10e zondag door het jaar B

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Jezus openbaart vandaag verder wie Hij is. We hebben Hem leren kennen toen Hij de lamme weer op weg zette en hem vergiffenis schonk, toen Hij de Farizeeën, de pezewevers van het vasten, op hun nummer zette en hen zei dat Gods dienst eerst feest en liefde is, toen Hij voor hen de wet uitlegde als een mogelijkheid en dus als een plicht, om zelf bevrijd, anderen het gevoel van vrijheid te geven. Zondag na zondag zegt Jezus zelf verder wie Hij is, openbaart Hij verder waar het Hem om gaat, leert Hij de mensen hoe ze anders kunnen worden, zichzelf kunnen vinden, worden wat zij eigenlijk al altijd wilden zijn, een juiste kijk krijgen op zichzelf, vrede kunnen vinden met zichzelf, vrede met hun werk en hun toekomst en eindelijk ook met de anderen, met de Kerk ook en met de godsdienst, hun godsdienst. Waar Jezus openbaart wie Hij is, openbaart Hij wie wij zijn.

Er is iemand die nooit zegt wie hij is, die zich nooit blootgeeft, die nooit zijn identiteit openbaart, die zich altijd achter anderen verschuilt, een opstoker, een ingever, die het nooit gedaan of gezegd heeft. Ongrijpbaar is hij en spat wat van de schuld op het kleed van iedereen. Jezus' vijand is hij en de vijand van allen die Jezus wil verzamelen, van allen met wie Hij goed en kwaad wil onderscheiden. Hij weet het, en als Jezus onderricht geeft en weer in helderheid en geluk doet geloven die naar Hem luisteren, begeeft hij zich tussen hen, zonder zich te laten kennen, dringt hij door tot in de harten en de geesten en laat ze denken en zeggen 'dat Hij niet meer bij zijn verstand' is, of erger: 'er huist een onreine geest in Hem'. Hij die zich als leraar steeds verder openbaart als de Wijsheid zelf, zou niet meer wijs zijn. Hij die 'al weldoende' rondgaat, die de Goedheid zelve is, zou door de duivel bezeten zijn.

Jezus is bezeten, maar van Gods Heilige Geest. 'De schriftgeleerden die uit Jeruzalem gekomen waren' weten dat, voelen dat, zien dat, maar het gif in hun hart, de beredenering van hun verstand, het vet in hun ogen, belet hen dat toe te geven, zich te bekeren en de siddering te doorstaan die door de maatschappij vaart waar Jezus optreedt. Hun smerige hand willen ze houden boven het hoofd van hen die niet weten wat er gebeurt en die denken dat Jezus zijn verstand kwijt is. Zo groot is de opschudding dat zelfs Jezus' Moeder meegekomen is met de familie die Hem wil terugroepen en Hem wil weerhouden van zijn hachelijke onderneming luide het onderscheid tussen goed en kwaad aan te houden.

Jezus drijft de schriftgeleerden in het nauw. Die zijn gewoon de vragen door te spelen, de lasten van de mensen niet op te nemen, maar ze op de schouders van weer andere mensen te leggen. Ze zijn meesters in het verschuiven van de problemen. Ze zijn de bureaucraten van de godsdienst, de luie bedienden van de geloofscentra. Valse politicasters zijn ze, die hun groep en hun eigenbelang verdedigen en nooit de mensen uit hun noden helpen. Ware zonen zijn ze van de oude Adam en Eva, die zelfs God altijd doorverwijzen als Hij naar de waarheid vraagt. Als slangen kruipen ze rond en belagen iedereen die rechtop wil lopen en het heldere spoor van Jezus wil volgen. Als Deze vóór hen staat nemen ze hun toevlucht tot hun laatste en grofste leugen: 'door de vorst der duivels' drijft Hij de duivels uit. Die leugen zal hun niet vergeven worden. Hij kán hun niet vergeven worden. Ze zondigen tegen de Heilige Geest. Ze maken geen onderscheid tussen goed en kwaad maar noemen Gods goedheid zelf het werk van de Kwade en Gods Helderheid verwarren ze met de eeuwige Leugen. Broeder en zuster van de Messias willen ze niet worden want Gods wil willen ze niet volbrengen. Het zal hun niet vergeven worden dat ze de leugen onder de mensen en tegenover God in stand willen houden en de Waarheid die zich openbaart, als leugen bestempelen.