13e zondag door het jaar (2006)

Het Boek Wijsheid, niet het meest bekende, en zeker niet het meest gelezen boek uit de Bijbel.
De schrijver doet het voorkomen alsof Koning Salomo aan het woord is, die koning, die befaamd was om zijn wijsheid.
Maar geleerden hebben geoordeeld dat het geschrift waarschijnlijk van veel latere datum is dan de tijd van Koning Salomo. De manier waarop over zaken van geloof, leven en dood geschreven wordt heeft de kenmerken van de Griekse filosofie.
Op grond daarvan wordt geschat dat het boek ontstaan is ergens tussen 300 en 50 jaar voor de geboorte van Christus.

In het gedeelte dat we lazen uit het boek Wijsheid probeert de schrijver een verklaring te geven voor wat hij zag hoe het in de wereld toe gaat. Wat die schrijver zag, zien wij natuurlijk ook: namelijk, dat het niet uit lijkt te maken hoe een mens leeft: geluk of ongeluk, rijkdom of armoe, gezondheid, ziekte, dood: het zijn dingen die ons overkomen. Ze zijn niet of nauwelijks door onszelf te beïnvloeden.
En de schrijver zag nog meer, wat wij ook zien: dat er mensen zijn, hij noemt ze de onrechtvaardigen, die hun leven inrichten zonder rekening te houden met de anderen, de armen, de kanslozen, de zwakken in ons midden die steun en bescherming nodig hebben.
Daartegenover plaatst de schrijver de rechtvaardigen, die leven volgens Gods geboden.

De schrijver constateert, dat het niet logisch en niet eerlijk is; de rechtvaardigen hebben net zoveel te lijden in het leven als de onrechtvaardigen, en misschien zelfs nog wel meer.
Heel begrijpelijk vraagt hij zich dan af waarom je dan zou moeten leven als een rechtvaardige.
Op die vraag probeert hij op de wijze van de Griekse filosofie van die tijd een antwoord te geven. Dat antwoord is God, die de rechtvaardigen na hun dood beloont, met een eeuwig leven, en de onrechtvaardigen moeten het dan doen met een eeuwige dood. Hier herkennen we een gedachtengang die het christelijke denken over het leven na de dood en zeker de katholieke traditie, eeuwenlang heeft gekenmerkt. Simpel gezegd: door goed te leven kom je in de hemel, door slecht te leven kom je in de hel, of zoiets. Is dit antwoord, ontstaan in een Griekse filosofie, meer dan 2000 jaar geleden, voor ons nu in de 21ste eeuw ook nog steeds een passend antwoord? Het christendom heeft aan deze gedachtegang wel altijd nog een minstens zo belangrijk geloofspunt toegevoegd: de verlossing door de kruisdood van Jezus. Het is niet allereerst de verdienste van een mens, die goed heeft geleefd, dat hij in de hemel komt, maar te danken aan de goedheid van God.
Filosofie is een nooit eindigend proces van denken over de wereld zoals die is, over de rol van de mens in die wereld, over een begin en een einde,over de aanwezigheid of afwezigheid van God, over de kenbaarheid van God en van zijn wil. Filosofie, en in het verlengde daarvan de theologie: dat is zoeken en onder woorden brengen, en elkaar daarbij kritisch bevragen.
Als we dan de filosofie van het boek wijsheid kritisch bezien, denk ik, dat we moeten spreken van een filosofie van de kouwe grond: voor ons niet meer invoelbaar, niet meer een bevredigend antwoord gevend op de vragen waarmee we nu in het leven staan: een te eenvoudige voorstelling van zaken. Immers, de redenering, dat wie goed leeft een eeuwig leven staat te wachten na de dood, en dat wie niet goed leeft verdoemd is tot..., ja tot wat, tot het volledige niets, die redenering kunnen we toch niet meer helemaal volgen.
We stuiten alleen al op de vraag: wie is een rechtvaardige en wie niet? Zijn wij hier bij elkaar allemaal rechtvaardigen, en lopen de onrechtvaardigen allemaal buiten rond?
Ik zou het ons met elkaar zo toewensen, maar voor mijzelf althans ben ik er niet zeker van volledig tot die categorie gerekend te kunnen worden. U zult het wel met me eens zijn: perfecte mensen bestaan niet.
En daarom moeten we wat betreft het leven na de dood uiteindelijk allemaal ons vertrouwen stellen in de goedheid van God.
Filosofie van de kouwe grond, dat zei ik van de gedachtegang van het boek Wijsheid, maar kan dat uiteindelijk niet gezegd worden van al het denken en spreken van mensen over de zin van het leven, over de kenbaarheid van God, over het hiernamaals?. Is er uiteindelijk wel iets te weten, iets te zeggen?
Of is er alleen maar te leven. Het leven dat geleefd wil worden, het leven dat geleefd moet worden.
Al doende, al levende moeten we leren hoe te leven. We leren van het leven: wat is goed, wat is slecht, wat is dwaasheid, wat is wijsheid.
Bij dat leren hebben we elkaar nodig: kinderen leren het van hun ouders, van leerkrachten, van hun omgeving. En volwassenen kunnen leren van elkaars ervaringen, en van ervaringen uit het verleden.

Dat is de zin van onze zondagse bijeenkomsten hier: we lezen uit de bijbel, een boek vol ervaringen van mensen die leefden, als rechtvaardigen, of als onrechtvaardigen, met God, of zonder God, op zoek naar God, of op de vlucht voor God. Van die opgeschreven ervaringen willen we leren.

Maar ervaringen van mensen, daarvan is de bijbel toch niet de enige vindplaats? Er is toch een wereld van ervaringen neergelegd in verhalen, boeken, films, theaterstukken, en in de overleveringen van generatie op generatie? Waarom steeds weer, nu nog steeds na duizenden jaren, dat we lezen en willen leren uit die bijbel? Hier eindigt het weten, hier begint het geloven. In de bijbel staat, overal en ergens, misschien meer tussen de regels dan in de regels, het enige woord, dat het geheim van het leven verklaart, omdat het het leven schept. Een woord, dat het volk Israël voor het eerst heeft ontdekt, toen, onder leiding van Mozes, in de woestijn. Een woord, dat men niet uitsprak uit eerbied, al moest men vier letters gebruiken om het neer te kunnen schrijven: JHWH.
De betekenis van dat woord, zoiets als: Ik ben, Ik zal er zijn.
Aan dat woord zit geen filosofie of theologie vast. Het woord is alles tegelijk: uitleg van wat is geschapen, opdracht voor het hier en nu, hoop voor de toekomst.

Dat heeft de schrijver van het boek Wijsheid ook begrepen, dat er in de oude geschiedenis van dat volk Israël een wijsheid met eeuwigheidswaarde verborgen zit.
In de tweede helft van het boek Wijsheid geeft hij een samenvatting van al die verhalen die in de eerste bijbelboeken worden verteld, over Adam, Kaïn en Abel, Noach, Abraham, Isaak en Jacob, het volk in Egypte, kortom de hele bijbelse geschiedenis van wat wij het Oude Testament noemen. En daarin wijst de schrijver steeds de wijsheid aan, soms noemt hij het ook de Heilige Geest, als factor die de geschiedenis stuurt, richting geeft. Wijsheid dus die, zo zegt hij, van God komt. Hij geeft dus een samenvattend verslag, van de ervaringen van het volk Israël, van hun zoektocht naar de essentie van het leven, hun zoektocht met God, naar God..
Dat woord, "Ik zal er zijn", die naam, die ze gevonden hebben, dat is de kern van ons geloof.
Er is geen definitief antwoord op al onze menselijke vragen: Waarom zou ik goed leven, terwijl anderen er een potje van maken? Waarom treft het ongeluk rechtvaardigen en onrechtvaardigen in gelijke mate? Wat is er na de dood?
Vragen waar mensen als kinderen van hun eigen tijd, altijd maar een voorlopig antwoord op kunnen formuleren.
Maar wat blijft, door de eeuwen heen, is het woord, dat niet een verklaring van buitenaf wil zijn, maar dat vanuit ons hart naar het leven, en naar de wereld kijkt, en dat ons oproept om mee te doen: ook jij zult er zijn.

En dan lezen we vandaag over die mens Jezus, die dat woord "Ik zal er zijn" tot zijn eigenste eigene heeft gemaakt en we horen, dat hij wonderen verricht: een zieke vrouw geneest, louter door er te zijn, en dat hij een dood gewaand kind opwekt tot leven.
Als wij dan hier bij elkaar zijn gekomen om te leren, dan mogen, ja moeten wij in dat verhaal een les horen, een les voor ons eigen leven, net zo goed als voor het leven wereldwijd.

Ten dode opgeschreven kinderen, die nog slechts door een wonder tot leven gewekt kunnen worden: ik las erover in een krantenbericht van enkele weken geleden.
Ik lees enkele regels voor, de rest van het artikel kunt u er wel ongeveer zelf bij verzinnen.

Een belangrijke doelstelling van de Verenigde Naties is, om de sterfte onder kinderen voor het jaar 2015 gehalveerd te hebben.. Dit jaar 2006, zullen er wereldwijd elf miljoen kinderen onder de 5 jaar sterven. 63 procent van de sterfte kan in principe worden voorkomen met beperkte, betaalbare medicijnen. Op een congres aan de Vrije Universiteit van Amsterdam sprak professor Elizabeth Molineux, uit Malawi .
De doelstelling voor 2015 zal niet gehaald worden. Dat wordt op zijn vroegst 2065 als we zo doorgaan.

Laten we ons maar niet zorgen maken over het leven na de dood, of er een eeuwig leven is, en of dat voor ons is weggelegd. Daarvoor kunnen we beter maar vertrouwen op de goedheid van God.
Laten we kijken hoe wij wonderen kunnen verrichten, in dit, ons leven dat geleefd wil worden, zo goed als mogelijk is, vandaag, deze week, en zolang het ons gegeven is.

Dat een door God gegeven wijsheid ons daarbij deelachtig moge worden.