4e zondag van de advent (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 477 niet laden

Welkom op onze laatste etappe voor Kerstmis: de laatste voorbereidingen worden getroffen om ons huis werkelijk een huis van gastvrijheid te zijn, om ook in onze geest en onze ziel gastvrij te doen zijn. In de lezingen van vandaag wordt gesproken van een tempel voor God: wel of niet een tempel bouwen. Een tempel of een kerk voor God heeft weinig zin als je niet zelf ook een tempel van diezelfde Geest van God wilt zijn en niet herbergzaam bent van hart voor hen die in nood zijn.
Laten we God bidden om ontferming en vergeving voor de kleinheid van ons hart en de beperkte ruimte van ons leven.

Het jaar van het religieus erfgoed is afgesloten. Het was een jaar van aandacht voor de religieuze traditie die in gebouwen, kerken, kloosters en kapellen zichtbaar is neergelegd. Het jaar is gebruikt om mensen bewust te maken van de rijkdom van dit erfgoed. Het is met veel inspanning en inzet opgebouwd en het geeft uitdrukking van een sterk geloof en een groot saamhorigheidsgevoel binnen de kerken.
U heeft ongetwijfeld via de media gehoord van de noodkreet van de kerken, katholiek en protestant, die roepen om extra steun van de overheid om voor dit erfgoed te zorgen. De last van deze gebouwen wordt voor de kleiner wordende kerken te zwaar. Bovendien mogen we dit erfgoed beschouwen als een erfenis voor heel de samenleving waarvan je mag verwachten dat die een extra steun zal bieden om dit erfgoed te behouden voor de toekomst. Laten we hopen dat deze noodkreet een positief effect zal hebben.
Wij beseffen hier in de Jacobusparochie wat dit vraagt en we zijn er nog niet. Al jaren wordt aan het gebouw gewerkt en U weet dat we nog veel nodig hebben om de restauratie tot een goed einde te brengen. Waartoe deze restauratie en waartoe al dit geld dat erin gestopt wordt? Wat zou de profeet Nathan zeggen als hij dit zou zien? Hij zegt tegen David dat God niet in een huis van cederhout en goud wil wonen, maar in een tent omdat Hij duidelijk wil maken dat Hij met zijn volk onderweg is en dat Hij niet vastzit aan stenen en muren. Integendeel het is andersom: God bouwt een huis voor David, zijn koningshuis.
De boodschap van Nathan is zeer actueel: hij maakt duidelijk dat de mens de verleiding kent om, als hij een gebouw heeft neergezet, om God daarin op te sluiten. De profeet twijfelt aan de motieven van David: is hier sprake van oprechte devotie of is hier sprake van politiek? David heeft een hoofdstad gebouwd als politiek centrum van het land en daar hoort ook een tempel bij. Op die manier krijgt zijn koningschap goddelijke legitimatie, om er een staatsgodsdienst van te maken. De God van Israël is echter te groot om een staatsgod te zijn, alsof God van David afhankelijk is. Daarom moet David afzien van de bouw van de tempel.
Later zal Salomo die wel een tempel zal bouwen, zich bezorgd afvragen of een tempel, zelfs zo groots en prachtig als die van Jeruzalem, Gods heerlijkheid kan omvatten. Ook hij erkent de beperktheid van het gebouw: het verwijst naar God en de mensen mogen er een ontmoetingsplek van maken om God te ontmoeten. En nog is het niet voldoende.
Een tempel, een kerkgebouw herinnert aan de aanwezigheid van God in onze wereld en onze samenleving. Het verzamelt mensen die zich verdiepen en die God willen ontmoeten. Een kerk heeft echter niet alleen een binnenkant, maar ook een buitenkant. Die buitenkant herinnert ook de voorbijgangers aan de aanwezigheid van God, het wijst naar die andere wereld: de wereld die door God beloofd is, een wereld waarin ieder kind veilig is, een wereld waar de armen en gekwetsten op de eerste rij zitten. Een kerkgebouw wil ook de buitenstaanders herinneren aan die belofte.
Onze samenleving laat zich sterk opdelen in sectoren: werk en privé, kerk en staat, cultuur en economie. Dan is er de verleiding om God in één van die sectoren te plaatsen. De kerk wordt dan de plek waar God vereerd moet worden, maar daarbuiten mag je niet meer van Hem horen, daarbuiten mag je niet meer merken dat Hij mensen inspireert tot een bepaalde manier van leven, tot bepaalde keuzes in ethisch en economisch handelen. God wordt onschadelijk gemaakt: alleen voor privé-gebruik, binnenskamers.
Maar God laat zich niet opsluiten. God kiest daarom een nieuwe tempel en de eerste tempel is Maria zelf die als een nieuwe ark van het verbond het Woord van God ontvangt en bewaart. Maria wordt zelf in haar persoon symbool van de vernieuwing van het aloude verbond van God met Israël dat een verbond blijkt te zijn voor heel de mensheid. Deze Zoon van David wordt niet alleen tot het uitverkoren volk gezonden, maar heeft een boodschap voor alle mensen: voor hen binnen de muren en voor hen die buiten de muren zijn. Maria heeft zelf het Woord van de Levende God niet opgesloten in haar eigen leven als een privé bezit. Na de boodschap van de engel is ze op reis gegaan: Naar haar nicht Elisabeth, naar Bethlehem, naar Egypte om haar kind in veiligheid te brengen, terug naar Nazareth enzovoorts.
God maakt de mens tot tempel van de Geest om Gods Woord te herbergen. De kerk is voortaan bedoeld om die mens te voeden en op zijn levenstocht plekken te geven van rust en bezinning. Daarom moet het religieuze erfgoed blijven bestaan, niet als herinnering aan een rijk verleden of als teken van een kunstige techniek, maar als rustplaats voor de ziel, als levensbron voor de mens die steeds weer opnieuw Gods woord wil verstaan en diens roepstem wil volgen. Ieder mens mag dat teken verstaan, opdat ieder mens door datzelfde levenwekkende Woord geraakt wordt, dat Maria vervuld heeft en dat ons steeds weer opneuw vervult. Mogen wij de komende dagen beseffen dat wij zelf geroepen zijn om net als dit kerkgebouw groot en ruim en schitterend van hart te zijn om anderen te herbergen, om het Woord van God kunnen herbergen. Dan zal de vrede van Kerstmis in ons kunnen wonen.
Amen.