Hem tegemoet (2005)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 554 niet laden
‘Weest waakzaam' , een verhaal: In een dorp op het platteland van Rusland leefde een vroom man. Veel tijd bracht hij door in gebed. Eens verscheen hem in zijn slaap een engel, die hem vroeg of hij God zou willen ontmoeten. "Heel graag", antwoordde de vrome man, "als God dat ook wil." "Ga morgen naar het kruispunt buiten het dorp", zei de engel, "en rond de middag zul je God zien." De vrome man was er, op tijd en in zijn zondagse kleren, maar God zag hij niet. Verdrietig ging hij tegen zonsondergang terug naar huis. Niemand was er voorbij gekomen; alleen een boer was er bezig geweest met het repareren van het rad van zijn wagen, maar hij had hem jammer genoeg niet kunnen helpen; hij wachtte immers op God. ‘s Nachts kreeg hij weer een verschijning; hij herkende daarin het gezicht van de boer. Die vroeg: "waarom ben je mij niet komen helpen vanmiddag?" Vanaf die dag is de man vromer geworden. Wel had hij nauwelijks tijd meer voor gebed, want hij werd steeds vaker onderweg opgehouden door God.

 

In dit verhaal licht iets op van wat advent is: de mens zoekend, speurend, naar Gods aanwezigheid in dit leven. En als hij ontdekt heeft waar God te vinden is, geen rust meer hebbend en er helemaal voor gaand om God te doen: zijn naam is immers "Ik ben er voor jou".

 

In elke mens leeft een intens verlangen naar God; wij willen Hem zien; wij willen Hem ontmoeten. Huub Oosterhuis spreekt van een oerverlangen in elke mens naar God; een oerverlangen naar een andere wereld, naar een mooiere wereld, waar mensen goed voor elkaar zijn, zo goed als God, naar een wereld van broederschap en zusterschap. Niet voor niets bidden wij: ‘uw rijk kome'. Het is deze bede die uiting is van het intense verlangen in de mens naar een menselijke wereld, naar een wereld die anders is dan de wereld die wij om ons heen zien of aan de lijve ervaren.

 

Want de werkelijkheid om ons heen is rauw, hard en vaak onmenselijk. We worden elk moment geconfronteerd met oplaaiende geweld in de wereld: oorlogen, aanslagen, mensen op de vlucht, martelingen die met geen pen te beschrijven zijn. Vaak horen we de TV-nieuwslezer zeggen: 'Ik wil u waarschuwen; de volgende beelden zijn erg schok­kend'. Maar dat gebeurt niet alleen ver weg; ook in ons eigen land is veel geweld en agressiviteit, op straat, maar ook verborgen, tegenover vrouwen en kinderen. Wij begrijpen niet, waarom mensen dit elkaar aandoen. En soms komt het heel dichtbij: wij ervaren pijn en verdriet in onze eigen kleine wereld: ziekte, dood van een dier­bare, problemen in het werk, of geen werk, af­hankelijkheid van anderen of van uit­kering, problemen met kinderen, problemen in relaties, of misschien wel in dé relatie. Soms lijkt de toekomst dicht te zitten, de hemel gesloten, God afwezig.

 

Maar toch, diep in ieder van ons blijft die hunkering naar geluk, naar een wereld die anders is, mooier. Naar een wereld waar vrede is, een wereld die een plek mag zijn voor iedereen ongeacht kleur, ongeacht godsdienst, on­geacht seks of seksuele geaardheid; voor jong en oud, arm en rijk, ziek en gezond, vriend en vreem­deling. Naar een wereld waar mensen met elkaar omgaan als broers en zussen, een wereld van liefde tussen mensen, een wereld waarin de ene mens voor de ander zo goed als God is, zo nabij als God. Ja, in de stugge realiteit, waarin we leven, hunkeren wij intens naar dat punt van vrede, geluk, elkaar verstaan, liefde. Wij verlangen naar de komst van God.

 

De mens blijft hunkeren en verwachten en speuren naar Gods aanwezigheid. En ziet en ervaart Hem bij tijd en wijle in bijzondere mensen. Tijdens de tweede wereld oorlog werd in een van de concentratiekampen een gevangene, een jongeman, vader van een gezin, geselec­teerd door de kampcom­mandant om geëxecuteerd te worden. Naast hem stond pater Kolbe. Hij bood zich aan om de plaats in te nemen van die jonge vader. Hij werd geëxecuteerd; de jonge vader werd gespaard voor zijn vrouw en kinderen. God was aanwezig toen Kolbe zei: neem mij maar.

 

Wij zien - bij tijd en wijle - mensen boven zich­zelf uitstijgen, en een gedrag vertonen dat niet van deze wereld is, dat goddelijk is. En misschien mogen ook wijzelf soms momenten beleven, waarin we onszelf nauwelijks herkennen, waarin we onszelf overstij­gen en goed zijn voor de ander, de ander nabij zijn als God. En om nog een stapje verder te gaan: wij kunnen die momenten creëren.

 

Ik wil besluiten met een verhaal van een pastoraal werkster. Zij schrijft: "Dat een mens voor een ander als God mag zijn, heb ik nooit zo sterk beleefd als aan het sterfbed van een jonge vrouw, die heel lang ongeneeslijk ziek was. Kort voor haar dood was ik bij haar. Zij fluisterde: 'God is wel erg ver weg.' Ik had haar hand vast en waagde het te zeggen: 'Maar Mary, ik ben toch bij je.' Zij eindigde haar verhaal met: Ik heb nog nooit iemand zo lief zien sterven.

 

Moge zo onze voorbereiding op het kerstfeest zijn: blijven geloven in, en speuren naar, Gods aanwezigheid in mensen; en ook - al gaande - ruimte maken voor Hem, door oog en oor en hart voor de ander te zijn; door de ander als God nabij te zijn.