Het lied Rorate (2005)

Als je hier de kerk binnenkomt, dan loop je letterlijk even op wolken. Ik vind dat heel ontroerend.
Die wolken horen bij het kunstwerk dat daar achter in de kerk in de vloer is aangebracht: witte wolken en daarin een mensenfiguur. Een mens die uit de wolken neerdaalt of die een regendans uitvoert om de wolken te smeken om regen. Dit kunstwerk verwelkomt je als je dit huis binnenkomt. Aan weerszijden ervan staat de tekst: Rorate caeli desuper et nubes pluant justum: Dauwt hemelen van omhoog en wolken regent de Gerechte!
Het is het refrein van het meest bekende adventslied, met de melodie als van een ballade.
Die zang roept altijd weer een oude gevoeligheid in mij wakker over de stille Adventtijd ieder jaar. Prachtig heb ik dat altijd gevonden: dat lied en dan die krans van hoop, met die vier kaarsen: hoe dichter bij de komst van de Messias, hoe meer licht! Het is een gevoel dat nooit meer uit mijn geheugen weg gaat.

In de hele Joodse literatuur komt de figuur voor van die gerechte, die Messias. De Rabbijnen noemen Hem ook wel: Anani, letterlijk: de Wolkenaar. De wolk staat in de schriftverhalen altijd voor Gods aanwezigheid. Want als het over God gaat, dan zijn we onmachtig en verlegen en moeten we terugvallen op beelden. De morgennevelen in de valleien en de wolkenluchten gaven de profeten de taal voor hun gebeden in. Vanuit de wolk van Gods aanwezigheid moet de redding komen, als een milde lenteregen, zeiden ze.
Altijd zijn er mensen geweest die donkere tijden hun hoop hebben geprojecteerd op zo'n redder, de Messias.
Als er van de wereld niets meer te verwachten viel, als de aarde schreeuwde om gerechtigheid, dan was de Messias het symbool van herstel, van geloof in de toekomst. Hij zou komen vanuit het einde van de geschiedenis, zeiden ze, van de andere zijde van de wereldtijd, van uit de beloofde toekomst, van achter de wolken, van uit de hemel, vanuit God. En die Messias zou een rechtvaardige koning zijn, een vredevorst, een mens vol van Gods kracht; en Hij zou voor eens en voor al opkomen voor de machteloze mensenkinderen die er altijd overal weer zijn. En daarom klinkt de eeuwen door die oude bede: Wolken, regent de Gerechte. Oftewel; God, laat ooit toch gerechtigheid en vrede mogen wonen in ons midden!

Alle profeten zijn vol van die Messiaanse droom. Jesaja bijvoorbeeld. Hij leeft zo'n 600 jaar vóór Christus:
de tijd dat het volk gedeporteerd wordt. Maar de hoop op toekomst voor zijn volk blijft in hem branden. Van daar uit schrijft hij zijn bekende troostboek, of liever nog: zijn boek ter bemoediging. In de duistere stilte van zijn gevangenschap hoort hij in zijn ziel de stem van de Barmhartige God die zegt: eens zal er een koning komen die recht doet. En daarom bidt hij: "Vergeef ons al dat onrecht, maar scheur de hemel open en daal af".
Er is zo een ononderbroken keten van mensen door de tijden heen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid in de wereld. Ze hebben doorgegeven tot hiertoe dat er Iemand is die hart heeft voor de wereld. Iemand die zegt: Ik kom om te bevrijden. Als zijn Naam wordt geheiligd en zijn Rijk komt, dan zal er vrede zijn.

In die rij staat ook Marcus met zijn Evangelie. Het is het oudste getuigenis over Jezus. Opnieuw is het een donkere tijd. Jeruzalem is voor de tweede maal verwoest. En daarom gonst het weer van hoop en verwachting. Er zal een samenleving komen waarin alle vervreemding, alle vernedering, alle plunderen voorbij is. De deur van zo'n koninkrijk, waarin God die liefde is en recht in ons midden woont, die deur staat al op een kier. Oude profetenteksten worden aangehaald en lijken eindelijk waarheid te worden. In de woestijn wordt dus niet voor niets geroepen. Er opent zich een weg die begaanbaar is. En dan gaat hij het hebben over het leven van Jezus. Die is voor hem de langverwachte Redder. Hij staat in de traditie van de oude profeten en zegt:
Er is toekomst voor jou, voor de wereld, er is geen reden tot wanhoop, je verlossing is nabij. Hij is de Messias die staat voor de stoutste dromen van ons mensen, dat oude zielsverlangen naar God en naar alles wat goed is.

Tot dat visioen laat Hij zich roepen, grijpen, dopen in de Naam van God. Hij is de mens op z'n best, omdat God die liefde is en recht met heel zijn volheid in hem mag wonen. Hij is de Gerechte, de Tsaddik, de mens die staat voor ongebogen recht en eerlijke naastenliefde. Met Hem vangt de vrede aan. Hij is de tegenpool van de Rasja, letterlijk de rotzak, de goddeloze, die de mens en de mensen-gemeenschap in de steek laat en de wereld naar haar ondergang leidt.

De duistere tijden toen en nu roepen om het hardst dat het menselijk bestaan is getekend door onrecht en lijden.
We zullen toch moeten proberen om daar leven in te vinden. Maar al te gemakkelijk laten we ons juist in zulke tijden leiden door angst, vrees en huiver. We zijn bang voor de toekomst van de wereld, voor terroristische aanslagen, voor straatgeweld in onze steden. Bang voor de ontwikkelingen in Irak, Afghanistan, Israël, Afrikaanse landen. Bang dat ieder voor zich gaat leven en niemand zich nog bekommert om de ander. Bang dat we het geloof verliezen in de goede God en in goede mensen. Bang voor de dood en misschien wel dat er na hun dood niets meer zal zijn. Ze beseffen elke dag dat we klein en kwetsbaar zijn en dat de werkelijkheid machtiger is dan wijzelf.
Toch is de houding van de Mesias, de gerechte, het enige dat ons werkelijk kan helpen. Net als Hij hebben we de groei van God in ons nodig om moed te verzamelen. En daarom zingen we maar weer dat tijdloze klaaglied en vraaglied: Dauwt hemelen van omhoog en wolken, regent de gerechte. Laat Hem toch komen, de Messias, we wachten op Hem.
Zo zingen we over Gods komst en over Jezus, maar we bedoelen daarmee: ooit moet het er toch van komen, ooit moeten wij mensen toch worden als Hij: dat God die liefde is en recht aan het licht kan komen.
Wolken, regent toch de gerechte! God, help ons toch om tot recht en vrede te komen in de samenleving van onze dagen.

Aan de poort van Rome zit een bedelaar, zo vertelt een Chassidische legende. Die wacht daar en wacht en wacht... Die bedelaar is de Messias. "Op wie wacht Hij dan?", vraagt een jongen aan zijn grootvader. De oude man legt de hand op het hoofd van zijn kleinkind en zegt: "Op jou, m'n jongen!"
In de gestalte van de Messias hebben gelovige mensen altijd hun eigen opdracht uitgebeeld. De betekenis van Advent is dan ook niet dat er hele volkstammen elk jaar opnieuw op een kindje wachten. Het gaat niet om één Messias, het gaat om steeds meer Messiaanse mensen die in Gods Naam recht doen en met liefde en mededogen zorgen voor het leven op aarde.
Een andere legende vertelt dat de Messias over de aarde zwerft als een onbekende. Pas als hij alle volken bezocht heeft, pas dan is de tijd van de grote bevrijding aangebroken.

Advent vieren, geloven in de komst van de Messias, betekent dat we de hoop op bevrijding, onze fiducie in een verandering ten goede nooit laten varen. Dat we onze zinnen blijven zetten op een wereld die anders is en nieuw. Dat we ons met hart en ziel op onze eigen plaats wijden aan het onbegonnen werk van liefde en vrede.
Dat wij met onze volle handen en onze trage voeten God blijven ronddragen in onze wereld en samen dat intense verlangen naar wereldvrede bewaren. Dat is Messiaans.
Dat we daarom elkaar troosten, bemoedigen, overeind houden, niet laten vallen. En dat volhouden, ook als de wereld om ons heen in elkaar stort, dat is Messiaans.
Het hangt dus ook van ons af of de wolken de gerechte regenen en of de Messias komt. Wijzelf, wij zijn zijn lichaam. Al hebben we samen misschien nog maar heel weinig weg van de Messias, wij zijn het die het in zijn naam kunnen opnemen voor de toekomst van deze wereld.
Maar wie van ons, heidenen uit het hoge noorden, durven zo'n 2000 jaar na dato nog die Joodse man achterna te gaan en in zijn geest op te komen voor recht en vrede?

Straks loopt u weer over de wolken naar buiten.
Misschien wandelt u iets meer als een Gerechte de wereld in. Er wordt u op gewacht. Dauwt hemelen van omhoog en wolken, regent de gerechte!