2e zondag van de advent B (2011)

Een stem die roept in de woestijn. In onze tijd van radio, TV, internet, e-mail, Twitter en nog meer, dringt een stem in een paar minuten vanuit de woestijn, vanuit Siberië, vanuit China of waar dan ook in onze huiskamers binnen. Zelfs vanuit de ruimte zijn de beelden in een mum van tijd hier bij ons.

 

Des te verbazingwekkender is het dat het woord van Johannes de Doper, vanuit de woestijn kon doordringen tot in Judea en tot in Jeruzalem. Een stem in de woestijn die gedragen wordt, die steeds verder reikt. Johannes de Doper, een boeteprediker, een profeet, iemand die namens de Heer oproept tot bekering. Zou zo'n boetebeweging in onze tijd ook nog kunnen? Als Johannes nu geleefd had, was zijn beweging dan ook zo invloedrijk geweest? In onze tijd komt maar een handjevol mensen naar de boetevieringen, Het sacrament van de biecht is niet afgeschaft, maar de meeste mensen vinden het niet meer nodig het te ontvangen.

 

Waarom leeft Johannes in de woestijn? Hij eet sprinkhanen en wilde honing. Dat is zeker geen vies of ongezond voedsel. Het gaat erom dat Johannes leeft van wat de woestijn biedt. Daarmee drukt Johannes uit dat hij leeft van Gods voorzienigheid. Hij draagt een mantel van kameelhaar, die lijkt mij heel slijtvast, maar weinig comfortabel. Het is een mantel die geschikt is voor het leven in de woestijn. Je zult hem niet in een huisje in een dorp of stad vinden. Johannes draagt een gordel. Daarmee lijkt hij op Elia, maar ook lijkt hij op het Volk van Israël op de avond van de uittocht, als het volk met de tocht door de woestijn begint. Johannes de Doper kondigt door zijn kleding een nieuwe uittocht aan en ook een nieuwe Mozes, een die sterker is dan Johannes, en van grote waardigheid. Johannes acht zich niet waardig de sandalen van deze nieuwe Mozes los te maken. Johannes nodigt het volk uit opnieuw naar de woestijn te komen, om weer door het water te gaan en de band met God te herstellen, weer Gods Volk te zijn.



Die stem van Johannes heeft niet alleen Judea en Jeruzalem bereikt. Zijn stem reikt ook tot vandaag toe, 2000 jaar verder, hier in Europa en zijn oproep heeft niets aan kracht verloren, met dit verschil, we weten nu wie Hij toe bedoelde, we weten nu wie die nieuwe Mozes is, die sterkere, van wie Johannes de sandalen nog niet durft los te maken. Hij nodigt ons uit, roept ons op om ons voor te bereiden op de komst van de Verlosser.

 

De Adventtijd is een tijd van voorbereiding, zoals de eerste lezing het onder woorden brengt: “Elk dal moet gevuld, elke berg en heuvel gevlakt”. De tweede lezing is nog duidelijker: “Gij moet uitmunten door een heilig leven en door innige vroomheid. Gij moet ijveren om onbevlekt en onberispelijk voor Hem te verschijnen, in vrede met God”.

 

Een heilig leven en innige vroomheid, leeft dat verlangen nog in ons hart? Willen wij heilig leven, verlangen wij naar God met een innige vroomheid? Deze tweede Adventzondag heeft het karakter van een gewetensonderzoek, wat betekent onze boete? Doen wij nog boete? Of lijkt ons dat iets van het verleden, niet passend voor moderne mensen?

 

Als ik hier met mensen over spreek krijg ik verschillende reacties. De één zegt: “Ja, het zou wel goed zijn, op zijn minst voor de lijn, als ik wat minder snoep en wat soberder leef.” Een ander zegt: “Boete, waarom zou ik, ik doe toch niets verkeerds?” Weer een ander zegt: “Boete, wat schiet iemand daarmee op? Voor wie doe je dat? Je kan beter iets goeds doen voor een ander”. Zoveel hoofden, zoveel zinnen. Maar in veel gevallen zijn de woorden een smoes om niets te hoeven doen en gewoon door te gaan met het leven.

 

Boete komt in het oude testament ook voor als teken dat het anders moet, als erkenning dat als we zo doorgaan, het onheil onafwendbaar nadert. We zien het bij Jona en Ninivé. Heel het volk trok boetekleren aan, ze vastten in eten en drinken. Zo draagt Johannes boetekleren en vast.

 

Onze tijd is een tijd waarin we ons kunnen bekeren en wie zouden daar anders mee moeten beginnen dan wij die geloven? Ons leven moet anders, onze mentaliteit moet anders, onze houding tegenover luxe en welvaart moet anders worden. Gaandeweg onderscheiden veel katholieken zich in weinig van de wereld om ons heen en we vergoelijken dat door te zeggen: “Dat zijn toch geen slechte mensen.” Het vuur is eruit, net als in de tijd van Johannes de Doper.

 

Op dinsdag 13 december is er weer een boeteviering in de Jozef. Een viering van Boete en Verzoening, omdat dan ook de mogelijkheid wordt geboden om met belijdenis de sacramentele absolutie te ontvangen. Er staan manden om een bijdrage te geven voor de voedselbank. We kunnen aansluiten bij de Adventsactie en iets geven voor hen die het hard nodig hebben.

Kerstfeest nadert, maar meer dan deze jaarlijkse viering van de geboorte van de Heer gaat het erom dat wij de tekenen van de tijd zien en de kansen benutten die Hij ons geeft.

“Elk dal moet gevuld, elke berg en heuvel gevlakt. Gij moet uitmunten door een heilig leven en door innige vroomheid. Gij moet ijveren om onbevlekt en onberispelijk voor Hem te verschijnen, in vrede met God.” Amen.