In het leven staan (2006)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 538 niet laden

Zeer regelmatig worden wij mensen geconfronteerd met ziekte. Niemand van ons ontkomt er aan. Of het nu je eigen gezondheid is die het laat afweten, of dat je veel zorgen hebt om een ander, of je lid bent van de Zonnebloem of zelf al jarenlang met kanker worstelt of mensen in je omgeving hebt verloren of je moet accepteren dat je gezondheid je steeds minder mogelijkheden toelaat. Ontegenzeggelijk heeft de gezondheid een grote invloed op het leven van ieder van ons. Je kunt nu eenmaal niet om je eigen lijf heen, niet om je eigen geest heen, je kunt niet even je lichaam af- of uitdoen.

Voeg daarbij de reclame met allemaal mooie jonge mensen die blaken van gezondheid en de conclusie lijkt gerechtvaardigd: je gezondheid bepaalt de kwaliteit van je leven. Hoe vaak horen of gebruiken we niet de uitdrukking: als je maar gezond bent. In onze maatschappij lijkt gezondheid hét criterium te zijn van leven (of dood).

Ook wij zijn onderdeel van deze maatschappij. Als we in het evangelie horen over de vrouw die jarenlang alle mogelijke dokters heeft afgelopen zonder er ook maar iets beter van te zijn geworden, ja er zelfs op achteruit is gegaan, kunnen velen van ons hier hun eigen verhaal naast leggen. En door alle medische vooruitgang verwachten of eisen we tegenwoordig dat artsen alles kunnen, en accepteren zeker bij ons lijf niet dat niet alles maakbaar is.

Wat heeft de Schrift ons dan te leren, of vertelt die ons alleen dat er nog niets veranderd is?
De eerste lezing uit het boek Wijsheid zegt ons dat God ons niet heeft geschapen voor de dood maar voor het leven. Maar voor de betekenis van 'dood' en 'leven' moeten we dan goed opletten. 'Leven' is in de Schrift gekoppeld aan het doen van gerechtigheid, aan trouw aan Gods geboden, en de dood aan het afwijken van die weg. In Gods geboden, in gerechtigheid is voor de mens het leven te vinden. Je kunt volgens de Schrift dus leven en toch eigenlijk dood zijn, en andersom zelfs ook doodgaan en toch leven vinden.

Hiervan getuigen ook de verhalen van de twee vrouwen die Jezus in het evangelie tegenkomt.
De een is twaalf jaar, en het leven moet nog beginnen. Twaalf jaar is de leeftijd dat kinderen volwassen worden. Jezus zal zichzelf herinneren dat hij twaalf was en zijn bar mitswa deed en in de tempel onder de mannen, temidden van de wetgeleerden optrad. Bij meisjes is twaalf jaar in sommige culturen nog steeds het begin van de huwbare leeftijd, het begin van de vruchtbaarheid, als het bloed gaat vloeien, waarbij bloed staat voor levenskracht, voor het mysterie van het leven zelf. Bloed wordt daarom met grote eerbied omgeven. Dat is ook de reden dat vrouwen niet deelnemen aan het cultische liturgische leven, als ze ongesteld zijn en eerst een ritueel bad nemen voor ze weer terugkeren in de gemeenschap.
De andere vrouw is al twaalf jaar van het leven uitgesloten. Zij lijdt aan bloedvloeiingen die niet willen stoppen. Ze heeft er alles aan gedaan om weer in het leven te kunnen staan, heeft al haar spaarcenten uitgegeven aan doktoren en het heeft niets geholpen. Ze heeft dus ook al twaalf jaar geen gemeenschap gehad, in elke betekenis van dat woord. Niet alleen geen seks, maar ze is niet aangeraakt en ze heeft ook geen ander mogen aanraken. Ze is letterlijk geïsoleerd, twaalf jaar van haar vruchtbare leven is vergooid.

Jezus neemt deze beide vrouwen wel op in zijn gemeenschap, in zijn familie, in de zin die Jezus daar aan geeft. Bij Jezus telt niet de bloedband, maar de Geest-verwantschap. De vrouw die niemand meer had, wordt aangesproken met: "Mijn dochter". Jezus laat zien hoe God naar mensen kijkt, kinderen van de Vader. Jezus laat zien hoe God wil dat wij in het 'leven' staan.

Op geen enkele manier zou ik willen bagatelliseren hoe groot de impact kan zijn van ziekte en van andere vormen van uitsluiting. Maar misschien wel juist dan lijkt het mij een verrijking als wij weer leren verstaan hoe dood en leven, en gezondheid in de Schrift een andere betekenis hebben. Een mens valt nooit samen met zijn of haar ziekte, of met armoede of met sociale klasse. in de ogen van God blijven we allemaal principieel Gods geliefde kinderen, vol levenskansen.
Dood is dan isolement, los van God(s geboden) zijn, een ziekte die inhoudt dat we uitgesloten zijn.
Leven is aanraken en aangeraakt worden, is loskomen uit ons isolement, in de gemeenschap staan, op onverwachte momenten vriendschap en verbondenheid vinden, de waarde en de zin van het leven ontdekken, ook al heet je op dat moment ziek of zelfs ten dode opgeschreven. Leven is die Stem verstaan die tot jou zegt: "Sta op!"
of ook: "Mijn dochter, je vertrouwen is je redding."

Ook tegen ons wordt gezegd: "Wees niet bang, heb maar vertrouwen." Laten wij ons dan niet laten weerhouden door ziekte om tot leven te komen, en ook niet door allerlei gebruiken en gewoontes. De vrouw die niemand aan mag raken, raakt Jezus aan, en ze wordt geprezen om haar geloof, om haar vertrouwen, en Jezus raakt de twaalfjarige aan, die voor dood wordt gehouden. Als zij werkelijk dood was, had Jezus haar niet mogen aanraken zonder zelf onrein te worden. Jezus laat vandaag zien hoe bevrijding van lichamelijk, emotioneel en sociaal isolement ook een vorm is van 'opstaan uit de dood'. Laten wij ons dan zelfs door de dood niet weerhouden om volop in het leven te staan en anderen daarbij te helpen.

Ik weet dat er velen zijn - ook in onze Lucasparochie - die zich voor anderen inzetten. Anders dan bij Jezus zal voor de meesten gelden dat we ons niet bewust zijn van de kracht die van ons uitgaat als wij ons door anderen laten raken.