1e zondag van de advent B - 2017

‘Ruk open, Heer, de hemelpoort. Daal tot ons af, Gods eeuwig Woord. Verlaat de glorie van Gods troon, Zoon van de Vader, Mensenzoon.’

Zusters en broeders, wellicht zingt u dit lied soms ook tijdens een viering. Misschien zingt u het zelfs vandaag, want het past helemaal bij de advent, en dat is een tijd is waarin we bidden dat Jezus tot ons afdaalt. Het is trouwens niet verwonderlijk dat het lied perfect bij deze tijd past, want de tekst stamt uit de eerste lezing. ‘Heer onze Vader, scheur de hemel open en daal af’, bidt Jesaja, en diezelfde vraag en diezelfde hoop hebben ook wij: dat God, dat Jezus tot ons afdaalt, en midden onder ons leeft. Misschien stellen we nog andere vragen die Jesaja ook stelt. ‘Waarom, Heer, liet Gij ons van uw wegen afdwalen? Hoe zouden wij zonder U ooit redding kunnen vinden?’ vraagt de profeet, en dat zijn ook onze vragen. Vragen waarmee we erkennen dat we niet altijd Gods wegen gaan, en dat we zonder zijn hulp die wegen nooit zullen terugvinden.

In het evangelie geeft Jezus een heel duidelijk antwoord op onze vragen. ‘Wees waakzaam’, zegt Hij, en die woorden zijn zo belangrijk dat Hij ze in de korte evangelielezing drie keer herhaalt. En misschien denken wij: Maar wij zijn toch waakzaam? We letten toch op ons huis en onze tuin, op onze kinderen en kleinkinderen, op onze ouders en grootouders, op ons geld en goed? Dus zijn we toch waakzaam?

Maar als we willen luisteren naar Jezus’ woorden en leven naar zijn daden, weten we dat Hij een heel andere waakzaamheid bedoelt, met name de waakzaamheid waarmee we proberen te leven naar zijn enige gebod: Bemin God bovenal, en je naaste gelijk jezelf. Hij weet dat dit niet altijd gemakkelijk is, en daarom zegt Hij: ‘Wees waakzaam’, en daarmee bedoelt Hij: Wees waakzaam, want voor je het weet, geloof je dat advent en Kerstmis niets meer is dan een hele hoop puur commerciële kerstmarkten in heel Europa. Wees waakzaam, want voor je het beseft, luister je naar hen die zeggen dat je alleen voor jezelf moet leven. Wees waakzaam, want voor je het doorhebt, volg je hen die recht praten wat krom is, omdat heel veel geld en heel veel bezit het enige is wat telt. Wees waakzaam, want voor je het weet, vind je het helemaal niet verkeerd dat anderen onrecht wordt aangedaan, zolang dat onrecht jezelf maar niet treft. Wees waakzaam, want voor je het beseft, breng je niets meer op voor je naaste, ook al is hij of zij zwak, ziek, arm, hulpbehoevend. Wees waakzaam, want voor je het doorhebt, zeg je dat al die sukkelaars hun eigen boontjes maar moeten doppen en dat je je daar niets van aantrekt.

Ons wél iets aantrekken, dat is wat Jezus ons vraagt, en wat ook de advent ons vraagt. Want hoe kunnen we bidden dat Jezus tot ons afdaalt, als we de weg die Hij ons voorgaat niet willen volgen? Hoe kunnen we vragen dat Hij de hemelpoort openrukt, als we niet willen zien dat Hij ons tegemoet komt in zwakke, zieke, doodarme mensen? Hoe kan Jezus tot ons komen als we de oproep van Welzijnszorg bestempelen als flauwekul waar we niet willen aan meedoen. ‘1 op 7 haalt de meet niet’, luidt de Welzijnsslogan dit jaar, en dat betekent dat 1 op de 7 Belgen onder de armoedegrens leeft. Dat hun inkomen dus te klein is om menswaardig te kunnen leven. De volgende weken zullen we daar meer over horen, en zal er uitdrukkelijk beroep gedaan worden op onze hulp en op onze bijdrage.

Zusters en broeders, ‘Advent is dromen dat Jezus zal komen’ en ‘Ruk open, Heer, de hemelpoort’ behoren bij de veel gezongen adventsliederen. Laten we dus waakzaam zijn, zodat het niet blijft bij alleen maar dromen over het openen van hemelpoort. Laten we zo waakzaam zijn dat Jezus echt onder ons kan komen, omdat we zijn weg willen gaan. Amen.