De collegiale kerk van Nijvel was een van de kerken in Waals Brabant waar de deur van de barmhartigheid geopend was tijdens het jaar van de barmhartigheid. Een parcours binnen de kerk leidde voorbij de preekstoel, vooral wegens de uitbeelding aldaar van het gesprek van Jezus met de Samaritaanse. Het is een werk uit 1770, gebeeldhouwd in hout en witte marmer door Laurent Delvaux. Er zijn nog andere kerken in ons land die, een preekstoel bezitten met een uitbeelding van de Samaritaanse en Jezus bij de waterput (o.a. de kerk O.L. Vrouw Geboorte in Hoboken). We krijgen dit tafereel ter overweging tijdens de veertigdagentijd van het leesjaar A. Op de derde, de vierde en de vijfde zondag wordt een drieluik geopend, waarvoor Johannes drie taferelen heeft getekend. De Samaritaanse wijst ons op het verlangen naar levend water (derde zondag). De blindgeborene op de daaropvolgende zondag dankt om het licht. De vijfde zondag horen we in het verhaal van de opwekking van Lazarus over het leven dat Christus schenkt.
Een dankbaar mens is een apostel. Hij/zij deelt het goede mee dat hij/zij heeft ontvangen. Minstens straalt het goede doorheen hun blik. Zo wekt hij/zij wellicht bij anderen het levensvertrouwen.
Het evangelie van Johannes bevat een aantal verhalen van ontmoetingen van Jezus met individuen en groepen. De gesprekken over zijn persoon en zending waren vaak confronterend. Enkele van deze gesprekken, alsook van de tekenen die Jezus stelde, hebben mensen tot geloof gebracht. Deze hebben op hun beurt anderen tot Jezus geleid. Andreas, een van de eerst geroepenen, heeft vlug na zijn ontmoeting met Jezus zijn broer Petrus naar Jezus gebracht (Joh. 1, 40-41). Hetzelfde deed Filippus met Nathaniel.
Bij een waterput
Een van de verhalen, misschien zelfs het schoonste uit het Johannesevangelie, is dit over de ontmoeting bij de put van Jacob (Joh. 4, 1-42). Daar zal een vrouw, die eerst sceptisch tegenover Jezus stond, aan een ganse stad verkondigen dat zij iemand had ontmoet die misschien wel de Messias zou kunnen zijn. Haar contact met Jezus was nochtans stroef begonnen.
Op een ongewoon uur, namelijk op de middag zit Jezus bij de waterput van Jacob. Hij rust wat uit, terwijl zijn leerlingen naar de stad zijn om voedsel te kopen. Op hetzelfde uur komt een Samaritaanse vrouw. Het was meer aangewezen vroeger op de dag, als het nog fris was, water te komen halen. Mijdt ze haar omgeving, omdat zij wegens haar opeenvolgende liefdesperikelen slecht gezien is?
Een man met een vrouw. Hij vraagt haar te drinken. Maar steekt er niet meer in die vraag? Is deze vraag niet het begin van een relatie?
De verre aanloop van het huwelijk van Isaak en Rebekka is toch begonnen bij een bron. Abraham, de vader van Isaak, had zijn knecht uitgezonden om voor zijn zoon een vrouw te zoeken. In de buurt van de stad Nachor kwam de dienaar met zijn kamelen bij een bron, wanneer de vrouwen uit de stad in het avonduur daar water zouden putten. Hij had in een gebed het volgende scenario opgesteld: “Wanneer het meisje tegen wie ik zeg: ‘Reik me uw kruik om te drinken’, antwoordt: “Drink maar gerust, en ik zal uw kamelen ook nog te drinken geven’, dan zal dat het meisje zijn dat U voor uw dienaar Isaak bestemd hebt” (Gen. 24,11- 14).
Later begint eveneens bij een bron de liefde van Jacob, de zoon van Isaak en Rebekka, met Rachel, zijn toekomstige vrouw (Gen. 29,1-11).
Misverstanden
Wanneer Johannes vertelt over Jezus bij de waterput van Jacob en over de ontmoeting met de vrouw, staan deze en nog andere voorbeelden uit het Eerste Testament hem voor de geest. Maar bij de waterput van Jacob, in het gebied van de Samaritanen, verloopt de ontmoeting tussen Jezus en de vrouw niet zo vlot. Het gesprek begint moeilijk. Zeker van de kant van die vrouw is er argwaan. De achterdocht was haar met haar opvoeding meegegeven. Samaritanen mijden de Joden en dit deden ook de Joden tegenover de Samaritanen. Maar Jezus doet dit niet. Hij overschrijdt grenzen en richt een bede tot deze vrouw. Van zodra een half woord gezegd wordt, kan een ganse zin volgen, ja zelfs een lang gesprek. Er ontstaan echter misverstanden tijdens het gesprek, dit vooral omdat Jezus met een dubbele bodem werkt.
Hij vertrekt van dagelijkse dingen, van de behoefte naar brood en water en hij roept dan op om te geloven dat hij bron van levend water is en brood van eeuwig leven. De vrouw geeft aanvankelijk in het gesprek niet teveel aandacht aan de uitspraak van Jezus: “ Als u de gave van God kende, als u wist wie het is die tegen u zegt: geef mij te drinken, dan had u Hem er om gevraagd en Hij had u levend water gegeven’ (Joh. 4,10).
Een ommekeer
Pas wanneer Jezus peilt naar haar persoonlijk leven en haar relaties en haar laat horen dat zij daarin niet op het juiste spoor zit, ziet de vrouw al beter in wie die Jezus zou kunnen zijn. Zij noemt hem dan een profeet en legt hem zelfs een religieuze kwestie voor. Zij spreekt over de verschil in eredienst tussen Jeruzalem en Samaria. Jezus opent dan een gans nieuw perspectief. Hij spreekt over hen die God aanbidden in geest en waarheid. Dit kan overal. Is de man, die zo spreekt en de tegenstellingen overschrijdt, niet de Messias? Het wordt dan aan deze vrouw geschonken en gegeven om in te zien dat Jezus de Gezalfde is, de Messias.
Daarop gaat de vrouw de vreugde van deze ontdekking meedelen aan de inwoners van de stad. Zij denkt er niet meer aan dat de mensen haar mijden. Zij is Jezus dankbaar om wie hij is en ze gaat dit in de stad verkondigen. En daar zijn er nu velen die naar Jezus toe komen en in hem geloven.
Een dankbare vrouw
In dit verhaal is het woord dankbaarheid niet vernoemd. Maar dankbaarheid is in het verhaal verwerkt. De vrouw is dankbaar voor wat vorige generaties hebben gedaan. Ze denkt aan de grootheid en goedheid van Jacob, die de put en bron heeft geschonken. Ze denkt aan het geloof en het gebed van haar voorouders. Zij is vooral vervuld van wat Jezus haar heeft toevertrouwd. Ze laat haar kruik, al of niet met water gevuld, bij de bron staan en laat zien dat in haar nu water opborrelt van eeuwig leven. Zij draagt bij tot een oogst, tot het maaien dat zo vlug op het zaaien kan volgen.
Christenen van vroeger en nu zijn de niet met naam genoemde Samaritaanse vrouw dankbaar. Zij wijst immers op de dorst en het verlangen dat in vele mensen - wellicht in elke mens - aanwezig is.