste eerbied voor het leven van een mens, voor het leven van een kind. En het evangelie zegt letterlijk: "Zij stonden stom van verbazing". Ze geraakten buiten zichzelf en in de plaats van zich te verheugen, verwonderden zij zich. Begrijpelijk, want Jezus legt de kaarten over de dood helemaal anders. Voor Hem is de grens tussen leven en dood niet meer zeker. Jezus maakt de menigte duidelijk dat niet meer de dood, maar wel het leven de zekerste en de meest vanzelfsprekende zaak in deze wereld is. Daarom zegt Hij ook uitdrukkelijk dat men het meisje te eten moet geven. Hij heeft haar opgewekt om te leven. Jezus wil duidelijk maken dat men het leven moet dienen, het moet laten groeien en dat men met veel tederheid met het leven, dat zo kwetsbaar is, moet omgaan. Elk leven is heilig en elke zonde is een inbreuk op het leven, ze schaadt en kwetst het leven.

Jezus is een dienaar van het leven en Hij draagt deze zorg aan ons over: dien het leven, geef het meisje eten, opdat haar jong en gebroken leven zich kan ontplooien. Overal waar wij het leven dienen, bevorderen of behoeden, staan wij aan de zijde van Jezus. Het geneesmiddel tegen de dood is ons geloof. Jezus zegt: blijf geloven dat het leven niet definitief verstoord kan worden. Het leven slaapt, misschien vele jaren, maar eens zullen wij allen ontslapen en wakker worden in de Heer. Wij moeten de moed hebben het leven behoedzaam bij de hand te nemen en, zoals Jezus, te zeggen: sta op. Dan kan er nieuw leven ontstaan, daar gebeurt de opstanding. Dat is de kern van dit evangelie.