Gewekt verlangen (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

VERLANGLIJST

Op de verlanglijstjes in de kinderschoenen staan lieve wensjes. Ze vertederen oma's en opa's. ‘Van mij kan hij 25 euro hebben', hoorde ik iemand zeggen in de lunchroom. ‘Ik begin er niet aan! Op zijn verlanglijst stond iets voor een X-box. Zal wel zo'n telefoontje zijn. Iets met Saints Row 2.' De goede oude Sint wekt onze begeerte op. Daarom is hij ook zo populair. Op het verlanglijstje van Jezus staan andere dingen. Hij droomt hartstochtelijk van een wereld waarin álle kinderen iets te eten en te lachen hebben.

WERELD ZONDER GOD

Ik probeer me wel eens een wereld voor te stellen waarin het geloof in God helemaal verdwenen is. Hoe ziet die eruit? Er zijn nu ook al veel mensen die niet geloven, maar het komt mij voor dat zij nog teren op oudchristelijke wereldbeelden en vergane religieuze waarden. Hoe is het, als straks echt álle mensen denken dat er niets of niemand boven hen is, en dat zij zelf de kroon op de evolutie zijn? Deze vraag houdt filosofen al een paar honderd jaar bezig.
In de negentiende eeuw zei Nietzsche bijvoorbeeld: ‘God is dood. De komende twee eeuwen zal het tot de mensheid doordringen: God is er niet. En als dat ècht zal zijn doorgedrongen, zal er een enorme kosmische eenzaamheid over de mensen komen. Als er geen God is, hoeft niemand verantwoording af te leggen. Dan is er geen goed en geen kwaad, dan staat ieder mens voor wat hij zelf waard is; dan zijn wij als woekerende planten in het woud, als vechtende dieren in de steppe. Dan is er alleen maar een gevecht om te overleven. De sterkste zal winnen om daarna ook zelf te verdwijnen in het niets. Aldus dacht Nietzsche.
Het nationaal-socialisme in Duitsland waarmee Hitler aan de macht kwam, trok de uiterste consequentie uit deze filosofie. Als er werkelijk geen hoger goed is, dan is het enige levensdoel om de sterkste te zijn. Dan heeft de sterkste het recht om de zwakkere uit te roeien; dan zijn er rassen en typen die heersen en er zijn er die gedoemd zijn tot een slavenbestaan. Die hij minderwaardig vond begon hij te vernietigen. Het resultaat van dit denken hebben we gezien in de puinhopen van de tweede wereldoorlog.

DE BAAS IS OP REIS

Ik geloof daarom dat het van groot belang is voor de mensheid om te geloven dat er iets is dat heilig is, iets dat boven haar staat. We zijn er met een opdracht. Er wordt iets van ons verwacht!
In alle tijden heeft de mens voor deze keuze gestaan. Gaat het erom zo rijk en machtig mogelijk te worden of goed en barmhartig mens te zijn? In het evangelie van vandaag geeft Jezus zijn antwoord in de vorm van een verhaal. Omdat het er zo vaak op lijkt dat er helemaal geen God is, vertelt Jezus over een Heer die afwezig is. Zijn bestaan zal pas blijken als hij onverwachts van een lange reis terugkeert. Dan roept hij de knechten bij zich. Hebben zij zich alleen maar geamuseerd en bruut geweld laten woeden, of hebben ze gedaan wat hun Heer verwachtte?
Waar het Jezus om gaat, dat is dat mensen met hoop en verwachting leven. Ze moeten het geloof koesteren dat zij aan de hongerige, de naakte en de zieke verantwoording schuldig zijn. In hen immers verschijnt God onverwacht op ons pad. Jezus zelf was er vol van, van dat Rijk dat komt, van gerechtigheid op de hele aarde. Hij was er met alle vezels van zijn wezen op gespitst. Hij vocht tegen een cynische wereld met mensen die niets meer verwachten en die zich alleen het overleven van zichzelf tot doel stellen. Zij zullen het zeker niet redden! Op het verlanglijstje in Jezus' sandaal stond het onzevader. Zingen we in de advent waar het hart vol van is: een wereld waarin iedereen in zijn waarde wordt erkend.

OP SCHOOT

Lieve kinderen. Toen Monica na een kwartier wachten en huppelen eindelijk aan de beurt was, werd ze met kloppend hartje op de schoot van Sint Nicolaas gehesen. Ze voelde een kriebelende baard in haar hals en ze rook een vreemde geur uit de mond van de Sint die ze herkende van feestjes. Dan rook pappa net zo. ‘Zo Moniek', zei Sint plechtig. Hij sprak haar naam verkeerd uit. ‘Monica, ik heet Monica', zei de zacht. ‘Natuurlijk', zei Sint. Ik moet ook zoveel namen onthouden. Van alle kinderen in de hele wereld. Weet je hoeveel dat er zijn? In Afrika en in Amerika?' Verlegen schudde Monica haar hoofd. Ze wist het niet. Ze hoefde het ook niet te weten, dacht ze. Ze was toch Sinterklaas niet! ‘Zo Moniek, jij maakte je zorg dat je thuis geen schoorsteen hebt?', zei Sint. Monica knikte en zei met een heel dun stemmetje ‘Ja!' En hoe heb je dat opgelost...?', zei Sint alsof het Monica's probleem was en niet dat van de Sint! ‘Ik zet mijn.....' Haar stemmetje verdween in de stilte. ‘Zeg het nog eens, ik ben een beetje doof!', zei Sinterklaas met het oog op het publiek om hem heen. ‘Ik zet mijn schoen bij de brievenbus.' zei Monica braaf. ‘En nou ben je bang dat een "barbie paard" niet door de brievenbus gaat!' ‘Monica knikte verlegen. Ze voelde zich helemaal betrapt. ‘Moniek, je hoeft niet bang te zijn. Zwarte Piet heeft een sleutel van je huis. Nou zing nog maar een liedje!' Het liedje kwam er wat beverig uit. ‘Het is een vreemdeling zeker...' Ze wist dat ze zich nooit meer helemaal veilig zou voelen in bed, nu er een vreemdeling met de huissleutel rondliep! Zou hij ook een sleutel hebben van elk kindje in Afrika? Die kon je toch nooit uit elkaar houden. Ze had er op het journaal niets over gehoord. Twee sterke handen tilden haar van de schoot van Sint af. In Afrika hebben ze geen sleutels, alleen maar hutjes, geeneens een echte deur, dacht ze. Monica was mee aan het denken, want diep in haar hart was ze wel degelijk zelf een Sinterklaas.