Al twaalf jaar ziek

 

Ziek zijn is niet plezierig. Een dag ziek is al te veel. Na zes maanden word je al bij de chronisch zieken geteld en vervoeg je geleidelijk de groep van de langdurige zieken. Het levenspatroon wijzigt, de verhouding binnen het gezin en de omgeving hebben er de weerslag van. De relaties in het gezin liggen moeilijk. De vriendenkring verkleint

De vrouw uit de buurt van Kafarnaüm leed al twaalf jaar aan bloedvloeiing (Mc. 5,25-34). Geen uitzicht meer op beterschap. De ziekte had haar al veel geld gekost. En de medische zorgen hadden geen verbetering gebracht. Het was een vervelende ziekte omdat de sociale weerslag zo groot was. Wat met bloed te maken had, bracht de zieke in de wereld van het onzuivere, dus te mijden (Lev. 15,25).

Ze had veel te verduren gehad

De diagnose van Marcus valt zwaar uit voor deze vrouw. De evangelist heeft geen al te best oordeel over de geneesheren die haar behandelden. De geneeskunde van toen was niet almachtig. Ze is het zelfs nu niet, al is de vooruitgang spectaculair en maakt ze elke dag vorderingen om ten slotte toch aan de dood het laatste woord te geven.

Een geneesheer had nooit verlof genomen en had gewacht tot wanneer zijn zoon zijn diploma had. Deze mocht zijn vader vervangen en was fier, wanneer hij na die eerste vervanging aan zijn vader mocht zeggen, dat hij een vrouw had genezen die al zo lang ziek was. Waarop de vader ietwat verbolgen antwoordde: “Maar jongen toch. Het is dankzij haar dat ik je studies heb kunnen bekostigen.”

Jezus Sirach brengt zijn lezers eerbied bij voor de arts, voor de geneeskunde en de geneeskrachtige kruiden: “Waardeer de arts, want je hebt hem nodig en ook hij is door de Heer geschapen” (Jezus Sirach 38,1-15).

Mensen verdienen het meeste geld door gezond te blijven. In onze maatschappij mogen we niet te veel klagen. Er is een draagvlak van de sociale zekerheid. In een aantal landen weet men van een geneeskunde voor rijken en een voor armen. Ziek maakt arm en arm maakt ziek. Rond deze thema’s heeft Welzijnszorg een aantal acties ondernomen. Ziekenfondsen zetten zich naast hun wettelijke opdrachten tevens in voor het welzijn van hun leden. Ziekenzorg CM doet dit al zestig jaar lang.

Blijven hopen

Wat doe je wanneer je ten einde raad bent. Toch blijven hopen. Gaan waar we hulp zouden kunnen verwachten. Zo ging het met deze vrouw uit de omgeving van Kafarnaüm. Het was bekend dat Jezus reeds veel zieken had genezen. Van uit alle kanten van Galilea kwamen zieken naar hem toe om hem te zien, te horen, hem aan te raken. Zo blijven mensen naar plaatsen gaan, waar heiligen hebben geleefd. Zij gaan bidden bij het graf van hun geliefde heilige, bij pater Valentinus in Hasselt, bij pater Damaan in Leuven.

Jezus was op weg naar het huis van Jaïrus. Deze man was de overste van de synagoge en hij had Jezus gesmeekt bij hem aan huis te komen om de handen op te leggen op zijn zwaar zieke dochtertje.

Er was veel volk rondom Jezus. Al was het haar verboden, toch waagde die zieke vrouw met haar bloedvloeiing zich door de menigte om bij Jezus te komen en de mantel van Jezus aan te raken. Volgens Eugen Drewerman leed deze vrouw aan dysmenorroe. Haar ziekte had een psychologische weerslag. Ze brengt de zieke in een depressieve instelling tegenover alles wat de seksualiteit en de toestand van de vrouw aangaat (Rosanne Scholten, De bloedvloeiende vrouw in de context van de Joodse reinheidswetgeving, Utrecht,2012).

Zij raakte zijn mantel aan

Aanraken, een gebaar van tederheid en verwachting. Bedevaarders schuiven in Lourdes voorbij het Mariabeeld in de grot en willen de wand aanraken. In Santiago leggen ze hun hoofd op het beeldje van Matteo bij de portiek van de Glorie aan de ingang van de Sint Jacobuskerk. Een jonge man raakt het sint Antoniusbeeld aan in een Zwitserse kerk en een vijftiger een Christusbeeld in de Brusselse Sint-Niklaaskerk. Wat zeggen ze, wat vragen ze, wat verhopen ze?

In Zuiderse landen raken kerkbezoekekers makkelijk en zonder menselijk opzicht een Christus’ beeld aan of dit van een heilige. In de wereld van de orthodoxie is er de opvallende verering van de iconen. Mensen kussen ze en raken ze aan. De hemel raakt de aarde.

De kracht van het geloof

Uw geloof heeft u genezen”, zegt Jezus. Hij weet dat van hem een kracht is uitgegaan. Hij is niet voor een magische verklaring. Hij wil niet als wonderdokter verschijnen. Hij prijst de vrouw om haar geloof. “Het geloof, het grootste wonder” zei een predikant in Lourdes. Maar wat wanneer zoveel mensen geloven en toch niet genezen. “Wij hebben hier uren lang gebeden”, zei de man in de kerk van de heilige Rita, waar zijn echtgenote werd begraven. Het geloof is dit een placebo, dat kracht geeft?

De vrouw wist zich door Jezus begrepen, Hij haalt haar uit haar isolement en uit de anonimiteit. Zij kan haar verhaal doen. Ze is door Jezus erkend. Hij voelt zich niet onrein omdat een onreine hem zou hebben aangeraakt. Hij geeft haar een waardigheid en noemt haar “dochter”, dochter van eenzelfde familie. Dit geeft al een andere wending aan haar leven. Jezus heeft haar gezien, haar aangesproken en bemoedigd.  

Wie uitgesloten werd, wie niet meetelde en in de anonimiteit moest leven, krijgt een gezicht en een waardigheid. “De Heer heeft mij gezien en onverwacht ben ik opnieuw geboren en getogen” (ZJ 559).

Sint Augustinus houdt veel van het beeld van Jezus als geneesheer. Jezus komt van bij God. Hij is deelgenoot geworden aan het leven van mensen. Hij wil ons genezen en verheffen

We mogen tot hem bidden: « Ecce vulnera mea non abscondo. Medicus es, æger sum, misericors es, miser sum… » (Conf. X, 28, 39)

Ik verberg mijn wonden niet. Heer, u zijt geneesheer. Ik ben ziek. U zijt barmhartig, ik ben op u aangewezen.”