Als het vast zit (2003) (Petrus

Als uw leven vlekkeloos, rimpelloos en gesmeerd verloopt vries het in, zet 't op of giet het in beton of polyester, want het kan gauw anders worden. Het kan immer ook helemaal vastlopen: De huwelijksrelatie kan er een worden waarin de een Chinees en de ander Sankriet schijnt te spreken, vreemden voor elkaar. De dag kan beheerst gaan worden door overmatig gebruik van alcohol, rookwaar, patat frites, van het mobieltje of de TV of iets anders en weinig meer dan dat. De enthousiast begonnen student kan plotseling veranderen in een eindeloos zichzelf zoekende wereldreiziger. Een grote of kleine ziekte kan de horizon tot een zwart gat gemaakt hebben. Enfin, het kan heel dichtbij of een klein eindje verder weg zijn, maar wie nog nooit een vastgelopen leven heeft gezien is niet van deze wereld. Wellicht is het onszelf zelfs meer dan eens overkomen dat we vastzaten. Dan is het lang niet onwaarschijnlijk dat we er zelf op ons eentje niet meer uit konden komen. Het is wachten, zeg maar, op een wonder.

Zelfs de meest verlichte en uitgedroogde geest zal het moeten toegeven: Die wonderen gebeuren. Dan komt er iemand op ons levenspad, die ons een andere richting wijst, iemand die even voor doet hoe het anders kan, die ons meeneemt in een nieuwe begeestering waar we zelf niet op waren gekomen. Een soort engel maar dan wel van vlees en bloed.

Vandaag worden ons twee levens voorgehouden van mensen die niet hadden kunnen verbergen dat ze waren vastgelopen. Allereerst ene Petrus, apostel en leerling van Jezus van het eerste uur. Zijn aanvankelijk enthousiasme was uitgelopen op verraad en toen hij daar spijt van kreeg bleef hij gevangen in nogal politiek gekleurde verwachtingen van een nieuwe wereldorde. Toen dat bijtrok werd hij nota bene gevangen gezet en dus monddood gemaakt. Maar op het kritieke moment, zo lazen we vandaag, heeft hij ook een soort engelen ontmoet en dankzij hen kon hij de draad weer oppakken en dat heeft hij gedaan ook.

Mogelijk nog treuriger was het gesteld met zijn tijdgenoot Paulus, een ijzervreter van het ergste soort, in staat tot moord en doodslag, vastgeroest aan wetten en voorschriften waaraan alles en iedereen ondergeschikt moest worden gemaakt. Alleen een wonder kon zo'n man nog veranderen. En waarachtig dat gebeurde en hij werd met zachte hand de christelijke gemeenschap binnengeleid. Een ijzervreter bleef het maar nu voor de goede zaak van Jezus' wereld van liefde en vrede.

Wat vandaag niet is, kan morgen gebeuren: dat we zelf moervast raken in een verkeerde leefwijze, in liefdeloze verhoudingen, in uitzichtloze en vreugdeloze opvattingen die we zelf hebben uitgebroed. Dan is het wachten op een of andere engel die ons daar uit haalt, met het juiste woord, net dat een duwtje in de goede richting.

Maar het kan ook zijn dat anderen wachten op ons, op dat beetje genegenheid, dat bemoedigend woord, dat steuntje in de rug, zodat wij zelf die engel kunnen zijn. Die Petrus en Paulus hebben het zelf ondervonden en zijn vervolgens voor anderen geweest waar vraag naar blijft: mensen die engelen zijn voor elkaar. Nu zijn wij allang aan de beurt.