Het stillen van de storm (2009)

Toen ik het verhaal van de storm op het meer van Galilea gelezen had, zag ik een tv-reportage over Culiacan, in Mexico. Het ging over de meedogenloze en hopeloze strijd tegen de drugkartels. Sommige soldaten en politiemannen werden omgekocht. Ze deden mee met de drughandelaars. Je kon niemand meer vertrouwen. Dagelijks zijn er aanslagen en moordpartijen. De mensen leven voortdurend in angst. Ze lieten ook een zondagsmis zien in een volle kerk. Er was een gesprek met de pastoor.
De oorzaak van al dat brutale geweld en die moorden, was de cocaïneverslaving hier in het westen. De drugtrafiek ging naar Europa. Er was enorm veel geld mee gemoeid. Het leven in Culiacan was voor de mensen als een dagelijkse storm vol bedreiging en verwoesting. De pastoor zei: "Je hebt de volle kerk gezien. Als allen zich tot Christus zouden richten, in Europa en hier, dan zou de storm gestild worden."

Ook ons leven is geen varen op een spiegelgladde zee. Er is soms tegenwind. Tot windkracht 11. Dat is zware storm. Er zijn vele soorten stormen! Ze gaan gepaard met bedreiging, met angst en doodsangst. Als je kanker krijgt of een hersenbloeding, als je partner dement wordt of Parkinson of Alzheimer krijgt, als je huwelijk op de klippen loopt, als je zoon verslaafd is aan drugs, enzovoort. Je voelt je dan angstig en verontrust. Je bent machteloos en hulpeloos. Misschien zal je dan, als je christen bent, bidden tot Hem die kan helpen. Maar die hulp komt niet. Het is alsof Christus slaapt.

Als Marcus dit verhaal, over het stillen van de storm, opneemt in zijn evangelie, zijn er kleine christelijke gemeenschappen in Rome. Ze zijn niet langer welkom bij hun vroegere, joodse geloofsgenoten. Ze worden als een sekte beschouwd. Ze worden uit de synagogen gebannen. De Romeinen zijn hen vijandig gezind. Er zijn hier en daar nog hevige vervolgingen. Ze voelen zich als vissers, in een kleine vissersschuit, midden een hevige storm. Ze hadden hun vertrouwde joodse oever verlaten voor een onbekende 'overkant'. En nog wel op bevel van Jezus! In de woeste storm waarin ze terechtkwamen, sliep Jezus. Ze moesten hem wakker maken. Hij vroeg hen waarom ze zo bang waren en niet geloofden. Hij bedaarde de storm. De wind en het water gingen liggen. De doodsangst verdween.

Merkwaardig is dat er in de vier evangelies een ander verhaal is dat ook met 'oversteken' en doodsangst en slaap te maken heeft: het verhaal over Jezus in de Hof van Olijven, als Hij zal oversteken van leven naar dood. Het is net het omgekeerde van dit evangelie over de storm. In de Hof van Olijven is het Jezus die zo angstig is. Hij zweet bloed! En het zijn de leerlingen die in slaap vallen. Tot drie keer toe. Jezus vraagt of ze geen uur kunnen waken met hem. Maar ze laten het afweten. Slapen betekent in bijbelse taal, dat je er niets mee te maken hebt. Daarom vroegen de leerlingen aan Jezus, in de storm op het meer, of het hem niet raakte dat ze vergingen. In de Hof van Olijven worden de leerlingen niet geraakt door Jezus' nachtelijke doodstrijd.

Wij mensen zitten allemaal in hetzelfde schuitje en varen allemaal naar de overkant. We varen ook in de avond als het duister wordt. We zien die overkant niet. Het oversteken van leven naar dood is voor ieder van ons een duistere ervaring. Als mensen bang zijn om te sterven, in doodsangst verkeren, kan je hen niet in de steek laten. Dan hebben ze iemand nodig die bij hen blijft, die nabij is met zijn of haar hart. In de Hof van Olijven krijgt Jezus geen steun van zijn drie beste leerlingen! Maar in de storm op het meer was Jezus wèl bij hen. Ze moesten hem wakker maken. Hij bracht de storm tot bedaren.

In de stormen van ons leven moeten wij kunnen geloven dat Christus bij ons is. Hem wakker maken betekent dat we vertrouwen op zijn aanwezigheid. Dat we tot hem bidden. De storm zal daarom niet verdwijnen. Maar misschien komt de angst, die door onze keel giert, of de verbijstering die ons overheerst, tot bedaren. In de Hof van Olijven kwam Jezus, na zijn doodstrijd, uiteindelijk ook tot rust en vrede, door zijn vertrouwelijke overgave aan Zijn en onze Vader. De dodelijke storm van de gruwelijke kruisdood heeft hij daardoor, sereen en zonder panische angst, kunnen doorstaan.

God geeft ons de Verrezen Jezus Christus, die de overtocht al gemaakt heeft, als tochtgenoot op onze levensreis naar de overkant.

Inspiratie: P. Schollaert, Zondagse woorden, Lannoo, p. 369 en vv.