Boetseren (2002) 1

Handvaardigheid is een vast onderdeel van hedendaags onderwijs. Allerlei materialen worden beproefd om er iets leuks, moois of nuttigs van te maken. Een bijzonder populair materiaal is boetseerklei. Heerlijk dat geklieder met die leem; het laat zich gemakkelijk in het gewenste model kneden of draaien. Als het eenmaal gedroogd of gebakken is kun je soms genieten van het resultaat maar zo niet dan moet je het ermee doen. Het is een geliefde bezigheid die al zo oud is dat duizenden jaren geleden een gelovige schrijver erdoor op het idee kwam om God te vergelijken met een boetseerder die tenslotte de mens aflevert als een van zijn pronkstukken. Kennelijk was de klei nog niet helemaal droog, want er kon nog van alles mis mee gaan, al bleef diezelfde mens ook dikwijls goed in model.

Vandaag wordt door de profeet opnieuw gezegd dat de mens is als klei, klaar om te worden geboetseerd, je kunt er nog van alles mee. Dat is wel heel optimistisch van die profeet Jesaja, want de ene klei is de andere niet: de ene is zacht en soepel, de andere al taai en onhandelbaar. Zo heb je mensen die aandachtig luisteren om te ontdekken of er misschien toch een goede reden is om te veranderen, maar anderen houden hardnekkig vast aan eenmaal verworven beginselen en gewoontes. We weten immers ook van mensen met een stenen hart , bikkelhard naar anderen zelfs. De baby in de wieg, ja die is nog zacht en soepel, kneedbare leem. Hij antwoordt op tekens van vriendschap en liefde die de ouders afgeven. Het wordt al anders als jongens of meisjes in de puberteit zich proberen te handhaven temidden van anderen. Zo moet het gegaan zijn met die jongeman die zich te weer had gesteld tegen pesterijen en vervolgens elke dag rondliep met een stalen buis in de hand. Hij is nu uitgegroeid tot een tiran. Jonge klei die niet liefdevol door ouderen wordt gekneed, wordt voortijdig hard en kan tenslotte zo kneedbaar worden als een blok beton.

In een kerk zoals hier samen komen om te luisteren naar het evangelie en proberen er iets van te verstaan is in elk geval een blijk van kneedbaarheid. U en ik zijn nog niet van steen; anders waren we hier niet. Onze opvoeding, ons verleden hebben wel degelijk al vorm aan ons gegeven; je kunt er niet zo maar alles mee. We luisteren wel of er redenen zijn om hier en daar nog wat te modelleren, maar houden ons bij de grondvorm, zoals de Schepper ons bedoeld heeft.

Jonge mensen willen soms dat verleden aan diggelen gooien als ze ontdekken wat er allemaal betwijfeld kan worden, als ze zich in de steek gelaten voelen door al degenen die hem of haar vroeger zoveel zekerheden hadden meegegeven. Dan ligt de vraag voor de hand: “Wie helpt mij bij het beantwoorden van mijn levensvragen, wie geeft mij raad als ik bedrog heb ontdekt op het werk of als vrienden mij uitnodigen mee te doen aan slimmigheidjes tegen anderen”. Dan moeten we laten weten dat hij niet alleen is , maar dat we samen en ieder apart ons openstellen voor verbetering. In de Advent worden we bij herhaling daartoe opgeroepen; die opstelling is er niet alleen tijdens de Advent. De profeet zegt dat wij altijd zo zijn: steun voor elkaar en kneedbaar in de hand van de Almachtige Boetseerder. Hopelijk heeft hij gelijk.