Afschuimen of bijschrijven

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Een aantal jaren geleden verscheen het boek ‘De naam van de roos'. Het verbaal gaat over een middeleeuws klooster, hoog in de Apennijnen, waar op onverklaarbare wijze een aantal moorden gebeurt. De hoofdpersoon uit het boek is de geleerde monnik William van Bakersville, die - op bezoek in het klooster - zich ermee gaat bemoeien. Hij boort discussies onder de monniken aan die menen, dat het een straf is van God dat hun abdij zoiets overkomt. Anderen zeggen, dat de duivel de macht heeft overgenomen. En weer anderen dat de eindtijd aanstaande is. William gelooft daar niets van. En gaandeweg legt hij met bijna moderne methoden bloot, dat de moorden ordinair mensenwerk zijn.

De schuld voor de dood kunnen we niet op God afschuiven of op de eindtijd, of de duivel of op-God-weet-welke kwade macht, die buiten en boven ons is. "De Heer heeft gegeven. de Heer heeft genomen. De naam des Heren zij gezegend" lijkt een gevaarlijke uitdrukking. Want hoe gelovig die ook klinkt, het zou wel eens kunnen zijn, dat wij daarmee te gemakkelijk onze handen schoon wassen. Wij kunnen allerlei soorten dood niet op Gods kap schuiven, maar zullen deze op de onze moeten nemen.
Dat is het thema van de lezingen van vandaag. Adam schuift af! Hij zegt: "Eva, Eva! Zo gaat dat met vrouwen." En Eva zegt: "De slang." Het is hier een kwestie van je verstoppen, de verantwoordelijkheid niet op je nemen en daardoor jezelf tot machteloosheid doemen. Want als de ander het gedaan heeft, dan is dat toch niet mijn schuld, nietwaar?

In het evangelie gaat het weer anders. Daar wordt de verantwoordelijkheid en het succes van Jezus Hem door de mensen afgenomen. "Hij is gek, hij is van de duivel bezeten." Als je het goede wat uit de mens voortkomt, toewijst aan de duivel, is daar-mee alles verkeerd geworden. Want kan iets goed zijn wat uit gekte of uit de duivel voortkomt? En Jezus reageert: "Nee, niet de duivel, niet de vorst van de duivels, ikzelf ben verantwoordelijk." En Hij voegt eraan toe: "Als mensen zeggen: ‘die is gek of die is van de duivel bezeten', dan plegen zij een zonde tegen de heilige Geest." Dan snijden zijzelf de draad door die hen met de ander verbindt. Je kunt tegen God vloeken, je kunt tegen God schreeuwen, je kunt Hem van alles de schuld geven, maar als je zegt: "God is duivel, Jezus is duivel", dan is het bekeken. Want dan kan ook Jezus niets meer voor je doen. Dan is de lijn verbroken. Het is daarom, denk ik, dat het evangelie zegt: dat is ‘n zonde die niet te vergeven is. Wanneer een mens zelf niet wil, wanneer een mens het goede op deze manier tot kwaad maakt, dan raakt alles op drift.

Daarom deugt het niet wat wij uit sommige landen kennen: dissidenten opsluiten in psychiatrische centra. Ze voor gek verklaren en zodoende aan niets van wat die mensen zeggen een boodschap te boeven hebben.
Jezus waarschuwt zelfs zijn familie. Zij hadden gehoord van zijn optreden en waren misschien doodsbenauwd dat dat verkeerd zou aflopen. Ze zeggen dan: "Hij is buiten zichzelf, we willen Hem meenemen." En Jezus zegt - ook tegen hen - "dat is de wil van God niet; de wil van God is, dat je de communicatie met de ander, desnoods met woede en schelden, maar dat je de communicatie openhoudt. Dat je je medemens nooit laat verdrinken in onverschilligheid."
En daarom zegt Hij ook: "Mijn Vader, mijn moeder, mijn broeders en zusters, mijn familie zijn zij die de wil doen van God."
De wil van God doen, is de ander en jezelf ernstig nemen. Niet afschuiven, niet je terugtrekken, niet twijfelen aan het goede dat in je is, maar ook het kwade onder ogen willen zien en daarvan niet anderen de schuld geven. Dat maakt je tot familie van Jezus.