Waakzaam voor ons diepste diep

 

De advent is een tijd van verlangen en uitzien, maar eveneens een tijd, vol dankbaarheid om alles wat Christus ons schenkt (tweede lezing).

Niet seizoengebonden

Wij vieren in onze streken de advent bij het aanbreken van de winter. In het zuidelijke halfrond is het dan zomer. De liturgie is geen kwestie van de seizoenen. Zij herdenkt het ganse jaar door de grote daden van God. Zij stelt deze aanwezig en kijkt uit naar hun volle openbaring. God komt elke dag. Elk moment is een ontmoetingskans.

De advent is bij de schepping begonnen (Rom. 8, 18-22) en duurt altijd verder. Wij staan niet bij de aanvang van een nieuw kerkelijk jaar. De boodschap van de liturgische teksten op het zo genaamde einde van het kerkelijk jaar gaat immers verder in deze van de advent. De Heer knipt de banden niet door, waarmee Hij zich met de mensen heeft verbonden. God schrijft met de mensen op lijnen, waar geen punten opstaan, hoogstens komma’s. Het einde van de levenslijn is voor een christen, een jood en een moslim geen dood punt, maar een ontmoeting.

Wending

In de Mechelse kathedraal staat (stond) bij de ingang van het koor een in hout gebeeldhouwde sculptuur van de Nederlandse priester Geilleit. Hij gebruikte de kromming van een boomstam om daarin Maria te beitelen met haar kind Jezus. Het kunstwerk heeft de vorm van een komma. De beeldhouwer maakte er zelf deze bedenking bij: “Ondanks veel ellende en uitzichtloosheid heeft een dood punt nooit het laatste woord in ons leven. Steeds kan God het ombuigen tot een komma.

Een komma is vanuit deze visie een teken van hoop en nieuw leven. Niet elk moment in de tijd heeft hetzelfde gewicht. Er zijn periodes waarin de loop van de geschiedenis lijkt te veranderen en ze een wending meemaakt. Voor de christenen was het begin van onze christelijke tijdsrekening met de komst van Jezus zulk een beslissend moment. Dit stond zeker niet los van de geschiedenis van het Joodse volk en van alles wat voordien was gebeurd. God zet er geen punt achter, hoogstens een komma. Zijn zoon komt in de kromming van de tijd.

Onze wortels ontdekken

De advent is een sterke tijd, vanuit het geloof dat God de tijd vult. Wij mogen tijdens de advent Gods actief bezig zijn in het leven opsporen. Wij doen dit in verbondenheid met alle christelijke kerken, die hoopvol uitzien naar kerstmis en naar de Openbaring van de Heer.

Wij doen het tevens vanuit aandacht en inzet voor mensen, die in noodsituatie verkeren. Niet iedereen is beschermd tegen armoede! Sociaal onrecht treft 1 op 7 mensen in ons land (Campagne WZZ 2014).

Onze ontdekking is drievoudig. Wij zijn door God geschapen en zijn door Hem bemind. Wij leven vanuit de vriendschap met Jezus. Wij krijgen vertrouwen door het geschenk van Gods Geest, die in onze harten woont. Vanuit deze drievoudige ontmoeting kunnen wij ons tijdens de advent opladen aan Gods vreugde.

De profeet Jesaja is een adventsfiguur. Hij kondigt God aan als Verlosser, die zijn volk in vrijheid zal terugvoeren naar zijn land. “Betrouw op God, zegt de profeet, want Hij heeft ons geschapen.” Sta maar even stil bij het wonder van elke dag. Wij ademen, wij kunnen ons bewegen, wij hebben zintuigen. Kijk naar het wonder van jezelf en van de medemens, naar het wonder van plant en dier.

Gods aanwezigheid

Lytta Basset werkte als dominee in Genève. Zij begeleidde er mensen in hun persoonlijke en religieuze problemen. Zij is nu professor aan de theologische faculteit in Neuchatel. In gesprek met Lucette Verboven vertelt zij hoe belangrijk het voor haar is om God te mogen ontdekken als iemand die schept, zelfs temidden van de chaos.

Als zij mensen begeleidt, zegt zij hen meteen: “Wij zijn met ons drieën: u, ik en God. Ik ben het niet die u gaat redden, de eerste die dat wil, is God. Hij heeft u deze weg ingegeven en vervolgens heeft Hij u naar mij of naar iemand anders geleid.” (Lucette Verboven, Pelgrim in het leven. Estafette-gesprekken, blz 186).

Onze waakzame houding in de advent moge er in bestaan dat wij God ontdekken als de liefdevolle schepper, aan wie wijzelf en alle mensen het bestaan danken. Zoals een pottenbakker alle zorg besteedt aan zijn werk, zo handelt God met zijn schepping. Hij houdt van haar. Hij zegt tot zijn mensen: “Gij zijt geliefd.” Toni Zenz beeldde dit thema uit ineen mooi bronzen beeld, dat te bezichtigen was in de Sint-Godelieveabdij. Teder en liefdevol houdt God de mens vast, die zou vallen mocht Hij niet achter zijn schepsel staan. Wij bekijken het verhaal van de schepping niet als een oorzakelijkheidverklaring, maar als een openbaringsverhaal. Leef van wat u cadeau wordt gedaan.

Ignatius van Loyola vertelt van een intens moment in zijn leven, waarop hij dit mocht ervaren. Hij was in de buurt van Manresa even ging zitten met zijn gezicht naar de rivier de Cardoner, die daar in de diepte stroomde. “Terwijl hij daar zat, begonnen hem de ogen van het verstand open te gaan. Niet dat hij een visioen zag, maar hij kreeg inzicht in vele dingen en verwierf veel kennis, zowel op het terrein van het geestelijke als inzake geloof en wetenschap. Dat ging met zo'n sterke verlichting gepaard, dat hem alle dingen nieuw schenen” (Ignatius, Het verhaal van de pelgrim, blz. 30).

In Monserrat had Ignatius zich afgewend van zijn leven als soldaat en zich bekeerd. Nu wendde hij zich op een nieuwe wijze naar de wereld. In zijn Geestelijke Oefeningen handelt hij over de “onderscheiding van de geesten” om te komen tot het besef van Gods aanwezigheid. “Het belangrijkste in het gewetensonderzoek is niet na te gaan hoe ik beter naar het evangelie kan leven –ook al is dit een zeer duidelijk aspect ervan- maar te zien hoe God in alle dingen aanwezig is. En deze tegenwoordigheid zal mij helpen mijn leven te beteren” (Mark Rotsaert, in Cardoner, mei 2002).

Rijk begiftigd in Christus

Tijdens de advent en in de kersttijd herdenken wij de geboorte van Jezus en alles wat wij aan Hem te danken hebben. De apostel Paulus wijst ons christenen op de grote geestelijke rijkdom, die wij in Hem bezitten. Christenen zijn blij om alles wat zij in Christus hebben ontvangen. Jezus is voor ons een levende, die wij ontmoeten in de Schriften. Een goede vorm om de advent te vieren kan ons hernieuwd contact zijn met de Schrift. Ignatius ging in het evangelie de zinnen en passages na, waarin hij begrip, vertroosting of troosteloosheid voelde. Hij raadt ons aan bezig te blijven met wat ons daarin troost. Grote religieuze ordes zoals de cisterciënzers gaan hun medechristenen voor in het trouw biddend contact met de Schrift. Het is de voedingsbodem van hun gebed. “Wat de onderscheiding van de geesten betekent voor de jezuïeten, wat het plechtig gezongen officie beduidt voor de benedictijnen, wat het beschouwend gebed is voor de karmeliet, dat is het lezen van Gods woord voor de cisterciënzer monnik” (L. Bouyer). Maar geen van deze vormen is exclusief bezit. Wij kunnen er alle in groeien. Temeer omdat bidden voor ons allen een goede manier is om de Advent te beleven. “Bidden betekent constant in verwachting zijn” (André Louf, A la grâce de Dieu, Fidélité, 2002, blz. 127).

Bewoond door Gods Geest

Advent vieren is bewust worden dat de heilige Geest de christen bewoont. Wij mogen zelfs zeggen dat Hij in elke mens zijn intrek neemt. God neemt immers het hart van de mens als bondgenoot. Dom Louf (1929-2010) was vele jaren abt van de Catsberg. Hij sprak in zijn interview over het belang van de innerlijkheid. De moderne mens staat er huiverig tegenover, omdat bijna alles hem buiten zichzelf trekt. Geestelijk auteurs binnen en buiten het christendom geven veel aandacht aan de innerlijke zintuigen. Lucette Verboven laat in haar boek Pelgrim in het leven mannen en vrouwen aan het woord, voor wie contemplatie de basis is van een grote betrokkenheid op het mysterie van het bestaan en op de medemens.

Bijbelse teksten verzekeren ons dat wij van binnenuit bewoond zijn door God. Zijn Geest bidt in ons: “Abba, Vader” (Rom. 8, 15). Dom Louf haalt hierbij Sint Augustinus aan:

Veel te laat heb ik u bemind, Gij waart in mij, terwijl ik buiten mezelf was,

En het was daarbuiten dat ik u zocht, terwijl ik me verloor in vergankelijke dingen.

Gij waart met mij en ik was niet met U.

Gij hebt geroepen en uw klanken hebben mijn doofheid verbroken.

Gij schitterde en uw klaarheid heeft mijn blindheid verjaagd.

Gij hebt mij aangeraakt en ik brand van verlangen naar uw vrede.

Ik heb u geproefd , ik heb honger en dorst naar U.

Gloeiend van uw heilbrengend vuur, vervolg ik mijn weg naar U,

En mijn hart jubelt van vreugde bij het horen van de woorden:

Wij gaan op naar het Huis van de Heer, naar de Stad van Vrede.”

Mogen wij tijdens deze Advent waakzaam en alert zijn. Door af te dalen naar onze diepste diep zullen wij we wellicht God ontmoeten, die boetseert. Wij zullen in de nabijheid komen van Jezus, die van ons houdt. Wij zullen het fluisteren van de Geest in ons hart horen. Wij zullen tevens alert zijn voor de medemensen, omdat elke man en vrouw geschapen zijn naar het beeld van de Drie-ene God, met ons op weg naar een stad van vrede