Ja dokter, nee dokter (2000)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden
Het is sprookjesachtig: iedereen, die Jezus maar even aanraakt, geneest!
De dreigende dood van een lieve mens treft ons diep. Ze brengt ons gevoel van veiligheid aan het wankelen en stelt ons vertrouwen in God op de proef. Ik heb dikwijls gebeden om gezondheid voor anderen. Bijna altijd tevergeefs. Wat moet ik met ‘t succesverhaal dat Marcus over Jezus vertelt?
“Er sterven tegenwoordig veel jonge mensen!” zei een collega. Ik denk dat het gezichtsbedrog is. Vroeger hoorden mensen van vijftig tot de categorie van de sterfelijken waartoe ik zelf niet dacht te horen. Dat is anders geworden. Nu moet ik dikwijls een begrafenis doen voor mensen van mijn leeftijd of jonger.

BIJ EEN VROUW VAN AMPER VIJFTIG

Een vrouw van amper vijftig stierf. Ze had ‘n paar jaar moedig gevochten tegen kanker. Zij vocht samen met haar gezin. Ze vroeg zich verbaasd af waar ze de kracht vandaan haalde om het vol te houden. Vlak voor haar sterven vroeg ze om het infuus niet meer aan haar arm te verbinden, maar aan het been; dan had ze de armen vrij om haar dierbaren te omhelzen bij het afscheid.

BIJ EEN MAN VAN ACHTENVEERTIG

Een man van achtenveertig stierf. Jaren had hij allerlei ziekenhuizen, tot in Amsterdam, bezocht. Hij had veel bestralingen, operaties en chemokuren doorstaan... Hij stond alleen in het leven, maar vrienden boden hem hun huis aan en met een clubje hebben ze hem verzorgd en hem de mooiste tijd van zijn leven bezorgd. Niet eerder had hij zich zo gedragen geweten.

BIJ EEN PASGEBOREN KIND

Vorige week trof ik een stel ouders. Ze hadden bewust gekozen voor nog een vierde kindje. Bij de geboorte ontstonden complicaties. Het kindje zweefde enkele dagen tussen leven en dood. Bij de doop wilde de moeder een woordje zeggen. Ze vertelde hoe ze tijdens haar vierde zwangerschap almaar gedacht had: “Als ie maar gezond is...” Op het moment van de geboorte leken haar ergste nachtmerries plotseling bewaarheid te worden. Er dreigden ernstige complicaties. Als hij maar gezond is, en nu was hij niet gezond en ze voelde een bijna oneindige liefde voor dit kindje dat al zo bedreigd was door kwade mogelijkheden.
Gezondheid is belangrijk. We zeggen het als een soort bezweringsformule: “Als we maar gezond blijven”. En dan toch. Vaak wanneer die gezondheid faalt, dan blijken er nog diepere waarden te bestaan en dan bloeit soms nog groter geluk op.

GENEZEN ALS JEZUS?

Jezus maakt furore als geneesheer. Marcus vertelt er enthousiast over. Een jong meisje ligt op sterven. De overste van de synagoge doet een beroep op Jezus. Jezus gaat er aanstonds op af. Onderweg is er een incident. Een vrouw die aan bloedingen lijdt raakt de zoom van zijn kleed aan. Dat lijkt onbetekenend, maar bloedingen maakten in joodse ogen een mens onrein. De aanraking maakte Jezus onrein. De synagoge waarheen hij op weg was wordt verboden terrein. Maar het raakt Jezus niet. De vrouw wordt beter, en het meisje ook. De vrouw was haar spaargeld aan doktoren kwijt geraakt, staat er. Het had haar niets gebaat, integendeel. De aanraking van de zoom van Jezus’ kleed redt haar.  
Ik voel me ongemakkelijk bij die verhalen. Een jaar of vijftien geleden stond een jonge vader op de stoep. Op zijn arm een klein kind. “Of ik hem wilde zegenen?” Zijn zoon had een ooginfectie en er dreigde blindheid. De volgende dag moest hij met hem naar het ziekenhuis. Ik voelde me er verlegen mee. Ik twijfelde aan mijn zegen, maar het geloof van de vader tilde me over alle bedenkingen heen. De jongen groeide op. Hij werd een flinke kerel. Met één oog ziet hij niets, maar hij is sterk en meelevend en met het andere ziet hij alles.
Ik wil maar zeggen. Ik heb veel gebeden onbeantwoord gezien. De genezingen kunnen wij Jezus niet nadoen.

ZIN GEVEN ROND EEN ZIEKBED

Wat we wel kunnen doen, dat is net als Jezus ons durven begeven naar de mens in zijn nood. Erop af gaan. Aanstonds naar Jaïrus en zijn dochter, zonder aarzelen. Misschien blijft de genezing uit, maar niet het wonder. Heel vaak zal het ons ontroeren. Heel vaak is er rond het ziekbed hartverwarmend veel genegenheid en levenszin; meer uitgesproken liefde dat in de voorafgaande jaren.
Ik ben dat gaan zien als het wonder. Dat mensen in staat zijn om juist rond ziekte en dreigend sterven zin te geven aan het leven. Hoe zij daar aanvoelen waar het in het leven ook al weer eigenlijk om ging. Ze komen tot zichzelf en tot God!

LIEVE ANJA

Lieve kinderen. Toen ik bij de moeder van Anja binnen kwam zag ik Anja over de gang rennen. Ze had een witte droogdoek om haar hoofd heen en een dienblad op de hand. Toen ik in de kamer zat kwam ze binnen. Ze liep naar me toe. “Toe Anja, niet bij meneer pastoor!” riep moeder, maar Anja zat helemaal in haar rol. “Ze speelt al de hele dag verpleegster”, legde haar moeder uit. “Mag ik je temperatuur meten?” vroeg ze een beetje snibbig. Want Anja dacht de verpleegsters een beetje snibbig moesten praten. Ze had een flessenopener in haar hand. Ik vroeg me af wat ze daarmee wilde doen. “Moet die onder mijn oksel?”, vroeg ik om erger te voorkomen. “Natuurlijk niet!”, zei Anja en ze ging naast me staan en hield de bovenkant van de opener in mijn oor. Ze keek in het andere eind en zei “Nou nou...” Ze pakte een bloknoot uit haar zak en een potlood en schreef hardop: “Honderzesentwingtig. Dat is wat weinig... Mag ik uw pols?” Ze kneep mijn pols bijna dicht en telde hardop tot honderzesentwintig en liet zich niet onderbreken door haar moeders “Zo is het wel genoeg Anja.” Toen ze klaar was vroeg ik “Is er nog hoop voor mij?” “Je mag morgen naar huis! Nu zal ik je wat te eten halen.” Anja ging naar de keuken. Haar moeder vertelde: “Anja heeft in het ziekenhuis gelegen twee maanden geleden. De amandelen moesten er uit. En nu ligt oma daar. Anja is gek op haar oma en daarom wil ze verpleegster worden en alle mensen beter maken.” Lieve Anja!