Overweging bij de eerste lezing (2008)

Hierbij enkele persoonlijke overwegingen, die je misschien in een preek kunt integreren:

Een "hedendaagse" vertaling...

U bent toch onze Vader.
De pastoor kent ons niet meer, en in 't parochiaal team zijn we niet meer welkom. (zie nieuwe Willibrordvertaling)
U, Heer, onze Vader, u hebt toch altijd al beloofd dat u ons vrij zou maken.
Waarom Heer, hebt u ons onze eigen wegen laten gaan, waarom toegestaan dat onze agenda's altijd vol staan en we keiharde cijfers belangrijker gaan vinden dan overgave? In de cijfers komt U er maar berooid uit en in veel agenda's komt u pas laatst.
Kom terug dichter bij ons, al was 't maar voor die groep die u oprecht zoekt, al was 't maar omdat we onze kinderen nog laten dopen.
Doe dan toch het onmogelijke, leg voor mijn part de hele economie stil, als we daarmee weer op het rechte pad komen.

Jij bent de enige God, en als we op U vertrouwen komt het wel goed. Daar zorgt U voor.
Als we respectvol omgaan met onze medemens en schepping, komt U ons tegemoet.
Als we U maar in gedachten houden.

Het maakt U waarschijnlijk ongelooflijk kwaad,
te zien hoe we steeds maar weer en opnieuw
Uw droom met deze wereld vernielen en verkrachten.
Hoe kunnen we denken dat U ons toch nog zult redden?

Het goede dat we ook doen, ligt verborgen onder een laag van kwaad,
als verdorde blaren een herinnering aan bloeiende tijden.
En de wind van onze zonden drijft ons steeds verder.

Maar niemand durft aan U te denken,
we hebben U misdaan en U hebt weggekeken.

Maar, Heer,
U hebt ons gemaakt,
in Uw handen zijn wij zacht als klei,
en U kunt ons opnieuw een goede vorm geven.

Blijf niet kwaad op ons, Heer,
blijf ons niet afrekenen op onze fouten.
Blijf ons aankijken, want we zijn Uw mensen.

Enkele losse insteekjes

  • Willen wij dat God tussenkomt in ons leven, om ons Zijn macht te tonen?
  • Welk recht geeft het ons dat we "gedoopt" zijn, dat we "Gods stammen" zijn?
  • Willen wij ons wel laten hervormen door God? (willen wij "herboren worden"?)