Evangelieprikje 2014

Geef toe, als je dit evangelie hoort, dan denk je toch meteen dat elke christen een beetje een "Johannes de Doper" zou moeten zijn. Johannes de Doper is namelijk niet Jezus zelf, maar hij getuigt er wel van. Zou dat geen mooi programma zijn voor elke christen? Getuigen met woorden en daden van de Blijde Boodschap. Heals is het nog altijd zo dat weinig mensen christenen linken aan Blijde Boodschap, eerder aan mensen die onvrij zijn en zich moeten houden aan strenge regels uit een vorige eeuw. Ik merk zelfs enig medelijden bij mijn leerlingen als ik in het begin van het schooljaar vertel dat ik gelovig ben. Ik krijg meestal een schooljaar de tijd om hen er van te overtuigen dat geloven bij mij geen last maar een lust is.Reden genoeg dus om te getuigen van de blijdschap en de vreugde die ons geloof ons schenkt. We hoeven dat niet te doen met grote woorden en massamanifestaties, dat mag ook wel, maar van mens tot mens is vaak al voldoende. Maar getuigen van Jezus en de Blijde Boodschap is niet het enige wat ons verbindt met Johannes.

Wat verder legt Johannes uit dat hij een stem is die roept in de woestijn. Uiteraard leven wij niet in de woestijn, ten minste toch niet als we het letterlijk nemen. Als we het figuurlijk nemen als een plaats waar weinig leven is, waar de dood dreigt, dan misschien wel. Zijn wij als christenen geen stemmen die roepen om solidariteit in de woestijn van ieder voor zich? We weten allemaal dat we in niet zo bijster goede economische tijden zitten en dat we dus kritisch en zuinig moeten omspringen met de middelen. Het is onze taak als christenen, als kerkgemeenschap om er over te waken dat de meest kwetsbaren in onze samenleving niet nog meer in de armoede en in de kou gezet worden. Wij zijn misschien af en toe een stem die roept in de woestijn, een organisatie als Welzijnszorg is dat altijd. Want helaas zijn er nog altijd vele landgenoten, wij misschien ook, die geloven dat er in een land als het onze geen armoede kan zijn omdat er zoiets is als een sociale zekerheid. Welzijnszorg stelt dat opvangnet dit jaar voor als een paraplu, helaas wel een paraplu met gaten. Want het is natuurlijk niet zo dat er geen armen meer zijn in ons land. Helaas leven 1 op de 7 landgenoten in armoede. Soms zien we dat duidelijk, maar vaak ook niet omdat mensen moeite doen om hun armoede te verstoppen. Zij die arm zijn hebben geen lobbygroepen in het parlement, maar hun armoede is een levende oproep aan ons. Zij zijn de herders van vandaag waarbij God wroet om mens te worden. De 150 projecten die Welzijnszorg steunt zijn dus niet bijkomstig, ze zijn het antwoord dat een kerkgemeenschap moet formuleren. Het is mensen bewust maken van die armoede, maar ook samen met de politiek en bewindvoerders zoeken naar structurele oplossingen. Maar zolang die er niet zijn,is het als christen onze verdomde plicht de gaten in de paraplu te dichten.

Je kan die verantwoordelijkheid gemakkelijk van je afwimpelen. Het is toch hun eigen schuld? Het zou ons te ver voeren om deze vraag echt goed te beantwoorden, maar zeg nu zelf, geen enkel mens vindt het toch plezant om arm te zijn? En ok, misschien zijn er wel bij die te afhankelijk zijn van hulp van anderen, maar dan moeten we dat aanpakken. Je zou ook kunnen zeggen dat we toch niet alle problemen van de wereld kunnen oplossen. Dat is natuurlijk waar, ik denk ook niet dat iemand ons dat vraagt. Het gaat om die concrete mens die vraagt om geholpen te worden, ook al kunnen we maar één mens helpen, het is de moeite. Voor wie dat niet gelooft, dit verhaaltje. Een jongetje loopt aan het strand, er zijn verschillende zeesterren aangespoeld. Hij bukt zich en gooit ze terug in zee. Zijn vader begint het op de duur vervelend te vinden: "Waarom doe je dat nou? Je kan ze toch nooit allemaal in zee gooien? Er is geen beginnen aan je reddingswerk." "Dat is waar", zegt de jongen, "ik kan ze niet allemaal redden, maar voor diegene die ik in zee gooi is dat wel een verschil van leven of dood". Kunnen we in die optiek misschien eens als gezin beslissen om vijf of tien procent van het normale budget dat we uitgeven aan kerstcadeautjes voor mensen die meestal toch al alles hebben, te storten aan Welzijnszorg? Zo steunen we de stem die roept in de woestijn van hardnekkige onverschilligheid en getuigen we net als Johannes van de Blijde Boodschap door aan die mensen te zeggen: God houdt ook van jou! Op die manier zou het derde lichtje op de adventskrans het lichtje van de kritische kijk kunnen zijn die ons uiteindelijk aanzet tot meer solidariteit met mensen die vechten om te overleven.