Hij komt anders dan ge denkt

Beste vrienden!

De volksmond zegt ons: Het komt toch altijd anders als ge denkt! Dat gezegde getuigt van een ervaring waar niemand van ons onderuit komt. Het kan gaan over een mislukt verlof of over een plots onvermijdelijke verhuis. Het kan ook over tragische en pijnlijke gebeurtenissen gaan: gebroken relaties, plotse zware ziekte of zelfs de dood van een geliefd iemand. Wat het ook is: Onze zo zorgvuldig opgestelde planning wordt helemaal onderuit gehaald. Een dergelijke situatie wordt dan dikwijls als "Lot" of "Toeval" omschreven, en wij mensen zijn er voortdurend mee bezig om ons met de ene of andere nieuwe situatie te verzoenen en er ons op één of andere manier op aan te passen.

"HIJ komt altijd anders als de mensen denken". Dat is geen gezegde meer, maar wel de ervaring die wij mensen voortdurend met God hebben: eerste het volk Israël, en dan, in het evangelie van vandaag, Maria, en in onze tijd ook ieder van ons die zich met Hem inlaat. God komt heel anders dan Israël het zich had voorgesteld. Hij komt als een totaal onverwacht bezoek bij een jonge vrouw die helemaal niet bijzonder was; die een stil en eenvoudig leven leidde, iemand die heel bescheiden wensen en eenvoudige verlangens voor de toekomst had en die buiten haar familie en haar directe omgeving helemaal niet werd opgemerkt.

De criteria waaronder God diegenen uitzoekt waarmee Hij wil samenwerken, verschillen grondig met de criteria die wij mensen ons voorstellen. Maar in de groet van de bode herkent Maria zichzelf als heel bijzonder. Want die bode, die hier toch in de zin van zijn opdrachtgever spreekt, zegt, om het met mijn eigen woorden te zeggen, tot haar: "Gij, Maria, wordt totaal bemind door diegene die de eeuwige liefde zelf is". Die uitspraak doet Maria schrikken en stemt haar tot nadenken. Maar als HIJ, God zelf, zo in ons leven komt, dan kunnen ook wij ons anders zien dan we tot nu toe van ons zelf hebben gedacht.

Daarom moeten we de groet van de bode ook niet enkel en alleen tot Maria beperken – hij geldt voor ons allemaal. God heeft ook ons toegezegd dat Hij ons bij naam kent en dat Hij die naam in de palm van zijn hand heeft geschreven. Dus kunnen we ervan uitgaan dat ieder van ons zich door God even geliefd mag weten als Maria. En omdat wij mensen geen groter verlangen koesteren dan onvoorwaardelijk geliefd te worden, is de bode, die ons die goede boodschap overbrengt ook een bode van de liefde van God – een engel dus. Alleen, we herkennen die engel niet altijd – in het gewoel van elke dag kijken we er wel eens over of we zien hem helemaal niet. Daarbij is toch alles wat ons onbaatzuchtige liefde brengt, alles wat ons gelukkig maakt of vreugde schenkt, in die zin een bode van God, een engel.

En er is nog een woord uit de verkondiging dat we van nabij moeten bekijken. God komt door bemiddeling van de bode tot een jonge vrouw, een maagd!

Noch Lucas, noch ikzelf zijn geïnteresseerd in de biologische betekenis die later aan dit woord werd toegekend. Wel aan dat wat dat „maagd zijn" naar God toe betekent. "Dienstmaagd des Heren" geeft hetzelfde weer: Een mens die voor God helemaal open staat en ontvankelijk is; wiens wil totaal vrijwillig samenvalt met de wil van God zelf. Je zou zelfs verder kunnen gaan en zeggen: God kan alleen maar naar dergelijke mensen komen omdat Hij zijn liefde aan niemand opdringt, maar altijd aangewezen is op onze bereidheid, onze openheid en onze "ontvankelijkheid voor Hem".

Men zegt wel eens dat elke mens twee deuren heeft, de ene wordt geopend door God, de andere moet de mens zelf open doen.

Een dergelijke openheid tegenover God is niet ongevaarlijk, ze heeft altijd consequenties, en nooit consequenties die ik zelf kan plannen of onder controle houden. En dan zijn we weer bij de uitspraak waar we mee begonnen zijn. God denkt en handelt anders dan wij, en daar moeten we op in gaan. God heeft ons nodig om door ons te kunnen handelen – maar Hij heeft ons niet nodig voor zichzelf, opdat Hij gelukkig zou zijn, maar altijd voor zijn schepping, voor zijn schepsels.

God's liefde is nooit zelfzuchtig en wordt nooit gestuurd door verdoken egoïstische motieven; maar we moeten er wel altijd rekening mee houden, en we moeten ook aanvaarden, dat Zijn liefde voor ons soms ook vervelende of zelfs onaangename consequenties met zich kan meebrengen.

In het geval van Maria kunt ge dat heel sterk aanvoelen. God verwacht van haar dat ze een buitenechtelijk moeder zou worden; dat betekent voor haar dat ze door haar vrienden en buren – misschien zelfs door de eigen familie – veracht en bespot zal worden en dat ze haar "goede naam" en misschien zelfs haar bruidegom zal verliezen.

Maar gaat het voor andere mensen die zich voor God openen, die God in hen laten werken, niet ook zo? Ook zij worden dikwijls voor "dom" versleten, mis begrepen of meewarig glimlachend als een soort nar behandeld. Soms worden ze, zoals Franciscus, Galilei en Martin Luther zelfs in de eigen omgeving als "onchristelijk", "immoreel" of zelfs "ketters" beschouwd en af en toe worden dergelijke mensen ook vandaag nog zo fel gehaat, dat ze om hun leven moeten vrezen.

Dat een liefde, zoals God ze ons in Maria heeft getoond en in Jezus Christus bevestigd, in de ogen van onze maatschappij dikwijls mislukt, wordt door elk kruisbeeld aangetoond. Het kruis toont ons aan dat Liefde nooit opgeeft, ook niet als er levensgevaar mee gemoeid is.

Maria – en door haar ook wij allemaal – verneemt dat ze door God wordt aanvaard en bemind. Omdat ze nog jong en onbedorven, dus open voor God en zijn boodschap is, laat ze God doen wat Hij het beste acht en blijft niet vasthouden aan datgene wat Zij zich had voorgesteld.

Met de ogen en de mentaliteit van onze tijd gezien was het voor haar totaal verkeerd om zich ter beschikking van God te stellen, want haar leven werd er daardoor zeker niet eenvoudiger op – in tegendeel: eerst wordt ze moeder van een buitenechtelijk kind, en dan ook nog moeder van een terechtgestelde misdadiger.

In het leven van Maria zijn er veel situaties geweest die het haar moeilijk maakten om nog iets of iemand te begrijpen. Noch Herodes, die haar kind naar het leven tracht; noch de schriftgeleerden en de farizeeën die hem uit de weg willen ruimen – noch haar zoon zelf die, heel onvoorzichtig, voortdurend dingen verkondigt die Hem het leven kunnen kosten. Maar ook daar gaat het haar niet anders dan ons allemaal: God laat niet in zijn kaarten kijken. Al wat Hij vraagt is een onbegrensd vertrouwen dat alles wat Hij in ons teweegbrengt uiteindelijk ten goede zal keren. En juist bij pijnlijke situaties met veel leed, hebben wij het erg moeilijk om dat vertrouwen op te brengen. Maar ons leven is ook altijd een adventsgebeuren, een Ja zeggen tegen een dikwijls verborgen en door ons niet altijd begrepen God. Daarom is het goed als ik me er altijd weer aan kan herinneren dat God onvoorwaardelijk JA heeft gezegd tegen mij en tegen mijn leven. Zijn JA tegen mij gaat mijn Ja tegen mezelf en tegen God vooraf. "Gij zijt vol van genade, de Heer is met u" is de groet van de engel aan Maria. Maar die groet geldt in dezelfde mate ook voor u en voor mij. Zowel vandaag als op elk ogenblik van ons leven. Amen.