4e zondag van de advent (2008)

Exodus 25: De ark voor het Volk Gods onderweg Het verhaal vertelt: Er was eens een ark,
een houten kist met daarin de stenen tafelen; op die tafelen stonden de tien aanwijzingen voor een goed leven gebeiteld. Van Godswege opgeschreven. Die ark was de heilige plaats waar de Eeuwige en Mozes met elkaar in gesprek zijn. Van God is geen beeld te maken, de Eeuwige is niet te vatten in menselijk maaksel.
Tussen die twee engelen is er de leegte en toch juist daar is God in gesprek met Mozes.
Vanuit die leegte klinkt: Ik ben er. Op het moment dat dit verhaal werd opgeschreven was de tempel een ruïne,
de ark met de stenen tafelen verdwenen, en het volk van God aan de heidenen overgeleverd.
Er is enkel leegte. Juist dan schrijven ze het verhaal over de ark, Die ark wordt een symbool van een nieuwe geloofservaring: de tien aanwijzingen voor een goed leven zijn niet meer in steen gebeiteld,
maar in je geweten gegrift, geleefd in de mensen hier die wij zijn, nu.
Wij zijn de ark. Als wij de tien aanwijzingen uitvoeren, zijn wij het ontmoetingspunt voor die heet: Ik ben er.

Engelen buigen voor dit gesprek. Dat wordt uitgebeeld met die twee kerubs, twee cherubijnen.
Ook hier in de Franciscus staan ze om ons daar aan te herinneren. Ze buigen hier voor het tabernakel,
de ark waarin het eucharistisch brood wordt bewaard. In die ark van Mozes was naast de stenen tafelen ook een kruik met manna, het brood van God gegeven in de woestijn. Zo is ook het brood in dit tabernakel hemels brood voor onderweg, wij die ervan eten zijn met elkaar sacrament van de Godsontmoeting,
al doende de aanwijzingen ten leven, al doende gerechtigheid en vrede.
De engelen buigen dus eigenlijk voor ons!

Tweede overweging: Apocalyps
De Apocalyps is een boek dat ons de hemel schildert.
Wat hebben wij met de hemel gedaan?!
Als kind leerde ik nog het antwoord op de vraag: Waartoe zijn wij op aarde?
De heel oude katechismus antwoordde:
Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor in de hemel te komen.
De aarde als springplank naar de hemel -
en bij een misstap ging je naar de hel.
Maar eerst hebben we de hel afgeschaft.
En later hebben we ook een groot vraagteken gezet achter de hemel.
We hebben afgeleerd om die hemel te zoeken in de sterrenruimte.
Daar draaien satellieten hun rondje.
Toch is er een onstuitbaar verlangen naar de hemel.
Dan niet als een plaats ergens, maar als een gebeuren.
Je kunt immers soms in de zevende hemel zijn!
Soms, even, gebeurt dat - ook hier.

Johannes, de schrijver van het boek Apocalyps, voert ons de hemel binnen
in een taal die uitreikt boven je logische verstand.
Hemel gaat nu eenmaal boven je verstand uit.
Johannes heeft een visioen, raakt in geestvervoering,
hij raakt in een hogere dimensie, en neemt ons daarin mee.
Ik zag een deur in de hemel die openstond.
In de taal van dromen ziet hij de diepste dimensie van onze aarde, onze geschiedenis.
Zoals een arts een röntgenfoto bekijkt,
zo ziet hij dwars door ons dagelijks leven heen.
En ziet waar het eigenlijk om gaat, de zin van alles,
en waar het toe leidt.
Of zoals een kunstenaar naar de werkelijkheid ziet.
Neem Marc Chagall met zijn visie op het leven.
U ziet het voor op de liturgie.
Hij ziet door de oppervlakte van het leven heen.
Wat hij schildert, daar klopt geen hout van, en toch ....

Het boek Apocalyps vertelt tot zwaar beproefde christenen
over de eigenlijke strijd die er woedt,
en waarin wij betrokken zijn.
Hij vertelt over een strijd in de hemel,
en ook over de hemelse liturgie:
engelen en machten, martelaren en kinderen voeren die strijd,
en tenslotte loven zij Degene die zetelt op de troon.
Johannes schouwt de diepste dimensie van ons bestaan.

Centraal staat het Lam dat geslacht is.
Dat Lam mag de zeven zegels van de aardse geschiedenis verbreken.
Tegenover het Lam staat het gruwelijke gehoornde beest
dat staat voor alle onderdrukkers en verwoestende machten.
Uiteindelijk zal dat weerloze Lam overwinnen
en klinkt er een hemelse lofzang.

Johannes nodigt ons uit om te kiezen voor de partij van het Lam,
kiezen voor de zwakke partij, voor vrede, voor gerechtigheid.
Wees in de crisis niet bang, leef uit hoopvolle verandering

Eeuwenlang hebben christenen hun kerken ingericht naar dit visioen.
Waar zij samenkomen huizen ze als het ware in de hemel.
Ook de Franciscus heeft elementen van de hemelse Apocalyps.
Boven het tabernakel zien we het Lam dat geslacht is - met zijn kruis.
Engelen en heiligen omringen de troon,
hier concreet gemaakt in het tabernakel.
Wij zitten tussen die heiligen in, want ze omringen ons.
Wij zijn de dienstknechten van God,
getekend met het zegel op ons voorhoofd.

De vier dieren rond de troon komen we hier twee keer tegen:
heel klein in de altaarwand, en boven in de glas-in-loodramen.
Ze hebben hier helaas hun kosmische kracht verloren.
Om die te zien moet je naar oude romaanse kerken.
Dat geldt ook voor de engelen hier:
het zijn speelgoedengeltjes, putti,
die hun apocalyptische zeggingskracht hebben verloren.

De vrouw met een kroon van 12 sterren, zien we boven het Maria-altaar.
Haar voeten op de wereldbol met een artistieke slangetje.
Dat heeft niets van de verschrikkelijke draak,
die met zijn staart een derde van de aarde wegzwiept.
In de Apocalyps staat deze vrouw voor de Kerk in ballingschap die gered wordt.
Maria staat model voor heel die Kerk.
Jonkvrouw Sion heet ze in ons Adventslied.

Dat het boek Apocalyps in de Franciscus wordt uitgebeeld is meegenomen,
maar het is een mager aftreksel.
Waarschijnlijk omdat de makers geen voeling meer hadden met het visioen.
In onze tijd is daar gelukkig meer oog voor,
en ik wens u dan ook toe om mee te gaan in het visioen van de Apocalyps.
Dat betekent overigens niet dat je in de hemelse sfeer kunt blijven wonen.
We worden ook weer gewekt uit de droom.
We zijn even in de hemel, maar dan weer helemaal niet
- de Eeuwige niet te zien, niet te horen.
Ons verlangen ernaar wordt versterkt in de Advent:
we verlangen naar die sfeer van verbondenheid met alles en allen,
vrede en gerechtigheid zeker voor de zwakke en uitgebuite mensen,
alle tranen gewist.

Kerstmis zonder commercie geeft dit verlangen handen en voeten.
Een kind geboren met de naam Vredevorst, God-met-ons.
God die mens wordt, aan het licht komt in de mensen die wij zijn.
Een lofzang uit ontelbaar veel kelen. Engelenzang.
Wat een droom!
De stem van ons verlangen roept - met het slot van de Apocalyps:
Kom, Heer Jezus, kom.
Als een echo klinkt er: Ja, ik kom spoedig.
En nu al kunnen we aansluiten bij de hemelse lofzangen:
Alles wat adem heeft love de Heer!