Deze woorden, die ik net gesproken heb, zijn een citaat, een citaat uit een roman met het lezen waarvan ik gistermiddag begonnen ben, een roman van ene Karl Ove Knausgård[1]. Twee jaar terug kwam het boek in Noorwegen uit. En nu is het vertaald in het Nederlands onder de titel Vader. Met het oog op Vaderdag leek me dat een mooi toeval én een mooie aanleiding om met de zojuist geciteerde woorden deze verkondiging te beginnen, woorden over een zoon die op een nieuwe manier naar zijn vader kan kijken en over hem kan denken nu hij zeven jaar ouder is als zijn vader toen. De tijd verstrijkt. En naarmate de tijd verstrijkt maken mensen keuzes in hun leven. Dat leven raakt steeds meer ingevuld. Het wordt daarmee steeds voorspelbaarder. De dingen van het leven komen naarmate een mens ouder wordt "minder heftig binnen". Je kunt gebeurtenissen en mensen beter begrijpen en beter plaatsen. Daarmee kan het leven ook saaier worden en jij emotioneel vlakker. Ook het perspectief van het leven kan enger worden, benauwder. Het leven, je leven stroomt weg naar en door het putje. De hoeveelheid aardse toekomst die een mens heeft wordt kleiner en minder. "Een leven waar de tijd doorheen spoelt terwijl hij steeds grotere flarden zin meesleurt" schrijft Knausgård. Dat klinkt niet zo vrolijk, maar het is voor mij wel herkenbaar. Er kan een tendens in je leven komen waardoor het stroever wordt, taaier. Het kan moeilijker worden om aandacht voor mensen en omstandigheden op te brengen, om er zin in te hebben en om er zin in te houden. Je kunt naarmate je ouder wordt een wat vermoeide levensinstelling krijgen in de zin van: "Laat maar …", "laat me alsjeblieft met rust.". En: "Ik heb alles al gezien". En: "Van mij hoeft het niet meer."
In hoeverre sluit dit aan bij de schriftlezingen van deze zondag, deze elfde zondag door het jaar?Nou, erg sterk lijkt mij!
Jezus heeft 't in het evangelie over zaad dat iemand uitstrooit over een akker. "Hij slaapt en waakt, nacht na nacht en dag na dag, en het zaad ontkiemt en schiet op, zonder dat hij weet hoe. Vanzelf draagt de aarde vrucht, eerst de groene spriet, dan de aar, dan het graan in de volle aar." In dat beeld van het zaad en het graan op de akker kunnen wij gemakkelijk de levensloop van "de mens" en die van onszelf herkennen. Je begint zo groen als gras, sappig en fris, nog nat achter de oren. En zonder er vaak veel bij stil te staan groei je op en word je ouder. Het gaat heel langzaam. Je raakt volgroeid. Kinderen worden geslachtsrijp. Veel mensen krijgen zelf een paar kinderen. En is dát dan, zijn die kinderen dan niet "het graan in de volle aar"? Voor veel mensen is dat zeker zo. Veel mensen beleven hun kinderen als het voornaamste doel en de voornaamste vervulling van hun leven. "We doen het allemaal voor jullie." "Wij leven voor jullie" – zeggen ouders dan …In de eerste lezing uit het boek Ezechiël, ook daarin is sprake van een natuurbeeld. De profeet spreekt er van Godswege over een boom, over de machtige ceder. God plukt, Hij breekt het topje van die boom af. Die kan daardoor niet verder groeien. Maar het topje van de boom wordt op een andere plek geplant, bovenop nota bene een hoge berg. Daar schiet het wortel, het zal "vrucht vormen (denk aan het evangelie!) en een prachtige ceder worden. Daaronder zullen allerlei soorten vogels nestelen; in de schaduw van zijn takken zullen ze nestelen". Datzelfde wordt in het evangelie ook gezegd over het mosterdzaadje dat "het kleinste (is) van alle zaden op aarde, maar als het gezaaid is, komt het op en wordt het groter dan alle andere struiken en het krijgt takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen."
Dat mosterdzaadje! Als beeld vertaald in menselijke termen kun je zeggen: Zo'n opdondertje. Maar moet je eens zien hoe het opgroeit en wat er uit dat leven voortkomt. Dat opdondertje wordt een goed en een weldadig mens. Andere mensen, vogels van allerlei pluimage, doet hij of zij gedijen. Hij of zij behoedt en beschermt andere mensen. Het is goed om met hem of haar samen te zijn. Daar word je blij en gelukkig van. Een goede vader of moeder is zo'n mens voor zijn of haar kinderen denk ik.De meest intrigerende regel uit alle schriftlezingen zit wat mij betreft vandaag in de Ezechiël-tekst, waar de profeet van Godswege zegt: "Een hoge boom heb ik vernederd en een lage boom verheven. Een sappige boom heb ik laten verdorren en een dorre boom tot bloei gebracht." Dat laatste! Heel herkenbaar is dat als spanning en dynamiek in een mensenleven. Lukt een leven? Lukt jouw leven? Lukt mijn leven? Naar welke kant valt het kwartje? Blijft een mens, blijf jij, naarmate hij of zij, naarmate jíj ouder wordt "sappig en fris", om met de tweeënnegentigste psalm te spreken die we samen hebben gebeden, of verdor je en verzuur je ? Wat maakt het verschil uit?
Hoe zó te leven, dierbare gasten en parochianen, dat je leven "sappig en fris" blijft tot je laatste snik; hoe zó te leven dat jouw leven een aangename geur verspreidt? De bijbel geeft op die vraag vandaag duidelijk antwoord, met name in de tweeënnegentigste psalm: "De vromen schieten als palmbomen op, als Libanon-ceders (daar heb je de ceder van Ezechiël weer!); als Libanon-ceders gedijend. Zij zijn geplant bij het huis van de Heer, zij komen tot bloei in Gods voorhof. Ook als zij reeds oud zijn dragen zij vruchten, zij blijven sappig en fris. Zij wijzen uit hoe rechtvaardig de Heer is, mijn Rots, in Hem is geen onrecht." Met andere woorden, dierbare parochianen en gasten: als mens sappig en fris blijven, dat heeft te maken met zoiets als "dichtbij God leven" ("in Gods voorhof", "bij het huis van de Heer"). Je ervan bewust zijn te leven vóór Zijn ogen. De apostel Paulus in zijn Tweede Korinthenbrief waaruit we hebben horen voorlezen schrijft: "Daarom is het onze enige ambitie Hem te behagen, of we nu thuis zijn of in den vreemde." En de psalm zingt: "Hoe heerlijk is het de Heer te prijzen". We hebben het als refrein zoëven samen gezegd."De Heer prijzen", wat is dat? Is dat: vrome teksten uitspreken en zingen? Ja, dat kan zeker een dimensie ervan zijn. Bidden, maar dan niet als corvee, niet als saaie verplichting, maar bidden als bron van vreugde en als uitdrukking van je diepste verlangen. "De Heer prijzen", dat is: recht doen aan Hem die het hart is en de bron van heel ons bestaan, dat is Gods liefde proberen te zien in alles wat leeft en zelfs in de onbezielde materie. Wie dat doet, wie dat poogt, wie dáár aan vasthoudt, wie dát niet opgeeft, die blijft sappig, fris en veerkrachtig en die kan in zijn of haar leven allerlei tegenslag en zelfs rampen áán. En wie dat niet kan en wie dat niet ís, sappig en fris, die pakt iets niet goed aan, of die heeft een áfslag gemist. Aan God zal het niet liggen, want Hij is rechtvaardig, "in Hem is geen onrecht" zingt de psalm.
O ja? Ja …Gisteren stond er een interview in de krant met Sander de Rouwe, 31 jaar oud, wonend te Bolsward, kamerlid voor het CDA. Hij staat als derde op de lijst voor de komende verkiezingen. Een jaar terug, op een donderdag, gaat de telefoon in zijn Haagse kamer. Zijn vrouw is aan de lijn. Ze zegt: "Jesse wordt op dit moment uit het water gehaald en hij is dood." "Hij is met je moeder het park ingegaan, ze is een boekje gaan lezen op een bankje, hij is in het water gekukeld." Sander zegt: "Ze zijn overal gaan zoeken, hij was weg. Hij heeft anderhalf uur in het water gelegen en ik wist meteen: hij is dood. Dit is geen droom, hij is dood. Mijn benen begonnen te trillen", zegt Sander, "ik heb tegen Sybrand van Haersma Buma (de fractieleider) gezegd: "Ik ga nu naar huis en weet niet of ik terugkom". "Ze waren hem nog aan het reanimeren zodat Lianne en ik het besluit konden nemen om het te stoppen. Daarna hebben we hem samen gewassen. We hebben hem aangekleed en mee naar huis genomen." "Jesse was puntgaaf, 3,5 jaar, hij zou bijna naar school gaan. En hij wilde boer worden (…)" Maar, "toen Jesse in het water viel, wist ik dat God hem opving" zegt Sander. "Hij heeft dertig seconden in het water gelegen, maar hij is meegenomen. Dus ik denk dat hij nu een boertje is. Maar niet bij ons." "Mensen vroegen me: kun je je wel weer druk maken om Den Haag? Om de dingetjes? Maar dit werk is voor mij altijd al relatief geweest. We wonen in een land waarin we niet hoeven te vechten voor ons leven. Waarin ik de luxe heb om te zeggen dat politiek een bijzaak is. Geloof staat bij mij op één, het gezin op twee. En al het andere op drie."[2] Tot zover Sander de Rouwe, een jonge man en een toonbeeld van Godsvertrouwen. Moge op deze Vaderdag 2012 zijn vertrouwen het onze zijn. Amen.