Zaaien (2012)

Als kindjes hier in de kerk op zondagmiddag gedoopt worden, is dat een heel bijzondere gebeurtenis.
Mensen hebben mooie kleren aan.
Ouders zijn goed voorbereid tijdens de doopvoorbereidingsavonden.
Dat loopt allemaal prima.
Als je pastor bent en voor mag gaan in zo'n doopviering dan zie je tijdens zo'n viering heel veel.
Je ziet niet alleen hoe lief ouders en peetouders zijn voor hun kindjes, maar je ziet ook van alles over de zaadjes van de opvoeding die van jongs af aan in het kind worden gezaaid.

Het moeilijkste is het voor ouders met kinderen van rond de twee en drie jaar.
Dat lijken, zeker voor de ouders, tropenjaren te zijn.
Als je dan even niet alert bent valt het wierookvat om en vliegen er haren inĀ  brand.
Dat zal thuis niet anders zijn.
Alleen heet het daar niet wierookvat, maar bloemenvaas.
Op deze leeftijd leren kinderen of het "nee" van hun ouders ook echt "nee" is en hun "ja" een echt "ja".

Opvoeden is reuze moeilijk en ook een serieuze zaak.

Kinderen moeten het verschil leren tussen thuis zijn en ergens te gast zijn, of ze in een kerk zijn of in een speeltuin.

Ik geef je het te doen.

Nee, het is geen stiekeme klacht van een voorganger die kinderen maar vervelend vindt.
Ik wil daarover echt niet klagen, want kinderen horen erbij zegt Jezus.
Hij legde hen de handen op en zegende hen, en wie zouden wij dan zijn om over kinderen te zeuren dat ze nog niet volwassen zijn.
De pastor mag ook laten zien dat de kinderen bij Jezus horen en ook moet hij laten zien wat kan en wat echt niet kan.
Ook de voorganger plant net als de ouders van jongs af aan zaadjes in de geloofsontwikkeling van een kind.
Soms toch wel lastig hoor, want laatst kwam een peuter naar me toe tijdens de doop en vroeg wanneer we gingen eten.
Ik nam het knulletje maar bij de hand en heb hem en de andere kindjes vragen gesteld over het water bij de doop en het zout, de zalf en het licht.
Het was weliswaar geen antwoord op zijn vraag, maar ik neem aan dat er later op de dag toch nog wel wat te eten is geweest.

En dan worden kleine kinderen groot.
Ze worden puber, gaan studeren, op kamers en nog zo meer.
En dan wordt pas echt duidelijk wat je vroeger geplant hebt.
Heb je ze leren delen?
Weten ze wat eerlijk zijn is?
Heb je het zaadje van vertrouwen en van geloof en hoop meegegeven?
En het belangrijkste zaadje?
Weten ze wat en voelen ze wat liefde is?
Natuurlijk kun je na het derde levensjaar nog van alles bijsturen en onderhouden, maar zulke zaadjes kunnen niet vroeg genoeg worden gezaaid.
Zoals het gaat met elke mens, zo gaat het ook met het rijk van God.
Dat kan gewoon niet anders.
Jezus vertelt er over in het evangelie.
Met het rijk van God is het als met een man die zaad op zijn land heeft gestrooid.
Dat is flink werken en dan is het een kwestie van afwachten.
Als we het rijk van God willen realiseren, moeten we vroeg beginnen en in het klein ook.
Onze kinderen leren hoe belangrijk delen en geven is, hen leren hoe wondermooi de aarde kan zijn en wat liefde is, leren dat mensen elkaar moeten dragen en dat je zelf ook gedragen wordt door het mysterie van het leven, door God zelf.
Zo bouwen we aan het rijk van God; de hemel die hier op aarde mag beginnen.
Jezus heeft dat zaad gezaaid.
Wij mogen ermee aan de slag in onze kerk, in onze parochie, in ons werk, thuis en overal en waar wij nu aan werken dat zal God eens voltooien, want Hij is Zaaier en Oogster Begin en Einde tegelijk!