Mijn dochter is ziek

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Hoe vaak zou de hemel deze vraag van mensen al hebben gehoord: ‘Mijn dochter is ziek.' Als de aarde schreit, moet de hemel het weten. Ontelbare keren heeft de aarde geschreid en geroepen op de hemel: doe dan toch iets, ‘kom haar de handen opleggen'. Het is de mens die schreeuwt om Gods handoplegging. Jaïrus is elke vader en elke moeder in dit verhaal.

Het is een typisch genezingswonder. Het kind was ongeneselijk ziek, op sterven na dood. Dus roepen mensen op de hemel. Vanwaar kun je anders nog hulp verwachten? Deze simpele uitspraak maakt ons vandaag heel sceptisch. Terecht, het dochtertje van Jairus zou vandaag allang genezen zijn. Het zou allang gezond rondlopen, om de woorden van Marcus na te zeggen. Ik citeer deze woorden van Marcus evenwel letterlijk, omdat we moeten leren deze man ernstig te nemen. Hij wil ons leren dat elk genezen van God komt. Of anders gezegd, dat elk genezen-worden een teken is uit de hemel.

Zo stap ik een ziekenhuis binnen. Hier liggen vele zwaar zieke mensen. Hier wordt zeer veel aan deze mensen gedaan. En dat wordt steeds maar beter en fijner en accurater. In de meeste gevallen zegt het medische korps: Talita koemi, meisje sta op. En het meisje wordt recht geholpen, het staat op. Het wordt aan vader en moeder teruggegeven. Het mag opnieuw leven. Maar hier zou Marcus zijn vinger opsteken. Genezen is niet een bloot materieel feit. Het is God die door mensenhanden en door menselijk vernuft zijn menselijkheid toont.

Daar heeft de moderne mens het knap lastig mee. Hij wil afrekenen met een mirakelgod. De wetenschap toont ons hoezeer een verre en afstandelijke God voor ons een grote vreemde is geworden. Welnu, dat verdient God niet. Dat verdient de mens niet. Dat verdient ook de wetenschap niet. Ziekenhuizen zijn een vindplaats van God. Het is letterlijk godgeklaagd dat er tussen geloof en wetenschap een zo diepe kloof is gegroeid. Dat zou echt niet mogen. Geloof en wetenschap zijn elkaars partners. Indien ze uiteen zijn gegroeid, is ofwel de wetenschap fout ofwel het geloof. Ofwel zijn ze het allebei.

Daarom is het goed eens een genezingswonder goed te mogen lezen. Marcus zegt niet zomaar dat het dochtertje van Jaïrus opnieuw kan lopen en eten. Marcus zegt alleen en vooral dat God zich daarin verheugt, dat God mensen tot ‘opstanding' wil brengen. Genezers doen goddelijk werk. Dat geloven ze natuurlijk niet omdat hun Godsbeeld te zeer de contouren heeft van een hocus-pocus-god.

Dat is een aanfluiting van wat Marcus precies bedoelt. Volgens hem is de genezende hand van de mens het verlengde van Gods helende hand. Is het dan zo vreemd dat een verpleegster onlangs zei: ‘Ik vind God op mijn dienst?' Dat is evangelische logica. Hier beseft de mens hoe goddelijk goed hij kan zijn, ook al wordt zijn goedheid vandaag afgelezen van een computerscherm, ook al wordt zijn dienst aan de mens technologisch gestuurd.

God opereert niet ver van ons ziekbed. Telkens als een zieke het ziekenhuis verlaat en opnieuw kan lopen en eten, heeft God gescoord op aarde.

De hemel lacht als dit gebeurt.