Samenspel van God en mens (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 554 niet laden
Als wij hier de kerk binnenkomen, lopen wij langs een thermometer. U wordt erop attent gemaakt, dat dit gebouw aan renovatie toe is, en dat daarvoor uw bijdrage nodig is. Natuurlijk is een gebouw onontbeerlijk waar mensen kunnen samenkomen om te vieren, om samen te scholen, om plannen te maken. En een gebouw moet uiteraard bijgehouden worden, dat begrijpt iedereen. Maar toch lijkt God huiverig voor stenen gebouwen, omdat ze gemakkelijk leiden tot verstarring, stilstaan, uitsluiting. Hij is liever waar mensen zijn, woont liever in hun harten, gaat liever met hen op weg. Zouden er daarom misschien voeten op de kerk staan?

Op deze vierde zondag van de advent wordt aandacht geschonken aan Maria. Wie is zij? Wie is zij nu voor mij? Wat betekent zij anno 2008 voor mijn leven, behalve de herinneringen uit mijn jeugdtijd? Het evangelie van vandaag geeft een portret van haar, waarnaar ik met u wil kijken; Lucas schrijft over haar. Om dat verhaal van Lucas goed te begrijpen, moeten wij voor ogen houden, dat hij het schrijft 40 jaar na de dood van Jezus; hij begint met te zeggen dat hij een ordelijk verslag wil schrijven over het leven van Jezus, geen ooggetuige-verslag. Hij wil verhalen hoe mensen Hem ervaren hebben en nog ervaren; en dat was bijzonder; hij verhaalt over dat bijzondere leven, over die bijzondere man uit Nazareth, die een nieuwe wereld in het vooruitzicht stelt, Gods koninkrijk.

De traditie wil dat, toen Lucas klaar was met zijn verhaal over het leven en het optreden van die Jezus, die zo'n indruk maakte, dat hij toen pas het eerste hoofdstuk, het verhaal van zijn geboorte, heeft geschreven. Dat is eigenlijk niet vreemd: Lucas geeft daarmee de opvatting van zijn tijd weer, namelijk dat die bijzondere mens Jezus ook op een bijzondere manier geboren moet zijn; dat God zelf daar de hand in moet hebben gehad. Deze benadering is heel bijbels. God had immers ook de hand in de geboorte van Isaac, van Mozes, van Samuel, van Johannes de Doper. Het is ook heel gewoon in andere dan christelijke tradities, dat rondom bijzondere mensen een bijzonder geboorteverhaal ontstaat.
Zo moeten wij dus ook het evangelie, dat wij zojuist gehoord hebben, verstaan.
In dit geboorteverhaal van Lucas zegt Maria in antwoord op de boodschap van de engel Gabriel: "ik ben de dienares van de Heer, laat met mij gebeuren wat U gezegd hebt". Eeuwen lang zijn deze woorden van haar gebruikt (misbruikt) door de kerk om een ideaal beeld te schetsen van de vrouw: onderdanig, totaal gericht op het moederschap, op het gezin. De vrouw hoorde thuis te zijn, zich helemaal te geven aan haar rol als moeder in het gezin. In het publieke terrein van de samenleving was geen ruimte voor haar; ze was uitgesloten van kiesrecht. Tot het hogere onderwijs had zij nauwelijks toegang. Ook in de kerk behoorde zij onderdanig te zwijgen, alleen maar te luisteren. Er was voor haar geen ruimte om mee te denken en mee te beslissen. Anderen bepaalden voor haar wat haar rol moest zijn.

Het is mijn overtuiging dat deze uitleg geen recht doet aan Maria. Als zij zegt "ik ben de dienares van de heer", dan zijn dit geen woorden van slaafse onderdanigheid, maar duiden ze op een bewuste weloverwogen keuze van Maria om haar rol te spelen in het levensprogram van haar zoon, het werken aan een nieuwe wereld van vrede en gerechtigheid, zijn Koninkrijk

Waaruit concludeer ik dit? Wanneer zij hoort, dat ook haar nicht Elisabeth zwanger is gaat zij bij haar op bezoek. En dan zingt zij een krachtig strijdlied, dat wij kennen als het Magnificat: "God toont de kracht van zijn arm, wie zich verheven waant slaat Hij uiteen, machtigen haalt Hij van hun troon, vernederde mensen geeft Hij een hoge plaats, hongerige mensen overlaadt Hij met gaven, rijken stuurt Hij met lege handen weg." Maria is gelukkig met dit beeld van God, de God die het opneemt voor kleine mensen, de God die geen onrecht duldt, de God die de maatstaven, die in onze wereld gelden, omdraait. Als geen ander voelt zij aan wat het levensprogramma gaat worden van het kind, dat zij in haar schoot draagt.

En zij heeft - samen met haar man Jozef - Hem in dat levensprogram ingevoerd. Maria een Jozef hebben, als goede ouders, Hem opgevoed, ook in het geloof. Ik moet zeggen dat ik heel lang gedacht heb, dat het kind Jezus (het was immers een goddelijk kind) vanaf zijn geboorte alles wist wat Hem in zijn leven zou overkomen, alles wist wat Hij zou gaan doen, alles wist wat Hij zou moeten doen. Vandaag denk ik niet meer zo: Ook Jezus moest van kinds af aan leren, ook Hij moest zich zijn levensprogram eigen maken, ook Hij moest daarin groeien en opgevoed worden. Het zijn Maria en Jozef geweest, zijn ouders, die Hem daarin zijn voorgegaan. Het Magnificat was Maria's geloof, dat zij haar kind heeft geleerd, voorgeleefd, met de moedermelk heeft ingegeven.

Dit is Maria voor mij, allesbehalve een onderdanige slaafse figuur, maar juist een krachtige vrouw, die bereid is haar rol te spelen in het stand brengen van een mooie wereld.