Eigen initiatief

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Een van de dingen die in het evangelie volgens Marcus steeds weer opvalt, is dat uitgerekend zijn leerlingen hem nooit schijnen te begrijpen. Dat onbegrip is aanwezig vanaf het begin tot het einde van Marcus' evangelie. Dit in tegenstelling met hun houding in bijvoorbeeld het evangelie volgens Matteüs. Die benadrukt dat ze dat wel doen. Marcus evangelie is dan ook voor een andere groep van lezers geschreven dan de lezerskring van Matteüs.

Matteüs schrijft voor een gemeente die - aanvankelijk in Jeruzalem - bestond uit de vrienden, bekenden en familieleden van Jezus, terwijl Marcus schrijft voor een gemeente in Galilea, ver van het oude centrum, en veracht door de groep die uit de hoofdstad kwam.

Als je de classificatie van Jezus toepast, als hij het heeft over de soorten van aarde waarop zijn woord valt, dan is het alsof de apostelen tot de rotsachtige bodem horen, waarop het zaad wel valt, maar dat de grootste moeite heeft om dat zaad wat groeikracht te geven. Het is het geloof in Jezus dat die groeikracht geeft, en daar schieten ze steeds weer in te kort. Het woordje ‘rots' (petra) dat Jezus aan hun leider ‘Petrus' als bijnaam geeft had wellicht een andere bijbetekenis, dan die wij er gewoonlijk aan geven.

Koos Jezus hen omdat ze zo stug waren? Wilde hij zo laten zien dat hij uiteindelijk iedereen mee kan krijgen?

In de verhalen van vandaag wordt er opnieuw op dat geloof ingegaan. Terwijl dat geloof zo moeilijk is voor de twaalf, dat ze hem in ons verhaal op een gegeven ogenblik praktisch uitlachen, zijn er twee die wel geloven. Het is misschien niet voor niets dat die twee ook iets met dat getal twaalf te maken hebben. Er is het meisje van twaalf, en de vrouw die twaalf jaar lang aan een bloeding leed. In beide gevallen loopt hun geloof vooruit op hun wonderlijke genezingen. Geen van de twee keren neemt Jezus het initiatief.

Eerst is er de leider van de synagoge die - in het openbaar - voor hem op zijn knieën valt. Dan is er de vrouw die Jezus' reactie op dat verzoek onderbreekt, en die eerst genezen wordt. Ook die volgorde, of voorkeur, is van belang en typisch iets voor Marcus. Het gaat hier over een dubbele genezing, een ervan betreft iemand uit de bovenkant van de maatschappij, ‘de overste van de synagoge', een man, zo voornaam dat zelfs zijn naam Jaïrus - genoemd wordt, en dan een zeker in haar situatie verachte vrouw, dus iemand uit de onderkant van diezelfde maatschappij.

De niet met name genoemde vrouw volgt de menigte rond Jezus naar het huis van Jaïrus. Ze is niet erg moedig. Als ze zich later vertoont is dat ‘in schrik en beven'. Maar ze is vol vertrouwen. Dat vertrouwen komt van wat ze over Jezus gehoord heeft. Ze gelooft dat ze genezen zal als ze Jezus aanraakt. Ze dring zich dus door de menigte heen naar Jezus toe en raakt hem aan, zonder daar verlof of excuus voor te vragen. Ze voelt hoe haar bloeding op datzelfde ogenblik ophoudt en dat ze genezen is.

Het is van belang op te merken dat dit alles eigenlijk buiten Jezus om gebeurt. De vrouw heeft gehoord en geluisterd, ze komt, ze gelooft dat ze zal genezen als ze hem aanraakt, dat doet ze, en ze is beter. In haar geloof overwint ze haar vrees - misschien is dat het grootste wonder! - en is ze genezen. Dat is wat Jezus van haar zegt: ‘Uw eigen geloof heeft u genezen!' Voordat hij dat zegt is hij door zijn leerlingen uitgelachen. Als de vrouw hem aanraakt, keert Jezus zich namelijk om, omdat ‘hij voelde dat er een kracht van hem uitgegaan was'. Hij vraagt: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?' Ze vragen hem sarcastisch midden in de opdringende menigte, ‘hoe kun je nu in zo'n menigte vragen wie je aanraakt'.

Het lijkt een onnozele vraag, en toch helpt ze ons verder. Natuurlijk waren er tientallen mensen die hem die dag aanraakten. Maar met hen gebeurde verder niets. Louter het aanraken van Jezus doet geen kracht van hem uitgaan. Dat gebeurt alleen als je dat in geloot in hem doet. Het is op dat ogenblik dat je deelt in hem, in zijn visie en daarom ook in zijn kracht. Geloven in hem is bij Marcus niet het gevolg van een wonder, het is er een voorwaarde voor. Je gelooft niet omdat je geneest, je heelt omdat je gelooft. Het klinkt bijna ketters. Jezus zegt het zelf: ‘Uw geloof heeft u genezen.'