Tekens van hoop in een donkere wereld (2009)

Begroeting

Het lijkt wel of Marcel maanden geleden toen hij de lijst van voorgangers opstelde, iets kon voorspellen, want de titel van het evangelie van vandaag is ‘Zie, gij zult zwanger worden'. Zwangerschap is een periode van benieuwd uitzien, je veel vragen stellen, hopen, en toch niet veel meer kunnen doen dan positief gezind afwachten. In de advent kijken we uit naar de geboorte van de Messias. Alle hoop wordt op de komst van deze nieuwe persoon gesteld, nadat Johannes de Doper Hem als de ware redder heeft aangekondigd. Zoals we in de vorige vieringen hebben kunnen horen, verkondigt de profeet Jesaja de komst van een nieuwe tijd.

Dat gevoel van hopend afwachten leeft waarschijnlijk nu bij de arme bevolking van de Verenigde Staten. Zal Obama zijn beloften van herverdeling van de welvaart kunnen waarmaken? Meer aandacht voor het klimaat? Zoveel mensen in de US maar ook bij ons en nog meer in de ontwikkelingslanden, zijn het voorbije jaar financieel getroffen. Voor ons komt het misschien neer op iets zuiniger leven. Maar voor vele anderen is het een kwestie van de eindjes aan elkaar krijgen. In de krant lazen we recent dat in België 150.000 mensen een beroep doen op voedselhulp. Sinds enkele jaren is er bij ons ook een groeiend aantal werkende armen dat gebruik maakt van voedselhulp.

Bij ons maakt voeding gemiddeld minder dan 20% van het gezinsbudget uit. In de ontwikkelingslanden gaat vaak 75% van het budget naar voeding. Als de prijzen van voeding stijgen zoals de afgelopen jaren, zijn de gevolgen daar dan ook meteen dramatisch.

Onze kerkgemeenschap steunt al enkele jaren het vrouwen-project in Mbonweh, Kameroen. Deze vrouwen werken via vorming, micro-kredieten en inkomensgenererende activiteiten aan de verbetering van de levenssituatie van hun gezin en hun gemeenschap. Broederlijk Delen gaat dit project in 2009 voor het laatst ondersteunen. In deze viering wil ik even bij het project stilstaan. Hoewel de situatie in Kameroen net zoals in vele andere landen op het eerste zicht uitzichtsloos lijkt, geeft het toch hoop te zien hoe de vrouwen in dit project zich inzetten om de levensstandaard van hun gezinnen te verbeteren. De positieve resultaten en de onderlinge solidariteit tussen deze gezinnen geven de moed om door te gaan. Zij kijken niet alleen hoopvol uit naar een betere toekomst, zij zetten er ook hun schouders onder.

Homilie

Voedselsoevereiniteit is een term die weergeeft dat een land kan instaan voor de eigen voedingsbehoeften van de bewoners, zonder afhankelijk van import en dus kwetsbaar te zijn. Hoe komt het dat Kameroen zoals vele andere landen in het Zuiden geen voedselsoevereiniteit kent? Een drietal belangrijke oorzaken.

Ten eerste is er de import van goederen zoals melk, rijst, maïs, tarwe, uien, tomatenpuree. De producenten van deze goederen krijgen vaak subsidies en kunnen de prijs door hun hoge productiviteit zeer laag houden. Deze goedkope producten overspoelen de lokale markten in Kameroen waardoor de lokale boeren hun waren niet kwijt kunnen. Zij stoppen met de lokale productie waardoor het land steeds afhankelijker wordt van de import.
Ten tweede zijn de grote landbouwbedrijven van de overheid systematisch failliet gegaan door mismanagement, te weinig kennis van en investering in het vermarkten van de producten, en de dodelijke goedkope import uit het buitenland. De bedrijven die de lokale goederen konden verwerken, bestaan niet meer. De niet-verkochte lokale goederen moeten dan ook vernietigd worden als ze niet op tijd verkocht worden.
Ten derde is het ministerie van landbouw zoals in de meeste ontwikkelingslanden onderbemand en onderbegroot. Het weinige dat het ministerie beheert komt via corruptie in de verkeerde handen terecht. Ook de jarenlange verwaarlozing van de landbouw door onder andere de Wereldbank speelt hier een rol. De Kameroenese ngo's pleiten daarom voor gerichte subsidiëring van de lokale voedselproductie. Er zijn investeringen nodig in infrastructuur, kennis, stockage, verbeterde landbouwtechnieken. Subsidies voor eigen voedingsproducten zijn mogelijk voor de wereldhandelsorganisatie (WTO), maar de Kameroenese overheid heeft te weinig kennis en invloed om voor deze uitzonderingsmaatregelen te lobbyen. Er moet meer aandacht gaan naar vermarkting van lokale producten, want de bevolking verkiest stilaan de ingevoerde producten boven de lokale producten. En het is evident dat deze investeringen in landbouw, kennis, subsidies, een sterk en capabel ministerie van landbouw nodig hebben.

Na de viering wil de wereldgroep van filosofenfontein jullie in een half uurtje nog meer achtergrondinformatie geven over de oorzaken en mogelijke oplossingen van de wereldwijde voedselcrisis. Dit zal op een interactieve wijze gebeuren. Ik ga hier daarom niet verder op in, maar wil jullie wel aangeven op welke manier de vrouwen van Mbonweh met deze problemen van voedselzekerheid omgaan.

Broederlijk Delen ondersteunt al enkele jaren een bestaande vrouwenorganisatie. Dankzij de middelen die Broederlijk Delen aanreikt, kunnen zij vrouwen in verschillende dorpen training geven. Deze gaan zowel over verbeterde landbouwtechnieken zoals het ecologisch bestrijden van ziektes, het ontdubbelen van scheuten, het bewaren van de producten, als over leiderschap, financieel beheer, gezinsplanning, aidspreventie, enz. De vrouwen leren naargelang hun interesses ook hoe hun landbouwinkomsten aan te vullen met andere activiteiten, zoals de verkoop van zelfgemaakte zeep. Omdat het omzetten van deze training naar de praktijk geld kost en deze vrouwen niet gemakkelijk aan kredieten kunnen komen, heeft de organisatie een micro-financieringsproject opgezet. Ondertussen zijn er al 4000 vrouwen die gebruik maken van het systeem. Met het krediet zetten ze nieuwe activiteiten op en betalen het krediet terug met de winsten die ze maken. Zoals de meeste micro-kredietinstellingen werken ze met groepjes vrouwen die garant staan voor elkaars leningen. Dit verhoogt de terugbetalingskans waardoor het systeem kan blijven bestaan.

Broederlijk Delen heeft de vrouwenorganisatie in contact gebracht met Alterfin, een Belgische ngo gespecialiseerd in micro-kredieten. Met een laatste ondersteuning van Broederlijk Delen zal het luik micro-financiering van Mbonweh geprofessionaliseerd worden, waarna ze ondersteuning van Alterfin zullen kunnen krijgen. Dit project toont aan dat hoewel het weinig kan doen aan de grote structurele oorzaken van de voedselcrisis in Kameroen, het wel voor de betrokken vrouwen een verschil maakt tussen het leven onder of boven de armoedegrens. En een beter inkomen van de vrouwen heeft meteen invloed op de gezondheid van hun kinderen, het feit dat de kinderen naar school gaan, enz. Uit de resultaten van het project kunnen we zien dat de ondersteuning van organisaties als Broederlijk Delen een hefboom is geweest om het project duurzaam te maken. En wat is er mooier als project dan mensen onafhankelijk maken van hulp?

Wat kunnen wij doen in een financiële wereldcrisis? Op het eerste zicht weinig. Het financieel ondersteunen van projecten als dat van Mbonweh is natuurlijk mogelijk. Daarnaast vind ik het belangrijk ook de politieke acties van ngo's te ondersteunen. Het zijn de ngo's die ons wakker houden, zowel het publiek als de overheid, de regering, zodat we niet enkel bezig zijn met onze eigen koopkracht, maar ook oog hebben voor de gevolgen in het Zuiden. Zij kunnen de regeringen enkel wakker schudden als zij kunnen zeggen dat wij hen steunen, dat het publiek ook niet onverschillig blijft.

Dichter bij ons is het belangrijk oog te hebben voor onze eigen landgenoten die het steeds moelijker hebben, zowel de mensen zonder papieren, de alleenstaande moeders, de werkloze arbeider, de bejaarde. Ofwel zorgt de crisis ervoor dat we ons op onszelf terugplooien en als een leeuwin onze eigen jongen in de storm verdedigen, ofwel is het een aanleiding om meer solidariteit te tonen, de schijn van ons af te leggen en samen te werken aan een gemeenschappelijk project. Op de vraag wat wij kunnen kunnen, antwoordden de dochters van Brigitte dat bewust consumeren, eenvoudig leven, voor hen een levenshouding is. "Bewust soberder leven en delen is uiteindelijk de enige mogelijke oplossing, anders gaat onze planeet gewoon om zeep". Als je bewust consumeert denk je aan wie het gemaakt heeft, in welke omstandigheden, voor welke prijs, hoeveel transport en dus energie het gekost heeft om het product tot bij mij te brengen, enz. Als je weet dat onze ecologische voetafdruk door onze vleesconsumptie, rijgedrag, verwarming, apparaten, enz. tien keer zoveel bedraagt als dat van mensen in het Zuiden en je dus hun stukje van de planeet opgebruikt, dan moet je wel beseffen dat het zo niet anders kan. Voor Brigitte zelf komt daar nog een belangrijke dimensie bij: Zij schrijft: "God bemint me met een oneindige Liefde. Zijn aanwezigheid is als een mantel rond mij aanwezig. Het is Zijn liefde die me drijft het goede te doen en wat Hij me geeft aan liefde, liefdevol door te geven. Ook bewust consumeren heeft met die Liefde te maken. Ik zou de diepste laag van het leven kwetsen indien ik de ander niet zou meerekenen bij dit gedrag." We weten dat er allerlei mankementen zijn in ons huidige geglobaliseerde handelssysteem. Als christenen moeten we ons wel verbonden voelen met de zwakkeren en dan ook keuzes maken om te leven in verbondenheid met hen.
Laten we met deze positieve gedachten ons klaarmaken voor het feest van kerstmis.