2e zondag van de advent B - 2011

Zusters en broeders

Na meer dan vijfhonderd dagen onderhandelen en met het mes van de financiële ineenstorting op de keel was er vorig weekend ineens een begroting. Mieke Van Hecke, de grote baas van het katholiek onderwijs, pleit ervoor om zogenaamd onschoolbare jongeren onder te brengen in speciale scholen. In het gewone onderwijs verpesten ze immers de goede werking en sleuren ze andere jongeren mee in hun negatief gedrag. En op het internet circuleert een manifest, Gelovigen nemen het woord. Daarin wordt onder meer gevraagd dat leken, mannen én vrouwen, zouden mogen voorgaan in zondagsvieringen, en dat het priesterschap zou opengesteld worden voor gehuwden, vrouwen zowel als mannen. De initiatiefnemers zijn enkele West-Vlaamse priesters die het niet langer meer kunnen aanzien dat de Kerk verder in elkaar zakt, en dat de Kerkelijke overheid blijkbaar weigert om dat te zien.

Het zijn maar enkele dingen die de voorbije week in het nieuws waren, en ze tonen duidelijk aan dat de lezingen van vandaag heel hedendaags klinken. ‘Baan de Heer een weg in de steppe, effen voor onze God een pad in de wildernis’, en ‘Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht’, zo klinkt het gelijklopend in de eerste lezing en in het evangelie. En zo te zien is er heel wat te rechten, zowel in onszelf als in de politiek, de maatschappij en de Kerk.

Neem onszelf: lopen onze wegen altijd recht? En wat betekent ‘geloven’ eigenlijk voor ons? Richt het echt ons denken en ons doen, of is het niets meer dan een omniumverzekering op de eeuwigheid? En onze gedachten en gevoelens: kunnen die altijd het licht verdragen? Zetten we ons altijd in voor wat goed is? Ik denk dat we het weten van onszelf: onze gedachten, onze gevoelens en onze daden durven wel eens krom lopen, en we laten dat gebeuren omdat we het gemakkelijk vinden, of omdat we tussendoor best wel eens krom willen denken en krom willen doen.

En de maatschappij. Is het de leidraad van de politiek dat de besparingen en de lasten niet ten koste van de armen mogen gebeuren? Wordt er rekening gehouden met het schandalige feit dat nu al één op vijf kinderen leeft in een gezin in armoede? Komen er maatregelen die tegen die groeiende armoede ingaan? Of is het niet eens de intentie recht te trekken wat meer en meer krom groeit?

En het onderwijs. Er zijn inderdaad jongeren die het zeer moeilijk hebben op school, en die het anderen ook moeilijk maken. Maar of ze daarom onschoolbaar zijn? Moet er niet eerst gezocht worden naar de oorzaken van hun onaangepast gedrag? Moet dat niet eerst allemaal recht getrokken worden: de armoede waarin ze leven, de ongezonde huisvesting, de gebrekkige kansen om voluit deel te nemen aan het maatschappelijk leven?

Of onze Kerk. Waarom stelt ze zich niet de vraag waarom ze nog maar zo weinig mensen aanspreekt? Waarom de jongeren zich massaal van haar afkeren? Waarom sommige jongeren zich nog liever tot de islam bekeren dan deel uit te maken van de gelovige gemeenschap waaruit ze stammen, en die hun thuis is? Waarom zorgzame priesters hun toevlucht moeten nemen tot het internet om hun bezorgdheid kenbaar te maken? Bereidt onze Kerk misschien te weinig de weg van de Heer? Maakt ze zijn paden misschien niet recht genoeg? In het evangelie zien we dat Johannes preekte in de woestijn. Heel Judea en alle inwoners van Jeruzalem trokken naar hem toe en lieten zich dopen. Waarom heeft onze Kerk niet meer dezelfde aantrekkingskracht? Verkondigt ze misschien niet meer voldoende de Blijde Boodschap van Jezus Christus, de Zoon van God, zoals Marcus het zonder omwegen zegt bij het begin van zijn evangelie?

Zusters en broeders, ik denk dat we met zijn allen: wijzelf, onze maatschappij, onze Kerk - dringend toe zijn aan bekering. En ‘bekering’ wil zeggen: ‘ommekeer’. Een ommekeer in ons denken en doen, zodat we, net als de dopelingen van Johannes, onze zonden zouden belijden. Dan zouden we, om het met de woorden van Jesaja in de eerste lezing te zeggen, zeer zeker dalen van onrecht kunnen vullen, bergen en heuvels van ongelijkheid kunnen afgraven, en rotsmassa’s kunnen verbrijzelen die armen verhinderen te leven. Dan zou God opnieuw in ons, in onze maatschappij en in onze Kerk kunnen wonen. Dan zou Hij ons echt als een herder kunnen leiden. Met zachte hand, én met liefde. Amen.