Verwachten en welkom heten (2011)

Het is reeds de vierde zondag van de advent!

We naderen de kortste dag en langste nacht van het jaar!

De Germanen vierden rond 25 december midwinter- of joelfeesten. Feesten van dankbaarheid voor wat geweest was en hoop voor wat nog komen moest. Ze duurden 13 dagen. Er werd niet gewerkt, maar wel enorm veel gegeten en gedronken. Het waren 12 dagen feest met veel vuur om de koude te verdrijven en veel licht van het vuur, om het donker te verdrijven…

Dit midwinterfeest kreeg doorheen de jaren en de kerstening, door de opkomst van het christendom, de naam “Kerstfeest”!

Kerstmis komt voor ons allemaal nu wel erg dichtbij!

 

Een interessant verhaal hoorden we in de eerste lezing..

De Hebreeuwen hadden zich ontwikkeld van half nomaden tot dorpsbewoners. Uit hun zwerverstijd bewaarden ze nog een reusachtige tent waarin de priesters in de woestijn de Sabbat vierden. Ze bewaarden in het Heilig der heiligen nog steeds de tekenen van het verbond die naar hun God, naar JHWH wezen.

David geneert zich hiervoor. Bij een koning in een paleis hoort ook een God met standing.

Daarom plant David om een tempel te bouwen. Hij legt zijn plan voor aan de profeet Natan die bij God moest polsen over die nieuwe woning die David voor Hem wilde bouwen.

Het antwoord werd duidelijk. ‘Jij, David, wil voor mij een huis bouwen? Ik zal voor jou een huis bouwen!' antwoordde JHWH.

Sindsdien bewaren wij de opmerking als een waarschuwing dat we God niet naar onze hand kunnen zetten. Als we dat toch doen, dan gaat het niet meer over God maar over ons eigen idee. Wie God schept naar zijn eigen beeld zal ooit ontdekken dat hij voor de verkeerde geknield heeft.

 

God wil tussen de mensen wonen. Daar is Zijn plaats, in en met mensen alle dagen op stap gaan, zo wil God zijn. Doorheen mensen zich laten zien in de wereld, zich laten zien aan de ander. Niet in een paleis wil God wonen.

 

In het evangelie horen we iets soortgelijks!

Enkele weken geleden zei ik nog: “wanneer de hemel openscheurt, staat er altijd iets van God te gebeuren”

Met de engel Gabriël is het weer zo ver, hij komt tot Maria met de woorden: “Wees gegroet Maria, vrees niet…”. Hij komt van Godswege naar haar toe! En uit die woorden is het ‘weesgegroet’ ontstaan dat rozenkrans mensen nog zoveel bidden!

In deze boodschap van de engel Gabriël zien we hoe wij met al ons bidden ten diepste in eerste instantie door God worden aangesproken!

We zouden beter zeggen “we worden gebeden”.  Onze woorden zijn een gevolg van Zijn “wees gegroet” dat Hij voortdurend tot ons spreekt!

Als we bidden, dan bidt God eigenlijk in ons, dan is Hij het die ons zegent en prijst en aanzet om te antwoorden...

 

We zijn in het evangelie al 42 generaties na koning David.

Het Paleis dat God toen van Koning David niet aanvaardde, wil Hij nog steeds niet! Een timmerwerkplaats van Jozef, dàt ligt God beter.

 

Jozef is uitgehuwelijkt. Zijn vrouw wordt overvallen door een engel, de engel Gabriël die haar direct wil geruststellen met de woorden: ‘Wees gegroet Maria, vrees niet…'.

En Maria een eenvoudige vrouw in de straat, wordt overweldigd en stamelt: ‘Mij geschiede naar uw woord.' Ze begrijpt het niet maar ze is vol overgave. Ze schept zich geen God naar haar eigen behoefte. Ze bouwt geen huis voor God... ze krijgt ook van God geen huis gebouwd... maar zij wórdt het huis van de Allerhoogste.

Haar overgave aan de Eeuwige maakt haar tot Zijn woning.

Wie kon er meer, en dieper, en intenser Jezus verwachten, Gods Zoon,  dan Maria!

 

Dat is advent, God, op onze beurt, verwachten en welkom heten! Ja, zeggen wanneer Hij vraagt of Hij mag binnenkomen.

God verwelkomen doen we door ‘Ja’ te zeggen aan wat de naastenliefde vraagt! Door een lieve moeder en een goede vader te zijn, maar ook een goede buurvrouw of buurman!

 

Ik moet er geen tekeningetje bijmaken hé, dat het winter is en de ijzel en sneeuw heel wat oudere mensen zonder brood en toespijs kunnen zetten. Hoe ouderen mensen niet meer in staat zijn om hun stoep sneeuwvrij te maken…Daar wil God komen wonen, waar we stil en ongedwongen heel veel voor elkander doen…

 

God verwelkomen doen de bezielde leerkrachten, zoals we in het verhaal van Marianne mochten horen.

Wat hoop ik dat we God ook dit jaar niet in een verre stal aan de rand van de weide verwachten, maar dat wij ons helemaal klaarmaken om Hem in onze open warme armen te ontvangen, zodat Hij echt zichtbaar wordt rondom ons, zodat vele mensen Hem mogen leren kennen als ‘Ik zal er zijn, Ik ben er voor jou’….

Daarom mogen de mannen van de voetbal, de mensen van Kras, van Leesweb en van de Dobbelsteen nooit opgeven zich zo te blijven inzetten voor al die kinderen… dikke Proficiat en Bedankt!