Attent door de advent van ons leven

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Maakt u het goed? Dat is een veelvuldig gestelde vraag. Haast vanzelfsprekend volgt daarop het antwoord: ‘Goed, ja goed!' En dat ‘goed' kan van alles betekenen. Het kan betekenen: Ik maak het slecht, maar dat vertel ik jou niet! Of we schamen ons een beetje voor het feit, dat we het ‘zo goed maken', terwijl we van anderen horen, dat ze het slecht hebben vanwege ziekte, armoede, werkloosheid, honger... We krij¬gen iedere dag haast iets voorgeschoteld van de ellende, het moeilijke bestaan van andere mensen. Je moet al keihard zijn, als je je daar niets van aantrekt. Zeker weten we terwijl we het persoonlijk nog niet zo slecht hebben, dat de wereld als gehéél het niet te best heeft. En als we nog verder denken, zeggen we misschien wel: zou het een met het ander samenhangen? Zou het grootste deel van de wereld het slecht maken, omdat ik het hier zo goed heb? En we krijgen ongemakkelijke schuldgevoelens. Soms denk ik: Ik kan er niets aan doen. Zou God er iets aan kunnen doen? En ik bid tot God om verandering van de ellendige toestanden, waarin mensen moeten leven.

Zo kan ik het gebed van Jesaja voorstellen: God, scheur uw hemel toch open en kom te voorschijn. Laat U zien! Laat U eens zien in uw grote almacht. En keer ineens alles ten goede!
Jesaja heeft dit gebed - uit de grond van zijn hart - uitgeroepen rond het jaar 532 voor Christus, toen een handjevol joden uit de ballingschap van Babylon was teruggekeerd en toen ze op de puinhopen zaten van hun verwoeste land.
God, laat toch eens wat van U zien en help ons uit de ellende. Wij kunnen het niet alleen, wij hebben U nodig. Kom toch, God, en bemoei U met uw schepping! Wij hebben er een puinhoop van gemaakt.

En God heeft zich teruggetrokken van zijn schepping. Volgens het joodse verhaal (Genesis) gebeurde dat al op de zesde scheppingsdag. God ging op rust, toen Hij de schepping had voltooid en had gezien, dat alles ‘zeer goed' was. Hij liet de schepping verder aan de mensen over! Die gingen ermee werken alsof het hele heelal van hen was en God er zich verder niet mee te bemoeien had. In psalm 115,6 staat dan ook heel duidelijk: "De hemel is de hemel van God. De aarde heeft Hij aan de mensen gegeven." Maar er zijn rabbijnen die zeggen: God zal tussenbeide komen, als het helemaal mis gaat lopen met de schepping. Op het gebed van zesendertig rechtvaardigen zal deze wereld worden gered: rechtvaardigen, die zo rechtvaardig zijn, dat ze het zelf niet weten.

Als Jezus in het evangelie, in de korte tekst van Marcus, zesmaal spreekt over ‘waakzaamheid', zou dit wel eens kunnen betekenen: De rechtvaardige komt eraan. Hij die de aarde zal omkeren, die zijn dorsvloer grondig zal zuiveren. We moeten zo attent, aandachtig, wakker, uitgeslapen, toekomstgericht in het leven staan, dat we zijn aankomst niet missen. Als portiers in de loge zitten, wachten op ‘de Heer', die ‘er aankomt'. En dat niet alleen voor ons lieve zielenheil, maar vooral voor het Heil van de wereld.

Advent, een tijd van verhoogde waakzaamheid. Hij kan niet ver meer zijn. Alle teke¬nen wijzen erop, in ons persoonlijk leven, in het leven van de mensheid. Scheur uw hemel open, laat U zien, kom! Dat is het gebed geweest van gelovigen uit alle tijden. En laat ons attent zijn. Dat is in afwachting van God doen wat wij kunnen. Mensen moeten werken alsof alles van hen afhangt en tegelijkertijd geloven, hopen, verwachten, alsof alles van God afhangt.
Attent door de Advent van ons leven. En bidden, dat we misschien tot die kleine club van rechtvaardigen mogen horen, omwille van wie God deze wereld spaart. God scheur uw hemel in ons open, breng ons aan het licht.