Hij zal voor u een huis oprichten (2011)

 
Koning David was een goede politieker en gebruikt alle middelen om zijn macht te bevestigen.  Hij heeft Jeruzalem ingenomen en er een sterke burcht van gemaakt.  Het zou hem goed uitkomen zo Jeruzalem ook een religieus centrum wordt.  Daarbij hoort zijn plan om de ark van het Verbond, die tot dan toe in een tent geplaatst was, over te brengen naar een te bouwen tempel.

De profeet Natan vindt dit een goed plan.  Hij doet wat ons allemaal bedreigt nl. de machtigen naar de mond te spreken.  “L’alliance du trône et de l’autel”, het samengaan van troon en altaar, daarmee zijn eeuwen politieke en kerkelijke geschiedenis getypeerd.  Hoeveel tempels en kerken zijn er niet gebouwd om de macht van de opdrachtgever te tonen?  De Romaanse Dom van Speyer behoort tot het werelderfgoed.  In 2011 werd de inwijding ervan herdacht en gevierd, 950 jaar geleden.  In haar crypte liggen haar beschermheren begraven, de Duitse keizers uit de familie van de Saliërs (1024-1125).  De bouw van de zo indrukwekkende St.-Pietersbasiliek en de aflaten eraan verbonden hebben een breuk veroorzaakt in de kerk van het Westen.  Een kerk met meer bescheidenheid beseft dat ze meer moet investeren in mensen dan in stenen. 
De profeet Natan moet op zijn toestemming terug keren.  Nadenkend over wat God wenst, komt hij tot een ander inzicht.  “In diezelfde nacht nog werd het woord van God tot Natan gericht.”  Natan moet aan David waarheden gaan zeggen, die deze niet gaarne hoort.  Nu in verband met de tempelbouw, later in verband met een moord die David op zijn geweten heeft (2 Sam. 12).

Het voorstel om een tempel te bouwen wordt afgewezen.  God kan overal thuis zijn.  In mensen wil Hij wonen (ZJ 540).  God is geen vragende partij voor een stenen tempel.  “Hij troont boven de schijf van de aarde.  Hij spreidt de hemel uit als een doek, spant hem uit als een tent om in te wonen” (Jes. 40,22).  “Zelfs de Libanon levert te weinig hout, te weinig wild voor een brandoffer” (Jes. 40,16).  Stenen binden en zetten je vast.  De tent is een teken van mobiliteit, het blijvende voorlopige.  Toch hebben we huizen nodig om in te wonen.  Daklozen zijn zo onbeschermd.  Het is goed dat we plaatsen hebben waar we kunnen bidden en ons als gemeenschap ondersteunen.  Belangrijker dan stenen zijn de mensen.  Het teken van Gods trouw is niet dat hij een stenen woonst heeft, maar dat hij met zijn volk is meegegaan en dit zal blijven tonen.  In de plaats van het huis dat David wil oprichten staat het vooruitzicht dat zijn koninklijk huis zal blijven bestaan.  “Wanneer je leven voorbij is en je bij je voorouders te ruste gaat, zal ik je laten opvolgen door je eigen zoon en hem een bestendig koningschap schenken” (2 Sam. 7, 12).  God zal ervoor zorgen dat zijn troon nooit wankelt en God zal een vader voor hem zijn (cf. 2 Sam. 7,7.).  Maar ook hier verloopt het anders.  Is dit goddelijke ironie?  God schrijft recht op kromme lijnen.  “Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de HEER.  Want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven, en mijn plannen jullie plannen” (Jes. 55,8-9). 

De opvolging langs een koningshuis met macht vervalt met de Babylonische gevangenisschap.  Maar juist doorheen die Babylonische beproevingen werkt God aan een nieuwe en andere opvolging.  Alweer komt God met zijn verrassingen.  Het huis van David heeft zijn macht verloren.  Het koningschap strandde.  Maar in de gelovigen zal God blijven leven.  Zij vormen het huis.  Zij zijn de zonen en de dochters, de nakomelingen van Abraham.   In hun midden zal Gods dienaar zijn.  We horen in het boek Jesaja over een Dienaar, die bij Jahweh geliefd is.  Hij is een lijdende Dienaar, “Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond” (Jes. 53,2).  “Hij was een man, die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was” (Jes. 53,3).  “Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam” (Jes. 53,4).  Hij is een rechtvaardige dienaar, die velen recht verschaft (cf. Jes. 53,11). Hij zorgt voor een nieuwe dynastie.  Dit geeft aan Sion redenen tot jubelen.  “Jubel, onvruchtbare vrouw, jij die nooit een kind hebt gebaard; breek uit in gejuich en gejubel, jij die geen weeën hebt gekend.  Want – zegt de HEER-, de kinderen van deze verstoten vrouw zullen talrijker zijn dan die van de gehuwde.  Vergroot de plaats voor je tent, span het tentdoek wijder uit, zonder enige terughoudendheid.  Verleng de touwen, zet de tentpinnen vast” (Jes. 54,1-2).  “De Heilige van Israël zal je bevrijder zijn, men noemt hem God van de hele aarde”(Jes. 54,5).

Het orakel van Natan is als een stichtingsakte van Gods beloften aan David.  Deze waarborgt de stabiliteit van de dynastie, maar zo anders als David zich kon voorstellen en Natan kon vermoeden.

Het kind in de kribbe in de Davidstad Betlehem had naar het oog van de wereld geen koninklijke allures.  Een man en een vrouw onderweg zoals zovele om te beantwoorden aan het bevel van een keizer, die wou weten hoeveel mensen er in zijn rijk woonden.  Bij de kribbe staan de os en de ezel want zoals de profeet Jesaja zei: “Een rund herkent zijn meester, een ezel kent zijn voederbak, maar Israël mist elk inzicht.  Mijn volk leeft in onwetendheid” (Jes. 1,3).

Jezus, de verre afstammeling van David, zal er voor zorgen dat het volk de weg naar de HEER zal vinden.  “Voor jullie die ontzag voor mijn naam hebben zal de zon opgaan, de zon die gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt” (Mal. 3,20).