Evangelieprikje (2008)

Als een koppel een baby verwacht, dan weten ze ongeveer wanneer de kleine spruit de moederbuik verlaat, maar toch houdt men er rekening mee dat het nog "onverwacht" kan komen. Vandaar dat de meeste koppeltjes hun voorzorgen nemen en dat de "zak voor het ziekenhuis" al een tijdje klaar is zodanig dat ze die maar juist moeten meenemen als het zover is. Voorzien zijn op het moment dat het gebeuren gaat, dat is het ook wat Jezus ons vandaag vraagt in het evangelie. Hij vraagt ons waakzaam te zijn.

Waakzaam zijn veronderstelt een frisse geest. Als je een ganse dag in de kou gewerkt hebt, is het zeer moeilijk wakker te blijven als je in een goed verwarmd huis mag thuiskomen. Moeheid en de warmte doen je waakzaamheid de das om. Geldt dat ook niet voor de waakzaamheid waartoe Jezus ons oproept? Misschien hebben we in ons leven al zoveel mensen proberen te helpen en kregen we al te vaak stank voor dank, zijn we het beu om iemand altijd opnieuw een nieuwe kans te geven. We zijn het moe. Menselijk gezien, zeer begrijpelijk, maar toch moeten we hier de wekker van het geloof ons laten wakker schudden. Telkens als we het moe zijn met de mensen, dan moeten we ons herbronnen ook al is de drang om op te geven misschien groter. Maar niet alleen moeheid kan je in slaap doen dommelen, ook een gezellige warme thuis kan dat. De knusse gezelligheid van het warme nest is heel goed, maar toch mag het ons niet belemmeren verder te kijken dan onze muren. Het vraagt moed die gezelligheid even los te laten om een mens in nood te helpen. Het vraagt nog meer moed om thuis te blijven als relationele problemen de temperatuur tot een dieptepunt hebben gebracht en je weet dat een andere vriend(in) je warm zal onthalen. Maar het moet niet zo drastisch. Kijken we naar ons gewone leven, dan kunnen we ons de vraag stellen of de luxe ons niet in slaap wiegt en ons verhindert medemens te zijn. Hoeveel uren brengen wij door voor TV, aan onze computer? Hoeveel uren investeren onze kinderen nog in samen spelen of kiezen ze ook voor games en de Wii? Hoe dikwijls steken we ons weg achter het excuus dat het toch maar een druppel op een hete plaats is, om niets te moeten doen? Hoe vaak vermoordt onverschilligheid de medemens in ons niet? Dat zijn de dingen waar we moeten voor op letten, vandaag meer dan ooit. Vroeger werden die christelijke waarden, al dan niet onder druk, gedragen door veel mensen, vandaag zijn er meer mensen die overtuigd zijn van andere waarden. Als niet de ander maar het eigen genieten het doel in je leven is, hoe kan je dan zeggen dat je waakzaam bent voor de andere of de Andere? Waakzaamheid veronderstelt die openheid naar anderen, enkel wie met open vizier in de wereld leeft, kan zien wat er leeft en beweegt en daar een eigen mening rond vormen. Het komt er op neer dat we proberen elke dag te leven alsof het die dag is dat God met ons een evaluatiegesprek zou hebben.

Waakzaam zijn dat we ons niet laten in slaap wiegen door een individualistische maatschappij is niet evident. Waakzaam zijn voor de komst van God in ons leven evenmin. Veel mensen vragen zich af waar wij in godsnaam onze tijd en energie in steken. Er kunnen natuurlijk veel vragen gesteld worden in verband met God en geloven en we moeten toegeven dat we niet op alles een antwoord hebben. Maar dat neemt niet weg dat wanneer je eenmaal de geloofssprong gemaakt hebt, dat je er niet meer kan voor gaan. Er zijn misschien veel redenen om niet te geloven, ik hoop dat u er minstens evenveel kan tegenover stellen om wel te geloven. Als je leider sterft aan het kruis, heb je alle reden om op te geven. De apostelen hebben het niet gedaan, het is op dit geloof dat onze Kerk gebouwd is. Voor christenen heeft het negatieve, het kwade nooit het laatste woord. Maar we moeten wel aanvaarden dat er mensen zijn die, als kinderen van hun tijd, dit leven ervaren zoals het is, zonder er meer achter te zoeken en dus vinden dat ellende het laatste woord kan hebben en dat met de dood alles eindigt. Voor een gelovige is het leven echter meer dan werken en consumeren, hetgeen meetbaar en weegbaar is. Misschien kunnen we dus samenvatten door te stellen dat de advent ons als een periode van inkeer uitnodigt om te blijven zoeken naar het méér in het leven, ons waarschuwt ons leven niet te oppervlakkig te leven maar te zoeken naar de diepte van ons menselijk bestaan. Die diepte is niet te vinden bij onszelf, maar bij de ander en de Andere. En ik weet ook dat oppervlakkig leven bij momenten veel plezanter en veel gemakkelijker is dan telkens weer je af te vragen waarom je dit of dat doet, maar toch. Ik moet toch niet uitleggen dat je op lange termijn meer hebt aan een liefdesrelatie dan het kortstondige genot van een one-night stand.

Als ik terugkeer naar het beeld van waaruit ik vertrokken ben, kunnen we ons misschien afvragen wat wij allemaal klaar hebben in de rugzak van ons leven om klaar te zijn als God opduikt in ons leven. Het eerste en belangrijkste is openheid voor anderen. God wordt geen mens in het luchtledige, komt niet tot ons op een wolkje maar in en door mensen, meestal in en door die mensen van wie we het niet verwachten. Wees er dus waakzaam over dat je door je spreken en doen geen mensen aan de kant zet, want misschien vroeg God net daar wel om je geduld en medemenselijkheid. Wees dus waakzaam!