What's in a name...

Beste vrienden,

Als ik dit evangelie hoor heb ik toch het gevoel alsof er iets verkeerd gelopen is. Moest die zoon die de maagd zal baren niet een heel andere naam krijgen?  

Jesaja heeft toch een andere naam genoemd. In hoofdstuk 7 van het boek Jesaja staat toch: “Zie, de jonge vrouw zal een kind ontvangen, ze zal een zoon baren, en ze zal Hem de naam Immanuel geven.” Niet Jezus, maar Immanuel 

 

Goede vrienden, heeft Jesaja dan iets verkeerds voorspeld? Is God zelf misschien van mening veranderd, of heeft Maria dan toch een verkeerde naam gekozen?

Een unieke naam was het tenslotte niet, die naam, die het kind toen kreeg. Er waren er veel die de naam Jezus droegen. Het was toen een heel gebruikelijke naam in het Bijbelse Israël. Vermoedelijk werd hij uitgesproken als “Jeshuah.”

Er waren echter ook andere varianten – een van de meest bekende is de vorm “Joshua”. Zo kennen we die naam van de beroemde opvolger van Mozes, die het volk in het beloofde land heeft binnengeleid. Het was helemaal niet uitzonderlijk dat een kind Jeshuah, Jezus, werd genoemd. En toch was het een bijzondere naam. In Israël zijn er eigenlijk helemaal geen “gewone” namen. Namen zijn in het Bijbelse Israël zijn altijd sprekende namen, ze zijn altijd meer dan een gewone benaming, altijd meer dan een samenklank van geluiden. Namen dragen in Israël doorgaans een hele boodschap in zich, ze zijn eigenlijk een volledig programma.

Zo ook de naam Jezus, “Jeshuah”, die in feite uit twee delen bestaat. Hij begint met het woordje “Jah”, de verkorte vorm van de naam van God zelf, en een vorm van het werkwoord “Jeshuah”, dat zoveel betekent als “helpen”, “redden” of “bijstaan”. Jahweh, onze God, dat is diegene die bijstaat, die helpt, die redt – dat is de betekenis van de naam Jeshuah, Jezus.

En zoals het evangelie van Lucas ons leert, wou God zelf dat zijn zoon juist die naam zou dragen: Jezus, zo moest hij heten!

Wij christenen zijn er reeds zo aan gewend over Christus te spreken dat we soms helemaal vergeten dat Christus helemaal geen naam, maar gewoon een titel is. Christos betekent “de Messias”, de gezalfde – niet minder, maar ook niet meer.  

Jezus, dat is de naam die Gods zoon volgens Gods eigen wil moest dragen. Want die naam is een programma – een programma, dat God van het eerste begin af zijn zoon mee heeft gegeven voor zijn werking hier op aarde. Met elke vezel van zijn wezen moest hij dat uitdrukken: Jeshuah - onze God, dat is diegene die er voor ons is, die ons bijstaat, die helpt, die redt. God is er altijd voor ons, Hij is de “God met ons”.

En dan is er die tweede naam, “Immanu-El” – “God met ons”.

Eigenlijk is dat helemaal geen andere naam. In feite heeft hij exact dezelfde betekenis. Het zijn alleen andere woorden. Immanuel klinkt heel anders dan Jeshuah, maar het is vanuit zijn betekenis identiek dezelfde naam: Hij zegt juist hetzelfde als wat God vanaf het prille begin, vanaf de tijd van Mozes, gepoogd heeft aan de mensen bij te brengen. Weest niet bang!

God is diegene die er altijd, wat er ook gebeurt, voor jullie is, gelijk wanneer en waar! Er is geen enkele reden om voor God bang te zijn, want Hij is degene die jullie bijstaat, die redt, die helpt.

Zo heeft Mozes het ons toegezegd, zo heeft Jesaja het verkondigd, en zo heeft de Engel Gabriel het aan Maria kond gedaan: Weest niet bang! God is met jou. Hij is de Immanu-El, de God met ons en ook Jeshuah, God redt, hij geneest, Hij staat ons bij en Hij is er gewoon altijd.  Amen