Gods belofte voor onze toekomst!

Beste vrienden,

Vroeger hadden we thuis in de Paastijd ook een Paasboeket. Jullie kennen dat wel, enkele takken waar men dan bontgekleurde uitgeblazen eieren aan hangt. Dergelijke boeketten zijn heel mooi, maar als de Paastijd ten einde is, dan gaan de eieren terug in de doos en de takken landen in de vuilbak of op de komposthoop. Maar bij het Paasboeket waar ik nu aan denk was dat helemaal niet zo. Niet al zijn takken zijn op de komposthoop beland. Toen de paasdecoratie verwijderd was en de eieren terug verpakt, was er een tak die onderaan duidelijk wortels had gevormd.

“Dat is wel grappig”, dacht ik, en ik stak hem, zonder verdere plichtplegingen, naast de tuintrap in de grond. U kan wel denken wat er is gebeurd: na enkele weken kreeg hij nieuwe blaadjes en begon hij te groeien. Na korte tijd was hij al enkele centimeters groter geworden en kreeg zelfs nieuwe zijtakken. Ik heb hem dan maar terug uit de grond gehaald en hem in de tuin geplant. Intussen, na slechts enkele jaren, is die twijg van toen al ruim meer dan vijf meter hoog. Het is een machtige boom geworden. En al die dure, met veel zorg geplante andere boompjes in de tuin zijn veel kleiner gebleven en zien er in zijn schaduw maar pover uit.

Bij het lezen van het stuk uit Ezechiël, dat we vandaag hebben gehoord, moest ik onwillekeurig aan die boom denken. God neemt een kleine twijg, plant hem in de grond, en dan groeit die twijg uit tot een machtige boom.

En wat die boom uit mijn tuin verbindt met de boom uit Ezechiël, dat is het feit dat geen van beiden, noch ik, noch de profeet, daar iets toe hebben bijgedragen. Het gaat gewoon vanzelf. God doet dat helemaal alleen. Zonder architectenplan, zonder speciaal tuinconcept en zonder er lang over na te denken. Ge moet de twijg alleen maar laten groeien. De twijg uit te trekken en hem weg te werpen, dat zou fataal zijn. Het enige wat men echt moet doen is: gewoon op het juiste moment gewoon laten groeien. Dan ontstaat er een boom die groter wordt dan alles wat men zich kan voorstellen. Het is een grote belofte, die we daar bij Ezechiël vinden. De profeet geeft die belofte aan een volk in ballingschap. Aan mensen die alles verloren hadden zien gaan. De vijand had hen overrompeld, gevangengenomen en in slavernij gebracht, hun vaderland was totaal vernietigd en platgebrand – zelfs de Tempel was een prooi van de vlammen geworden.

Aan die mensen doet God de belofte van een machtige boom, die hij laat opgroeien uit een klein rijstakje. Hij belooft dat, zelfs daar waar alles aan zijn eind lijkt te zijn gekomen, het leven toch weer verder gaat! God zelf zorgt ervoor dat het verder gaat.

Dat hebben de mensen van Ieper en omstreken tijdens de eerste wereldoorlog ook aan den lijve ondervonden. In heel de stad stond geen steen meer op de andere. Dat hebben ook al die mensen ervaren die nu voor de oorlog op de vlucht zijn, hun ganse have en goed hebben moeten achterlaten en hun thuis hebben verloren. En dat zullen nog vele mensen, ook in de toekomst, steeds weer moeten ervaren.

Ook vandaag, in onze tijd, ondervinden vele mensen altijd weer dat alles verloren lijkt te gaan. Velen onder ons zien nog alleen maar hoe alles ineenstort, dat er zoveel dingen niet meer zijn, en dat het ook nooit meer zal worden zoals het was. Juist vandaag krijgt die oude belofte uit Ezechiël weer een heel nieuwe betekenis. Eigenlijk zou ze ons vandaag een flinke portie moed moeten geven – moed, en vooral ook vertrouwen. Want ook wij krijgen hier een belofte: God zal ons niet loslaten. Zelfs daar waar wij vinden dat alles voorgoed verloren is, zelfs daar laat Hij groeien. Hoeveel kerktorens er in de toekomst ook zullen vallen, God plant vandaag al terug zijn twijgjes in de aarde en die bomen zullen groeien. Ze zullen zoals nieuwe torens naar de hemel groeien. In hun takken zullen de “vogelen des hemels” hun nesten bouwen en de kinderen zullen in hun schaduw spelen. De Profeet Ezechiël belooft het ons.   Amen