Wie heeft mijn kleren aangeraakt?

13e Zondag door het jaar       Cyclus B         2012                                        Wijsh 1,13 ff; 2,23f                                                                                                                                         Mk 5, 21-43

 

 

Wie heeft mijn kleren aangeraakt?

 

Beste vrienden,

Het is toch wel te mooi om waar te zijn: Een vrouw wordt, door gewoon de zoom van Jezus’ kleding aan te raken, genezen van een kwaal die haar vele jaren lang een normaal leven onmogelijk had gemaakt.  

En een jong meisje dat op twaalfjarige leeftijd plots door de dood uit haar jonge leven werd weggerukt staat weer op en keert vol leven terug in de schoot van haar familie.  Wij, kinderen van de verlichting, hebben het soms moeilijk met dergelijke wonderverhalen.  Maar gaat het hier werkelijk maar om “oude” verhalen die ons vandaag niets meer te zeggen hebben?  Ik denk het niet!

Als we de diepere boodschap van die verhalen willen begrijpen mogen we echter niet bij de zuivere feiten blijven maar moeten we ons meer verdiepen in het innerlijke proces van het “herleven”, het “terug tot leven komen” dat ook door de beide vrouwen uit het evangelie wordt doorgemaakt.  

Vandaag zetten we het verhaal van de bloedvloeiende vrouw in het middelpunt want dat verhaal wordt dikwijls verwaarloosd en wordt in de verkorte versie van het evangelie zelfs helemaal niet vernoemd. Is dat misschien omdat we bij deze genezing innerlijk meer weerstand ontwikkelen als bij een opwekking uit de doden? Het gaat hier om een vrouwenkwaal en in onze eeuwenlang door mannen gedomineerde kerk, met haar totaal verkrampte houding tegenover lichamelijkheid en seksualiteit werd een dergelijk onderwerp liefst met de mantel van zwijgen omhuld.  Maar de weldoende ervaring die deze vrouw heeft mogen hebben kan ook ons mannen meer moed geven voor het leven van alledag.  Laten we dat genezingsverhaal eens van dichterbij bekijken:  Als iets ons op de zenuwen werkt of ons diep treft; als we het van iets „op de heupen“ krijgen of als er iets ons „de keel uithangt“, we er „genoeg van hebben“ of ons “totaal uitgeloogd” voelen, dan zijn dat geen omschrijvingen voor ziekte, maar zinswendingen voor misnoegdheid, woede, angst, ontsteltenis of ook nog overbelasting. 
Zo maakt onze omgangstaal reeds duidelijk wat we dikwijls helemaal niet willen toegeven; dat geest en lichaam niet te scheiden zijn en dat de oorzaak van vele ziekten samenhangt met hoe we ons psychisch voelen.  Maar daar wijst de genezing van deze vrouw juist op.
Sinds jaren is ze in geneeskundige behandeling – zonder succes. Sinds twaalf jaar bloedt ze letterlijk leeg; ze heeft alles gegeven en is nu aan het einde van haar krachten.  Voor de maatschappij is ze onrein en wordt ze uitgestoten, ze mag niemand aanraken en mag ook door niemand worden aangeraakt. Zelfs de stoel waarop ze zit geldt als onrein en als onreine mag ze ook niet aanwezig zijn bij de eredienst. Tot God bidden kan ze alleen maar in haar eigen private kamertje.   
Ziek – zonder enig uitzicht op genezing – zit ze in een nieuwe vicieuze cirkel, die ook ons niet helemaal vreemd is. Uit onze ervaring met langdurig zieken kennen we ook hun gevoelsleven: ze voelen zich niet vol inzetbaar en werkbekwaam en daarom dikwijls ook minderwaardig en een blok aan het been voor anderen.  „Ik ben toch voor niets meer te gebruiken; was ik er maar niet meer“ – woorden die men van zieken niet zelden hoort.   Zoals de vrouw uit het evangelie zijn er ook vandaag nog velen die zich voor hun ziekte schamen omdat ze zich, indien deze bekend zou worden, in het openbaar gemeden voelen. Daarbij denk ik aan mensen met Aids of drugsverslaafden die hun ziekte proberen te verstoppen en die dikwijls zeer bang zijn dat die ziekte publiek zou worden.  Kunnen wij aanvoelen hoeveel kracht en energie een zieke nodig heeft om niet in angst, minderwaardigheid of schaamte te verstarren?  Waar die vrouw uit het evangelie de kracht en de energie haalt om zichzelf niet op te geven, dat vertelt Markus ons niet.  Wij kunnen alleen maar vermoeden dat zij door een grote levenswil en  een diep verlangen naar gezondheid werd gedreven. Die levensdrang leeft ook in velen van ons zonder dat wij het echt beseffen.  De vrouw heeft de hoop op gezondheid, en ook het vertrouwen op iemand die haar kan helpen in al die moeilijke jaren niet opgegeven.  Als ze dan van de rondtrekkende prediker Jezus hoort, ziet ze haar kans.  Niemand is hem onverschillig en zijn hartelijke en liefderijke omgang met mensen heeft reeds echte wonderen bewerkt.  Wat wel opvalt is dat de vrouw het niet waagt om Jezus openlijk om hulp te vragen. Schaamte en angst zijn dan toch te sterk geweest en de jarenlange uitsluiting uit de maatschappij heeft haar meer getekend dan ze zelf beseft.  Ze voelt in zichzelf de wil om te genezen en haar vertrouwen in Jezus is groot. Hem één keer aanraken, Hem met zijn mateloos overstromende liefde die niemand discrimineert en geen taboes kent. Dat zal helpen, daar is ze 100% van overtuigd.  En zo nadert ze Jezus heimelijk langs achter en raakt zijn kleren aan.  Haar vertrouwen blijft voor Jezus niet verborgen en, eerlijk gezegd, ben ik het sterkst getroffen door zijn reactie, door zijn open omgang met haar.   Jezus, die op dat ogenblik eigenlijk helemaal begaan is met Jairus en met hem op weg is naar diens doodzieke kind, negeert de vrouw niet. Hij bemerkt haar, draait zich om en spreekt haar aan omdat hij voelt dat die aanraking niet toevallig was.  “Wie heeft mijn kleren aangeraakt?” vraagt Hij.  Hij daagt haar uit om zich niet langer te verschuilen, zich kenbaar te maken en te zeggen wat er met haar is. En langzaam komt ze uit haar schuilplaats, vertelt Hem haar verhaal – misschien verschrikt en bang dat Hij haar zou berispen omwille van haar driestheid.  Maar Jezus noemt haar gewoon “Mijn Dochter” – een aanspreektitel die in het ganse nieuwe testament maar twee keer voorkomt – “je vertrouwen heeft je gered, leef je leven in vrede – zonder je kwaal – wees gezond”.  Het feit dat ze onrein is speelt voor Jezus helemaal geen rol. Geen enkel negatief woord.  Integendeel, Jezus zegt haar, en ook ons, door zijn houding en door zijn woorden: Ik wil dat het je goed gaat. Je moet je er niet voor schamen dat je ziek bent, verschuil je niet!   Er is geen waardeloos, geen onnut leven. Ziekten zijn geen straf van God, maar heel dikwijls aanwijzingen dat er iets ontbreekt in je leven; dat je te veel van jezelf eist of dat je niet voldoende naar de signalen van je lichaam luistert.   Zoek naar wat je lichamelijk of geestelijk ziek maakt en wacht er niet op dat anderen bepalen wat goed voor je is. Zoek naar datgene wat je verder helpt  ook als de kans op genezing uiterst klein is.  Durf! heb moed! Er zijn altijd wel mensen waaraan ge uzelf kunt toevertrouwen. Grote wonderen gebeuren misschien zelden, maar kleine wonderen gebeuren ook nu nog, altijd weer!!  

Amen.