Elfde zondag door het jaar Cyclus B 2012 Lezing: Ez 17, 22-24 Evangelie: Mk 4, 26-34
- De aarde brengt haar vruchten voort, niet wij! -
Beste vrienden,
Er was eens een boer, en die vond de tijd tussen het zaaien en het oogsten te lang. Jaar na jaar ergerde hij zich daar meer aan, tot het een echte kwelling werd. Hij brak zich steeds weer het hoofd over de vraag of de oogst wel snel genoeg zou groeien en de opbrengst groot genoeg zou worden. En zo zwierf hij dag na dag over zijn velden om goed te controleren hoe alles groeide. Op een dag werd het hem te veel en vol ongeduld en innerlijke onrust ging hij over tot het uiterste. Toen hij de eerste groene halmpjes zag, bukte hij zich naar de grond en begon er aan te trekken om hen tot sterkere groei te dwingen. Uren lang werkte hij voort en toen hij die avond doodmoe in zijn bed lag dacht hij: “Nu zal het zeker beter lukken dan de andere jaren” Maar wat een ontgoocheling! In plaats van groene plantjes vond hij alleen maar verdorde halmen op zijn veld. Het trekken was fataal geweest voor de fijne wortels. Hij had hen de tijd niet gegund die ze nodig hadden om te groeien en daardoor waren ze afgestorven.
Aan de ene kant hebben we de boer uit het evangelie en aan de andere kant de boer uit mijn verhaal. Welke van die twee bevalt u het best? Of anders gezegd: In welke van de twee herkent u zichzelf het best? Voor mezelf moet ik vaststellen dat ik me de rust, het geduld en ook het vertrouwen van de eerste boer uit het evangelie wel zou toewensen en dat ik die eigenschappen ook wel noodzakelijk vind, maar dat ik zelf in het dagelijkse leven toch ook dikwijls anders handel. Daar moet het meestal snel gaan en dan probeer ik soms ook wel wat te forceren om snel resultaat te zien. En met die manier van denken bevind ik mij midden in het moderne denkpatroon van onze huidige maatschappij en dan vraag ik mij af: Heeft die boer uit het evangelie nog wel een kans? Dat geduld, dat kunnen wachten en dat vertrouwen – hoe lang kunnen die deugden nog worden volgehouden? Vandaag is de algemene trend toch: alles moet kunnen, tijd is geld, - altijd maar hoger – altijd maar verder – altijd maar sneller – en dat ligt toch eigenlijk alleen maar aan ons!!
Tegenover die ervaring stelt Jezus in zijn gelijkenis het korenveld en leert ons: als de bodem goed is, als regen en zon zich voldoende afwisselen en er zich geen natuurcatastrofes voordoen, dan gaat alles eigenlijk vanzelf. Graankorrels kunnen niet anders dan kiemen, uitgroeien en vruchten dragen. Maar die vruchten, zo vertelt Jezus ons, zijn het natuurlijkste ter wereld. Ze groeien vanzelf als men de planten niet met geweld tot groeien dwingt of hen aan hun natuurlijke ontplooiing hindert. Maar is het echt wel zo eenvoudig? In de lente zaaien en in de herfst een grote oogst binnenhalen – zonder verder iets te moeten doen?
Was dat maar waar, denken nu zeker enkelen onder u. Voor dat er echt vruchten kunnen worden geoogst is er nog veel zorg, werk en zweet nodig. Dat kan iedereen bevestigen die iets van de boerenstiel afweet of die thuis een tuin heeft. En op het menselijke leven toegepast is er toch ook geen haar verschil. En dat wordt door Jezus ook helemaal niet ontkend. Als zoon van een timmerman wist hij maar al te goed hoe het er in de werkplaats aan toe gaat en hoe de bewoners van Nazareth zich dag in dag uit op de omringende velden moesten afjakkeren. En toch bleef het hen, ondanks alle moeite, niet bespaard zich er zorgen om te maken of ze in de toekomst ook werkelijk het nodige zouden hebben om van te leven.
Jezus heeft dat elk jaar weer meegemaakt en toch zegt Hij: “De aarde draagt uit zichzelf vrucht”. En waarom zegt Hij dat? Omdat Hij ervan overtuigd is, dat niet wij het zijn die het wezenlijke verrichten, maar wel iemand anders. Zeker: wij kunnen en wij moeten zaaien als we willen oogsten. We kunnen het zaad ook helpen bij de groei – maar groeien doet het niet door ons. De aarde brengt haar vruchten voort – niet wij!!
En wat voor de vruchten van de aarde geldt, geldt even goed voor de vrucht van ons eigen leven! De groei van onze eigen persoonlijkheid. Ook dat is niet eenvoudig en het is ook onderworpen aan de wetten van de groei. Ook hier gaat er niets op bevel en er is veel aanvoelen voor nodig: aanvoelen en geduld en vooral een lange adem die ons ervoor behoedt om alles tegelijk te moeten zijn: Zowel jong en dynamisch als rijp en ervaren, zowel jong als wijs, onbevangen en begrijpend, spontaan en toch bezonnen.
Oogsten, zo zegt het spreekwoord kunnen ook de knapsten pas in de herfst. Dat geldt ook voor de vrucht van mijn leven. En daarbij weet ik niet eens wanneer het in mijn leven herfst zal zijn. De eerste vrucht van mijn eigen leven zou al kunnen zijn dat ik het aan God overlaat om te oogsten en om de waarde van die oogst te bepalen. Ik moet mij in mijn leven niet haasten en mezelf ook zeker niet voorbijlopen maar ik mag rustig en vol vertrouwen alle jaargetijden doorlopen.
Het hoort bij het geheim van het leven dat ik mij invoeg in het ritme van de tijd, wat een teken van mijn eindigheid en van mijn sterfelijkheid is. Zo hoort het ook tot het geheim van het leven dat de vruchten heel verschillend kunnen zijn. Ze zijn zo veelsoortig als het leven zelf: Groot en stralend of dikwijls ook onooglijk zoals het groeien van de halmen op het veld. Dan is het toch een troost om te weten dat God alle vruchten kent en vooral dat Hij alle vruchten waardeert. Ook dan, als ik ze zelf niet kan waarderen. Wat ik daarmee bedoel is: op een tarweveld vindt ge nu eenmaal geen vijgen – en zo verwacht ook niemand van mij dat ik een tweede Martin Luther King of Moeder Theresa zou worden. Maar het is duidelijk: ik moet de talenten die mij werden gegeven zo goed mogelijk tot ontplooiing brengen.
God weet welke vruchten er van mij kunnen worden verwacht en welke niet. Hij kent alle omstandigheden die de groei in mijn leven ondersteunen of hinderen – Hem moet ik niets uitleggen. Dat is zijn gerechtigheid die tegelijk begrijpend erbarmen is.
Alles moet kunnen – tijd is geld: de verbetenheid die uit die mentaliteit resulteert kunnen we vergeten als we de gelijkenis van Jezus ernstig nemen. Want als God alles naar de oogst toe laat groeien – waarvan Hij ons zelf zegt dat hij goed zal zijn – dan kan er toch niets meer verkeerd lopen. Zo wens ik ons allemaal toe dat we alle opgaven die het leven ons stelt rustig en met vertrouwen aanpakken en ons er niet door laten platdrukken. Het essentiële moeten wij niet zelf doen – neen, God zal de vrucht van ons hele leven en ook de kleine vruchten van de nog komende dagen laten groeien. Misschien anders dan wij het hopen of dromen, maar uiteindelijk zal het zijn vrucht zijn. Het essentiële gebeurt steeds als van zelf – zonder dat we het echt merken.
Amen