Aangeraakt door Hem

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Als mensen ouder worden, merken ze aan de kwaaltjes en onhebbelijkheden die zij krijgen, dat de dood nadert. Ais kind heb je nauwelijks weet van doodgaan, je leeft maar door, vanzelf en zonder moeite. Maar later ga je door allerlei symptomen en verschijnselen merken: ik zal er ook eens bij zijn!
Je wordt eraan herinnerd, doordat iemand in je naaste omgeving wegvalt. Je leest de overlijdensadvertenties wat nauwkeuriger, en komt daarin je eigen geboortejaar tegen. Onder elkaar wordt er wat meer over gesproken. Je merkt voortdurend: ik ben niet onsterfelijk.

Nu hebben we het hier over een bepaalde vorm van doodgaan. Het lichamelijk aftakelen en het biologisch sterven. Als de Bijbel spreekt over doodgaan, bedoelt ze daarmee nog iets dat veel dieper gaat.
Doodgaan, dood-zijn in de heilige Schrift is: niet werkelijk zó tot leven komen, dat het een menselijk en medemenselijk leven wordt. Je zou kunnen zeggen: menswaardig. Als de oude Aartsvaders in de Bijbel sterven, zien ze terug op een vol leven waarin ze God hebben mogen ontmoeten, waarin ze nakomelingen hebben gekregen, waarin ze gezondigd hebben, maar waarin ze ook Gods vergeving hebben ervaren. Tegelijk zien ze vooruit naar: hoe zal het verder gaan als ik er niet meer ben. En ze krijgen visioenen, ze dromen van een toekomst waarin hun vele kinderen - tot een groot volk geworden, uitgegroeid tot een hele mensheid - diezelfde goede ervaringen met God mogen hebben als zij hebben gehad.

En zo is langzamerhand de overtuiging ontstaan: als je in je leven God hebt mogen aanraken, zijn bedoelingen hebt leren kennen, zijn Levenswet bent gaan verstaan, dan heb je echt geleefd en kun je niet sterven. Dan ga je verder, dan blijft je leven voortbestaan.
Soms mag je dit trouwens in je eigen leven ervaren: ik ben veel verder gekomen dan ik ooit had kunnen denken. Vroeger was ik maar een kind, mijn omgeving zag het met mij niet zitten en ook ikzelf twijfelde. Nu ben ik een mens geworden van wie men iets verwacht. Mijn leven van nu is meer geworden dan ik ooit had voorzien.
En hoe is dat zo gekomen? Het evangelie van vandaag brengt ons op de gedachte: dat is gekomen door de ‘aanraking' van de Heer. Wie door Hem wordt aangeraakt, komt als dit klein sterfelijk kind tot leven (dochtertje van Jaïrus). Wie door Hem wordt aangeraakt, geneest van zijn kwalen zoals de vrouw met de bloedziekte.

Wie door God wordt aangeraakt is op weg om ‘onsterfelijk' te worden, want Hij is een ‘God van levenden' en de dood bestaat niet voor Hem, kent Hij niet.
Toen men een keer aan de zon vroeg, of ze wist wat donker en duisternis was, antwoordde de zon: "Duisternis? nooit van gehoord!" Zoiets moet het bij God zijn. Hij is zo volop leven, dat de dood in zijn omgeving niet voorkomt. "Dood? bestaat bij Mij niet", zegt Hij.
De aanraking met God vernietigt het dood-zijn, het niet werkelijk tot leven komen.
Dat is de betekenis van de wonderlijke verhalen uit het evangelie, waarin Jezus mensen tot leven wekt, tot nieuw en wérkelijk leven, overeind laat komen uit hun niet-bestaan. Het kind van Jaïrus, de jongen van Naïn, en de vriend Lazarus zijn daar voorbeelden van. Maar ook alle genezingen, reddingen van kwalijke geesten. Heel het evangelie is eigenlijk één groot verrijzenisverhaal, één voortdurend redden uit de dood, het on-bestaan.
Een mens die een beetje door God, of door zijn beste vertegenwoordiger, Jezus Christus, is aangeraakt, is wijs geworden, weet wel beter. Hij weet: God heeft de dood niet gemaakt. Hij heeft mij geschapen om te leven. En hoe moet je dan leven? Door gerechtigheid te doen. Ja, de aanraking met God leidt tot medeleven, tot doen wat doet leven.
Moge de aanraking met God, met Jezus, ons vandaag tot nieuw leven brengen. Want we zijn gemaakt voor de onsterfelijkheid, voor het verder-komen dan waar we nu zijn.