De nieuwe familie van Jezus

 

Jezuske zoet. Beelden om dit te staven zijn niet te vinden in het evangelie. De levenswijze van Jezus en zijn boodschap hebben zijn tijdgenoten gestoord. Het evangelie heeft verwijten aan zijn adres onthouden (Lc.7,34).

Verwijten

In het evangelie van Marcus komen deze verwijten van twee kanten, zowel van de verwanten van Jezus als vanwege autoriteiten uit Jeruzalem (Mc. 3,20-22). We horen een psychologisch en een theologisch oordeel over Jezus. Zijn familie zegt dat hij zot en gek is. De Schriftgleerden uit Jeruzalem, op controle in Galilea, beweren dat hij bezeten is door de baas van de demonen. Jezus reageert scherp op wat de schriftgeleerden hem verwijten. Een van zijn meest harde woorden is dit over de zonde tegen de Geest (Mc 3,29). Wie Jezus beschuldigt dat hij met de duivel, omgaat, miskent de Geest die in hem is. Zij sluiten zich daardoor zelf af voor Gods vergeving. Wie Gods barmhartigheid niet aanvaardt, zondigt tegen de Geest.

Tegenkanting hoort bij het lot van de profeten. Zij tekenen niet voor succes (Jer. 11,21; Zach. 13,3). “Je broers en zusters, je hele familie zullen je laten vallen, zij zullen je naschreeuwen. Vertrouw hen niet, al zijn ze nog zo vriendelijk” (Jer. 12,6). “Jullie zeggen: ‘Die profeet is gek! Die ziener heeft zijn verstand verloren!’ Ja, dankzij al jullie zonden en vijandigheid. De profeet die in dienst van God waakt over Efraïm, vindt op al zijn wegen hinderlagen en stuit tot in het huis van zijn God op vijandigheid”(Os. 9,7-8).

Volgens het sandwichmodel van Marcus is het verwijt van de Schriftegeleerden en de reactie van Jezus daarop ingeschoven in een verhaal, waar naast de familieleden de moeder van Jezus aanwezig is.

De familieleden komen Jezus terughalen. Een aantal ouders denken hierbij aan de keren dat zij wakker lagen omdat zoon of dochter zo lang wegbleven. Of ze hadden moeite met hun levenskeuze en tijdsbesteding. Waarom al die tijd besteden aan de Chiro? Moeder is fier omdat haar zoon voor een sociaal project naar Peru ging en onder de indruk blijft van wat hij er zag aan goede en aan corrupte dingen. Hij wil de wereld veranderen, maar het wordt toch tijd dat hij aan zichzelf denkt, zegt ze.

Hij is buiten zinnen. Gelukkig is het volkse woord over gek en zot op de achtergrond geraakt. In de Middeleeuwen had men dolhuizen. In de negentiende eeuw werden dit ‘des asiles pour aliénés’ en gestichten voor krankzinnigen. Nu zijn het psychiatrische centra. Dankzij de vermaatschappelijking worden psychiatrische zieken nu meer in hun gewone stituatie opgevangen. Nog altijd worden mensen voor een bepaalde tijd gecolloqueerd.

Zot, dat is wat afwijkt van het gangbare patroon. Te goed is half zot. Je kan verbeten zijn voor en bezeten door een ideaal. Les fous de Dieu, zij die hun leven riskeren.

Zelfverdediging

Jezus antwoordt op de beschuldiging van de Schriftgeleerden. Hij gebruikt daarvoor korte parabeltjes, waarmee hij iets belangrijks wil uitdrukken. Hij komt op voor zijn zelfverdediging. We hebben de plicht zorg te dragen voor onze goede naam. “Curam habe de bono nomine” (Sirach, 41.15). Wat ze achter je rug vertellen, daar moet je jou niet te veel om bekommeren. Maar wat ze je in het gezicht zeggen, kan je niet onbeantwoord laten. Jezus gaat in op hun redenering en doet hen inzien dat een verdeelde Satan een verloren Satan is en bijgevolg een overwonnen Satan. Jezus doet beroep op het gezond verstand dat inziet dat wat verdeeld is geen stand kan houden. Hij beschouwt zich als degene die de Satan reeds heeft weerstaan in de woestijn (Mc.1,12-13) al beweren de Schriftgeleerden dat hij door Satan is bezeten. Hij is drager van de Geest. “Door Jezus doen te duiden als het werk van Satan in plaats van de heilige Geest in hem, sluit een mens zich definitief af voor wat Jezus te zeggen heeft. De kern van de boodschap is immers vergeving van zonden en gave van de heilige geest - de twee kanten van één medaille” (Benoit Standaert, Het Marcusjaar, p.113).

De tegenstanders van Jezus stelden kritische vragen met vijandige bedoelingen. Doet Jezus kwaad of doet hij goed? Staat hij aan de kant van de Satan of van God?  "Wie bewust zegt dat in Jezus satanische krachten aan het werk zijn en niet de Geest van God, zet zich volgens Jezus buitenspel in de relatie met God” (G. Van Oyen, De Marcuscode, p. 118). Laat er geen twijfel over bestaan: Jezus is de Sterkere.

De nieuwe familie

Jezus is begonnen aan het stichten van een nieuwe gemeenschap. Hij heeft daarvoor zijn thuis verlaten. Als twaalfjarige liet hij reeds aanvoelen dat hij afstand nam. Jezus was celibatair en die levenskeuze was ongewoon. Had hij geen verplichtingen als eerstgeborene tegenover zijn familie? Is het daarom dat Maria en zijn broeders naar Kafarnaüm zijn gekomen? Ze staan buiten. Kan wie buiten staat en daar blijft, verstaan wat er binnen gebeurt? Het volk staat rondom Jezus en het zorgt voor de communicatie tussen hem en de familie. Jezus antwoordt al met zijn blik. Heel krachtig zegt hij wie tot zijn familie behoort. Niet degene die voor hem kiezen maar die samen met hem de wil van God volbrengen. Zijn moeder en bloedverwanten zijn daartoe uitgenodigd. Zoals ook wij nu.

Marcus schrijft steeds naar zijn lezers en toehoorders toe opdat zij zouden kiezen om Gods wil te doen. Marcus vernoemt enkel op deze plaats Maria, de moeder van Jezus. Zoals bij het huwelijksfeest in Kana klinkt in Kafarnaüm het woord van Jezus tot zijn moeder afstandscheppend. Maar Maria is de vrouw, die als moeder van Jezus tevens zijn volgeling is geworden. “In het verloop van zijn prediking nam zij de woorden op, waarmee de Zoon om de verhevenheid van het Rijk boven alle banden van vlees en bloed te doen uitkomen, degenen zalig noemde die Gods woord aanhoren en onderhouden, zoals zij zelf het met getrouwheid deed” (Lumen Gentium, 58).