Hemelvaartsdag (2010)

Vandaag horen we twee teksten van de hand van Lucas: het bericht uit de Handelingen dat de eerste lezing vormde en het evangelie. Beide zijn door Lucas geschreven. Nu zit er nogal wat verschil in die teksten. Je zou ze bijna tegen elkaar uit kunnen spelen; en dan blijft er van het bericht niet veel over.

Waarom vertelt het evangelie niet van de wolk en de engelen?
Het verhaal uit Handelingen lijkt zich af te spelen in Jeruzalem; het evangelie spreekt van Bethanië, toch altijd nog zo'n drie kilometer van Jeruzalem.

Het is misschien verleidelijk om met zulk soort vragen naar de teksten te gaan, maar het levert ons alleen maar meer vragen op. De teksten zijn immers geen nieuwsberichten en Lucas is geen verslaggever. We moeten dus aan deze, zoals aan alle teksten uit de Schrift de goede vragen stellen, om ook de goede antwoorden te krijgen.

Wat zijn nu, op het feest van deze dag, de goede vragen? Laat ik eerst nog een paar verkeerde vragen stellen:
Hoe kon Jezus opstijgen?
Waar is Hij naar toe gegaan?
Waar kwamen die engelen vandaan?
Deze vragen brengen ons mensen uit de 21e eeuw in een zinloos gefantaseer over een hemel die hoog boven ons zou zijn; over engelen die op hun enorme vleugels aan kunnen komen vliegen en met ons komen praten.

Nu een paar goede vragen:
Waarom vertelt Lucas over een wolk, die Hem aan het gezicht onttrok? Het antwoord is te vinden elders in de Bijbel: de wolk is de beeldtaal om over God te spreken. Dus als Jezus door een wolk aan hun ogen wordt onttrokken, dan zegt Lucas eigenlijk: Jezus Christus is nu helemaal bij God. Het is in dit verband opvallend om ouders soms aan hun kinderen te horen uitleggen, dat oma - nu zij is gestorven - op een wolk zit en vandaar naar beneden kijkt. Dat lijkt een naïeve beeldspraak, maar ze is eigenlijk heel bijbels. Als je maar bedenkt dat de wolk een teken is van God nabijheid.

Nog een goede vraag:
Waarom laat Lucas twee engelen komen? Om dat te ontdekken moeten we terug naar het begin van het Lucasevangelie. Daar was Maria, die bezoek kreeg van de engel Gabriël. Hij kondigde haar de geboorte aan. Hij boodschapte de komst van de Messias. En ook zijn verhaal over de Hemelvaart van Jezus bevat een soort aankondiging. Weer staan daar twee in het wil geklede mannen en weer hebben zij een aankondiging. Nu niet van de geboorte, maar van de wederkomst: Deze Jezus, die van u is opgenomen naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan (vs. 11).
De parallellie tussen deze twee verhalen, de aankondiging van de geboorte aan Moeder Maria en de aankondiging van de wederkomst aan de allereerste kring van vrienden, aan Moeder-Kerk, is de exegeten niet ontgaan. Lucas wil ons er op wijzen, dat hier opnieuw een doorbraak staat te gebeuren. Er zal weer zoiets radicaal nieuws gaan plaatsvinden als met de geboorte van de Messias: zijn wederkomst.

Voor de geboorte van de Messias was de medewerking van één vrouw voldoende. Maar voor de wederkomst van Christus, zoals die vandaag door de twee in het wit geklede mannen wordt aangekondigd, is de medewerking van iedere gelovige nodig. Die wederkomst van Christus is een moment in de tijd, waarvan het ons niet toekomt dag of uur te kennen (vs 7). Maar in de tussentijd (en daar is het Lucas om te doen) - in die tussentijd moet het gebeuren. Jullie zullen de belofte van de vader ontvangen, zegt Hij; jullie zullen m et kracht uit den hoge worden toegerust.

Het is precies wat de engel tegen Maria had gezegd: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Dus wat bij Maria gebeurde, gebeurt op een nieuwe manier aan alle gelovigen: zij worden dragers en draagsters van de Christus door de gave van de heilige Geest.

En daarmee komen we meteen bij de laatste goede vraag die wij op het feest van vandaag kunnen stellen: de vraag naar onszelf. Zijn wij bedroefd, omdat Jezus van ons is weggegaan? Of doen wij wat wij de leerlingen in het evangelie zien doen? Zij aanbaden Hem en keerden met grote blijdschap naar Jeruzalem terug . Zo staat er. Dat betekent voor ons: wij blijven trouw in onze samenkomsten rond de Schrift en de Tafel. Zo worden wij toegerust om getuigen te zijn van het Rijk dat komen gaat en dat het aanschijn van de aarde zal vernieuwen. Amen.