In de vijver van Siloam (Joh. 9,1-41)

In de loop van een eeuw worden op een domein gebouwen opgericht en gesloopt en door nieuwe vervangen. Ze hadden een naam en deze veranderde. In de beginfase hadden enkele paviljoenen de naam van Zusters, die het initiatief hadden genomen voor de oprichting van het psychiatrisch centrum. Andere paviljoenen stonden onder de bescherming van een heilige: Notre Dame, sint Jozef, de heilige Elisabeth.

Nieuwe gebouwen kwamen er bij en nieuwe namen, die verwezen naar de opkomende Dageraad en de ranke Klimop en eveneens naar Bijbelse plekken als Efeta, Bethanië en Jericho. Een vormingscentrum kwam op het terrein en kreeg de naam Siloé.

In een volgende periode kreeg de zee meer invloed en kwamen namen als Getijden, de Branding, de Vlonder. Ze worden ondertussen al opgevolgd door nieuwe namen voor initiatieven, die inspelen op nieuwe noden: Umoja, Puntkomma, Accolade.

Dit was een lange aanloop om in Jeruzalem aan te komen bij een vijver met de naam Siloam. Het is de plek waar Jezus aan een blinde het zicht teruggeeft. Juister het zicht dat hij nog nooit had gehad. Hij was van zijn geboorte af blind.

Doopselcatechese

Het verhaal dat Johannes brengt over de ontmoeting van deze man met Jezus is heel mooi. Wij lezen het best integraal. Er zijn veel actoren in dit verhaal. Wij kunnen ons in hun rol inleven om ons uiteindelijk toch de vraag te stellen of wij zelf zullen knielen en Jezus als het Licht begroeten en ontvangen.

De kerk heeft in haar pedagogiek naar nieuwe gedoopten toe graag gebruik gemaakt van dit verhaal bij Johannes. Samen met de Samaritaanse, met Lazarus en diens zussen en met de blinde ontdekken we wie Jezus is. De Vasten is een intense tijd waarin nieuwgedoopten zich voorbereiden.

Die onbekende blinde uit Jeruzalem heeft twee maal geluk gehad. Een toevallige ontmoeting. De man vraagt niet om door Jezus genezen te worden, want hij ziet hem niet en kent hem niet. Zijn blindheid raakt de voorbijgangers, in dit geval de leerlingen van Jezus, ze zouden willen weten hoe deze man blind is geworden. Ze schuiven meteen een verklaring naar voren, die niet de juiste is. Waarom is iemand gehandicapt? We leggen het uit met gen factoren en chromosomen. Waarom is iemand drugverslaafde, waarom is iemand depressief? Waarom krijgt iemand kanker?

Het antwoord van Jezus voldoet ook niet helemaal. Werd die man blind opdat Jezus zou kunnen tonen wie hij is door hem te genezen? Of mogen we zijn antwoord uitleggen als een opdracht naar ons toe om onheil te verhelpen, om genezing te brengen. Jezus bestreek de ogen van de man en stuurt hem naar de vijver om zich daar te wassen. Jezus gebruikt elementen uit de natuur (Hoe heeft Jezus genezen? in Gerhard Lohfink, Jezus niet buitenspel zetten).

Uitgestoten

Nu krijgt de man allerhande moeilijkheden vanwege buren en autoriteiten, die zijn genezing niet willen aanvaarden en die vooral hun pijlen richten op de man die hem genezen heeft. De blinde weet ondertussen dat de man die hem genas Jezus heet. Zij verwijten deze vooral dat hij de genezing op een sabbat heeft gedaan. De man staat er alleen voor om te bewijzen, dat hij wel en goed genezen is. Zelfs zijn ouders houden zich afzijdig. Ondertussen neemt bij de blinde zijn bewondering toe voor Jezus en verklaart dat deze een profeet is. Hij blijft voor hem opkomen zodat hij door de Farizeeërs buitengeworpen wordt;

Opgenomen

En dan breekt de tweede geluksdag aan voor de man die ziende is geworden. Het is Jezus die nu opnieuw naar hem toekomt. Uit deze tweede ontmoeting groeit zijn geloofsbelijdenis. Zij is kort. Ik geloof Heer. De man die buiten was gezet, krijgt een vaste stek bij Jezus. Waar is er van hem geworden? Siloam, betekent gezonden. Heeft de blinde nu zelf het licht uitgedragen? De gedoopten krijgen het paaslicht in de hand na hun doopsel. Aan de gedoopten in Efese schreef Paulus: “Eens waart gij duisternis, nu zijt gij licht door de gemeenschap met de Heer.” Aan ons allen zegt de apostel: “Leef dan ook als kinderen van het licht.” De evangelist Johannes die ons dit verhaal over de blinde brengt verbindt het licht dat de blinde kreeg en het licht dat wij door goede werken kunnen doen met het Licht dat door Jezus in de wereld aanwezig is. ”Zolang ik in de wereld ben, ben ik het licht der wereld.”

Jezus staat achter deze man. Een niet ziende ziet. Hij ziet mensen en dingen, maar vooral de aanwezigheid van God in Jezus. Jezus is degene die licht brengt, die klaarheid schept, die een nieuwe horizon opent. Hij geeft ons een blik waardoor wij mensen in een nieuw licht zien, ons niet naar het uiterlijke beperken, maar het hart zien. Samuel heeft dit heerlijk uitgedrukt in de roeping en zalving van David. “ God ziet niet zoals een mens ziet, een mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer naar het hart” (1 Sam. 16,7).

En ja horen we de vos zeggen: “Vaarwel. Kijk, dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart krijg je kijk op iemand. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.- Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar, herhaalde de kleine prins, om het goed te onthouden.- De mensen hebben het vergeten, zei de vos. Maar jij moet het niet vergeten. Jij blijft altijd verantwoordelijk voor wat je tam hebt gemaakt” (Antoine de Saint Exupéry, De kleine Prins).

En er zijn zienden die blind zijn. Wie het schoentje past, trekt het aan. Enkele Farizeeën hebben begrepen dat Jezus hen bedoelde. Misschien beseffen we dat wij ook blind kunnen zijn al denken we dat we zien.

Zijn wij soms blind? Er zijn momenten dat wij de andere kant uitgaan om een aantal dingen niet te moeten zien. Heer, spreek tot mij in mijn duister.

Dans nos obscurités allume le feu qui ne s’éteint jamais.  Spreek tot mijn duister.