Dertiende zondag door het jaar (2006)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden

Vlak bij mijn ouderlijk huis woonde vroeger een hele streng-protestantse familie. Daar was een jongen, iets ouder dan ik en die had een lelijke hazelip. Op zich was dat gemakkelijk te verhelpen geweest, maar volgens hun strenge godsdienstige opvattingen mocht dat niet. Als God je dat gaf, dan had je dat te aanvaarden. Je mocht je daaraan niet onttrekken. In deze kringen komt ook nog steeds voor dat kinderen niet ingeënt mogen worden tegen polio.
Het is eigenlijk verschrikkelijk triest als mensen zo denken. Het is een absoluut misplaatste vorm van geloven. Het heeft zeker niets te maken met Jezus' blijde boodschap, d.w.z. een boodschap die blij maakt, bevrijdt, geneest.
In het evangelie horen we hoe Jezus dat gestorven meisje weer tot leven roept, hoe hij verdriet omkeert tot grote vreugde. De evangelieverhalen vertellen over veel wonderbare genezingen, veel situaties waarin hij verdriet ombuigt tot vreugde. Hij zegt nergens: als God je ziekte of dood geeft, moet je aanvaarden. Zijn houding is: alles doen om ziekte en narigheid weg te nemen, en dat moet ook de houding zijn van ieder die in Hem gelooft.
Bij genezingen zegt Jezus er vaak bij: ga, uw geloof heeft u gered. Geloof redt en geneest, dat moet je wel goed verstaan. Het betekent zeker niet dat, als je geloof hebt, dat je dan geen dokter en geen medicijnen nodig hebt om te genezen van je ziekten en kwalen. Geloof is beslist niet een soort super-medicijn dat beter werkt dan alle anderen.
Je kunt ook niet zeggen: als ik maar hard genoeg bidt, dan komt er ook nu wel een wonderbaarlijke genezing, daar geloof ik in. Natuurlijk is het goed om er voor te bidden, zoals die overste van de synagoge uit het evangelie Jezus met aandrang smeekte toch met hem mee te gaan. En natuurlijk mag je hopen dat je gebed verhoord wordt. Maar helaas worden niet alle gebeden verhoord, en de reden is niet dat iemands geloof zijn groot genoeg zou zijn.
Jezus heeft veel zieken beter gemaakt, maar zijn eigenlijke zending was: mensen beter maken, ze betere mensen maken Dat is de betekenis van zijn woorden en daden. En dat Jezus zieken beter maakt is daar een onderstreping van. Maar het gaat op de eerste plaats om betere mensen, om een betere samenleving waarin goed en zinvol leven mogelijk is. Geloof geeft aan mensen, zeg maar, geestelijke gezondheid, geeft het ware leven, daar gaat het om in het rijk van God.
Gezond geestelijk leven heeft wezenlijk te maken met goed zijn en goed doen, met zieken ondersteunen, eenzamen bezoeken, armen vooruit helpen. met vrede en vriendschap bewaren en bevorderen, met leven in waarachtigheid en liefde. En je geestelijk leven kun je heel gemakkelijk verzieken en zelfs dood maken, als je te nonchalant omspringt met al die heel fundamentele waarden, zeker als je er tegenin gaat door kwaad te doen. En ook dan kan geloof genezen, beter maken, weer tot leven brengen, op voorwaarde dat het wel een echt en levend geloof is.
Geloven en geloven is twee. Geloven is niet een kwestie van godsdienstige weetjes of van wat bidden, het moet een levenshouding zijn die heel fundamenteel je leven bepaalt. Geloven in Jezus Christus is niet alleen geloven dat hij wonderen kan doen, maar wel dat de manier waarop hij leefde het ware leven weergeeft, dat zijn levenshouding de ware geestelijke gezondheid aangeeft.
Geloven in Jezus is juist als hij zorg en aandacht willen geven aan zieken en gebrekkigen, troost aan verdrietigen, bevrijding en toekomst overal waar mensen het slachtoffer zijn van misbruiken en wantoestanden in de samenleving. Dat geloof geneest, maakt mensen heel, maakt beter, het maakt jezelf beter, het maakt heel de samenleving beter. Dat geloof is ook in staat wonden te genezen, wonden geslagen door haat en nijd, oneerlijkheid en liefdeloosheid.
Dat geloof, consequent beleefd, doet toch wonderen, bewerkt veranderingen, verbeteringen die je niet voor mogelijk houdt.