Evangelieprikje 2015

“ Man man man, miserie miserie”, een gekende uitspraak uit een Vlaamse serie, vandaag in het evangelie is het echter “vrouw vrouw miserie miserie”. Twee vrouwen zitten in de problemen, geen van beide komt zelf om hulp vragen. De ene is zo op de rand tussen meisje en vrouw en het is dus de vader die hulp komt vragen, de andere voelt zich zo onrein en min dat ze Jezus niet durft aan te spreken en het houdt bij aanraken. De ziekte van de ene duurt al even lang als de leeftijd van de andere. Twee maal een vraag om leven. Bij de vrouw vloeit het leven zo uit haar weg, want bloed staat voor leven. Het meisje moet nog aan haar leven als vrouw beginnen. Het verhaal lijkt te insinueren dat het meisje zelf nog geen leven heeft: ze is het dochtertje van. Misschien weten we uit eigen ervaring of die van anderen dat het voor sommige mensen moeilijk is los te komen van de ouders, zelf een leven te beginnen en niet alleen maar de zoon of dochter van te blijven.  Twee maal ook een mooie geloofsbelijdenis. De eerste van Jaïrus die er van overtuigd is dat zijn doodzieke dochter kan gered worden als Jezus haar de handen oplegt. De tweede van de vrouw met vloeiingen die gelooft dat het volstaat om Jezus aan te raken om genezen te worden. Twee keer een ongelofelijke genezing voor mensen van de eenentwintigste eeuw. Nochtans …

De vrouw met de bloedingen zou symbool kunnen staan voor de vele mensen die vandaag het leven uit zich voelen wegvloeien. Ik denk bijvoorbeeld maar aan mensen met een burn-out, met een depressie, … Onze hoge welvaart is helaas niet altijd synoniem voor welzijn. Net als de vrouw voelen velen van hen zich beschaamd en durven ze niet naar buiten komen om hulp te zoeken. Het verhaal leert ons dat één aanraking voldoende kan zijn. Hoe ongelofelijk dit ook moge lijken, we weten dat een aanraking een wereld van verschil kan maken. Als je aangeraakt wordt door iemand die je graag ziet, dan is het meer dan een aanraking. Het kan het verschil zijn tussen blijven liggen of toch proberen op te staan. Laten wij ons als christen (aan)raken door die mensen of huilen we mee met de wolven in het bos die alle schuld bij hen zelf legt of het afdoet als nonsens? Gaat er ook van ons als geloofsgemeenschap een helende kracht uit? Kunnen mensen openbloeien als ze in contact komen met onze geloofsgemeenschap? Hoe gaan wij om met mensen die op zoek zijn naar leven? Openen wij onze deur en ons hart voor hen? Stralen wij dezelfde liefde en vergiffenis uit als God? Vragen om over na te denken. Het is natuurlijk zo dat we Jezus niet zijn en dat we altijd proberen om te groeien in een leven dat steeds meer op het Zijn lijkt, maar dat ontslaat ons niet van de plicht om er over te waken.

Of zijn we als geloofsgemeenschap als de vrouw die het leven uit jaar voelt wegvloeien? Verdrinken we in onze te volle agenda, gaat het activisme lopen met het laatste leven in onze gemeenschappen? Als dat zo is, moeten we terug op zoek naar waar Jezus zich vandaag ophoudt zodat wij Hem weer kunnen (aan)raken.     

De tweede genezing is nog krasser. Het lijkt hopeloos, en toch doet Jezus nog moeite, luistert Hij niet naar wat anderen er over te zeggen hebben. Hij gaat door en schenkt leven. Hoe zit dat met ons? Steken wij nog energie in mensen die door anderen afgeschreven zijn?  Hoe gaan wij om met mensen die proberen los te komen uit hun oude leven om eindelijk zichzelf te kunnen en te mogen zijn? Ik denk aan ex-gedetineerden die oprecht hun leven willen beteren. Krijgen ze de kans daartoe? Ik denk aan de vele bootvluchtelingen die hun oude leven in armoede en geweld willen achterlaten om een nieuw leven te beginnen in een veilig land. Ik weet ook wel, we kunnen niet alle problemen van de wereld oplossen, maar we kunnen op zijn minst de mensen en organisaties steunen die er wel wat willen aan doen. We kunnen aan anderen – ook aan onze leiders – laten zien dat wij ze nog niet opgegeven hebben. Ook al heeft het leven hen misschien neergeslagen, wij zouden als geloofsgemeenschap ook de helende kracht moeten hebben om mensen te laten opstaan, het oude achter hen te laten en een nieuw leven te beginnen.

Wie weet, zijn wij misschien ook wel eens die vrouw en die dochter. Dit evangelie roept ons op in geen geval bij de pakken te blijven zitten, maar hulp te zoeken. Dit dubbel verhaal is echt Blijde Boodschap omdat ze toont dat er altijd weer “genezing” mogelijk is. Die genezing is in het ene verhaal te vinden in een klein, eenvoudig gebaar maar in beide verhalen lijkt geloof in Jezus de grondvoorwaarde. Dat is een werk van lange adem, waar we elke dag weer moeten aan werken, ook in vakantietijd …